Vandaag zou ik weer uit Lovina vertrekken, naar Java. Ik
wilde daar naar de Bromo vulkaan. Ik sliep lang uit en ging daarna nog even naar
het strand. Om 12 uur moest ik uitchecken. Daarna wachtte ik bij het
restaurantje op de bus die me daar om 13:00 op zou komen halen. Ik maakte er nog
een praatje met de oostenrijkers en een paar amerikaanse meisjes.
Iets na 1 uur kwam de bus. Deze was iets minder luxe dan ik
verwacht had. Weliswaar niet zo volgepropt als een gewone publieke bus, maar
toch had je er niet echt veel ruimte. Ik zat op de voorste stoelen, en mijn
benen moest ik kwijt op een stapel rugzakken. Ik zat naast een nederlandse vrouw
die naar Sulawesi (Celebes) geweest was. De bus reed door een mooie omgeving.
Een gedeelte van de route voerde door een groot natuurpark. In het plaatsje
Gilimanuk moesten we wachten op de boot naar Java. De haven vond ik nogal vies
en stoffig. De boottocht duurde niet lang. De afstand tussen Java en Bali is
namelijk maar heel klein. Op de boot maakte ik nog een praatje met een
indonesiër die in de buurt van Kuta woonde. Ik kreeg van hem nog een paar
typisch indonesische vruchten, salak's genaamd. Op Java moest ik overstappen in
een andere bus. Ik zat nu achterin naast een groepje engelsen. 'S avonds stopte
de bus in de buurt van Pasir Putih bij een wegrestaurantje. Ik nam een
saté ayam, maar deze viel een beetje tegen. Deze was zonder de
gebruikelijke rijst en pindasaus. De nederlandse vrouw waar ik in de eerste bus
naast gezeten had was er ook. Zij zat nu in een andere bus omdat ze een andere
bestemming had, maar die bus was hier nu ook gestopt. Zij had niet veel honger
omdat ze nogal verkouden was. Daarom kreeg ik een deel van haar saté. Ik
kocht in dit restaurantje ook alvast wat broodjes voor het ontbijt voor
morgenochtend. Ik zou er namelijk morgenochtend al vroeg uit moeten om voor
zonsopgang de vulkaan te beklimmen.
De bus kwam ongeveer tien uur aan in het dorpje Ngadasari
in de buurt van de Bromo vulkaan. Dat was 2 uur later dan gepland. Samen met het
groepje engelsen (waar overigens ook 1 nederlandse jongen tussen zat) zocht ik
een hotelletje. In Yoschi's guesthouse konden we de allerlaatste plaatsen op de
slaapzaal krijgen. Alle gewone kamers waren al vol.
Het werd maar een kort nachtje, want om kwart over 3 stond ik
alweer op om met een jeepje richting Bromo te rijden. De Bromo vulkaan bestaat
uit een krater welke zelf binnen een veel grotere krater ligt. De buitenste
krater heeft een diameter van zo'n 11 kilometer. Daar binnen liggen een aantal
kleine kratertjes waarvan de Bromo er dus één is. De Bromo is de
enige aktieve krater. Dat wil zeggen, je ziet er rookpluimen uit opstijgen en
zwavel opborrelen. Echte uitbarstingen hebben er al jaren niet meer
plaatsgevonden. Het dorpje Ngadasari, waar ik de afgelopen nacht had geslapen,
ligt op de helling van de buitenste krater. Het jeepje rijdt tot het dorpje
Cemoro Lawang, wat op de rand van de buitenste krater ligt. Van daaraf kan je
lopen naar de Bromo vulkaan. Wie dat te vermoeiend vindt, kan eventueel een
ezeltje huren. Op de helling van de Bromo krater is een betonnen trapje
aangelegd.
De engelsen reden ook mee met het jeepje, maar zij zouden
verder rijden naar een uitkijkpunt iets verderop. Zij zouden nog een dag langer
blijven, en dan morgen de vulkaan zelf beklimmen. Dat uitkijkpunt ligt op een
hoog punt op de buitenste kraterrand. Vlak voor Cemoro Lawang moest je een
kleine tol betalen omdat de vulkaan binnen een beschermd natuurpark ligt. Vanaf
Cemoro Lawang ging ik te voet verder. Het was hier vanwege de hoge ligging zeer
koud. Aan de grond vroor het zelfs een beetje. Ik had me daarom goed warm
aangekleed. In het donker liep ik samen met vele andere bezoekers naar beneden
de buitenste kraterrand in. Op de bodem van de krater was het erg stoffig.
Vooral als er van die ezeltjes langs liepen stoof het stof omhoog. Je zag veel
mensen, met name japanners, met kleine stofmaskertjes lopen. Op een gegeven
moment knoopte ik ook maar een zakdoek voor mijn mond en neus. Terwijl ik in de
krater richting de Bromo liep begon het al een beetje te schemeren. Ik vreesde
daarom dat ik te laat zou komen om op de top de zon op te kunnen zien komen.
Daarom zette ik er flink de pas in. Uiteindelijk bleek ik er toch nog ruim op
tijd te zijn.
Krater van Bromo vulkaan
Bovenaan de trap bij de Bromo krater stond het boordevol met
mensen. Ik liep daarom maar wat verder over de smalle kraterrand om op een
rustig plekje de zonsopgang af te wachten. Het nummer "Waiting for the sun" van
The Doors speelde door mijn hoofd (afgewisseld met "Dansen op de vulkaan" van De
Dijk). De zonsopgang was mooi om te zien. Er hing in lichte nevel in de
buitenste krater. Het schijnt dat die soms helemaal vol mist hangt, wat een nog
mooier beeld zou moeten geven. Na de zonsopgang liep ik nog wat verder over de
kraterrand naar een van de twee hoogste punten. Van hieraf had je een heel mooi
uitzicht op de krater. Je kon van hieraf ook nog in een andere krater kijken
welke vlak achter de bromo lag. Deze was niet meer aktief. Op de bodem ervan
hadden sommige mensen reusachtige graffiti in het zand gestampt.
In Cemoro Lawang ging ik een restaurantje binnen om een
lekker warm kopje koffie te drinken. Daar zaten ook de engelsen weer. Die waren
net terug gekomen van het uitzichtpunt. Na de koffie bestelde ik nog een fruit
salade. Die bleef echter lang op zich wachten, zelfs nadat ik er nog een aantal
malen naar gevraagd had. Op een gegeven moment gingen de engelsen er weer
vandoor. Ik ging met hen mee. De koffie had ik nog niet betaald, maar omdat de
mensen van het restaurant mij vergeten waren met mijn fruit salade, besloot ik
hen ook maar te vergeten. De terugweg naar het hotel in Ngadasari liepen we te
voet. Het was maar een paar kilometer. De omgeving was hier prachtig. Het deed
een beetje aan een alpen-landschap denken. Het was nu overigens al lang niet
meer zo koud als voor de zonsopgang.
Terug in het hotel probeerde ik nog een paar uurtjes te
slapen op de slaapzaal tot ik om 12 uur uit moest checken. Ik had hier bij het
hotel een kaartje gekocht voor de bus naar Yogyakarta. Die zou eind van de
middag hier vertrekken. De middag bracht ik door in de tuin van het hotel. Ook
hier rustte ik nog wat uit. Ik las wat en praatte wat de engelsen. Er liepen
hier ook nog een paar jonge hondjes in de tuin die op een gegeven moment nog
bezit namen van mijn sarong. Niet van die lelijke straathonden zoals je ze op
Bali veel zag, maar grappige wollige diertjes. Het was verder opvallend dat er
zeer veel duitsers in dit hotel zaten. Of het te maken had met het feit dat de
eigenares van dit hotel een duitse was, weet ik niet.
Om half vijf kwam er een bemo die ons naar Probolingo zou
brengen, vanwaar we met de bus verder zouden gaan. De bemo was zoals gewoonlijk
weer propvol. Een paar nederlandse meisjes bleken dit niet gewend te zijn en
klaagden er over. "Wat een meutjes", dacht ik, "die zijn ook niks gewend. Dat
zijn bepaald geen avontuurlijke types". Maar dat laatste bleek toch mee te
vallen. Ze hadden bijna een jaar in Australië gezeten en waren nu, voordat
ze weer naar huis zouden gaan, een reis aan het maken door Indonesië,
Maleisië en Thailand. Een nog aanzienlijk grotere tocht dan die van mij,
dus. Toch leken ze zich niet echt goed geïnformeerd te hebben in de landen
die ze bezochten. Zo waren ze bijvoorbeeld al op Bali geweest, maar het feit dat
dat een hindoeïstisch eiland was, was hun volkomen ontgaan. Ook het feit
dat de auto's hier zo vaak claxonneerden verbaasde hen nog zeer.
In Probolingo moesten we nog een paar uur wachten op de bus.
Samen met de twee meisjes ging ik een restaurantje zoeken. Dat viel niet mee,
want we zaten ergens in een buitenwijk van Probolingo. Na een paar honderd meter
lopen langs de hoofdweg kwamen we een kleine warung tegen. De meisjes waren
aanvankelijk een beetje huiverig omdat ze nog nooit in zo'n niet- toeristische
warung hadden gegeten. Maar alles zag er hier zeer proper uit. De mensen bleken
er geen engels te spreken. Met mijn minimale kennis van indonesisch wist ik me
toch redelijk te redden. De meisjes waren daar erg van onder de indruk. "In het
land der blinden is eenoog koning" zal ik maar zeggen. Ik liet ze mijn kleine
woordenboekje zien waar ik een en ander uit geleerd had. Ook de mensen van het
restaurant toonden grote interesse voor het woordenboekje. De menu keuze in het
restaurant was trouwens heel eenvoudig. Er was namelijk geen menu; gewoon eten
wat de pot schaft. Het was een rijstgerecht met groenten en een gekookt ei, wat
best wel lekker smaakte.
Na het eten moesten we nog een tijdje op de bus wachten in
het kantoortje van de busmaatschappij. Daar viel nog een aantal malen het licht
uit. Opmerkelijk was hier verder dat er in de mandi-bak op het toilet een grote
goudvis zwom. Uiteindelijk arriveerde de bus. Het bleek een hele luxe bus te
zijn. Er was zéér veel beenruimte (iets wat de meeste bussen
überhaupt niet hebben). En de rugleuningen konden naar wens versteld
worden, tot helemaal plat aan toe. Bovendien zaten we met maar 7 personen in de
bus! Te weten, ikzelf, de 2 meisjes en een groepje van 4 fransen.
Om een uur of 3 's nachts kwamen we in de stad Solo aan, een
kleine stad vlak bij Yogyakarta. Hier wilden de meisjes en de fransen naar toe.
De buschauffeur ging op zoek naar een hotel. Maar dat viel niet mee. Alle
adressen waar de bus langs reed bleken vol te zitten. De meisjes en de fransen
besloten daarom maar om door te rijden naar Yogyakarta. Ook daar bleek het niet
eenvoudig om een hotel te vinden. De buschauffeur hielp weer mee met zoeken. Na
heel lang zoeken vonden we een hotelletje waar nog een kamer was voor 2
personen. Die kamer namen de meisjes. De rest van ons mocht de rest van de
ochtend gratis op de veranda van het hotel slapen.
Na een tijdje kwam er een jongen langs die al eerder had
meegeholpen met zoeken. Hij had nog een kamer gevonden. Deze bleek wel aan de
dure kant te zijn, namelijk 25000 rp. Na enig aarzelen besloot ik hem toch maar
te nemen. Ik was, na twee nachtjes weinig slaap, wel weer toe aan een zacht bed
en een lekkere douche. Voor zo'n bedrag zou er waarschijnlijk zelfs wel een
warme douche zijn, vermoedde ik. Die warme douche bleek er echter niet te zijn.
Helemaal geen douche zelfs, alleen maar een mandi-bak. Gelukkig was het bed wel
lekker zacht zodat ik al snel insliep.
Lang sliep ik deze ochtend echter niet. Om 6 uur werd ik
wakker door een kerkdienst die vlakbij werd gehouden. Het leek wel alsof die
buiten vlak naast het hotel werd gehouden. Ook was een gospel-band compleet met
drumstel. De dienst duurde ongeveer een uur. Alleen tijdens de preek heb ik nog
even kunnen slapen. Maar daarna ging de gospel-band nog een paar uur door met
spelen. Van slapen kwam niets meer terecht. Zo te horen was het een soort
speciale dienst ter gelegenheid van het onafhankelijkheids-feest. Ik hoorde ze
tenminste regelmatig zingen over "merdeka" en "indonesia". Het ontbijt viel ook
erg tegen. Het bestond uit een toastje met jam (waar ik niet van hou). In andere
hotels krijg je meestal een lekkere pannekoek of omelet. De fruitsalade die
normaliter ananas, banaan en papaya bevat, bestond hier alleen uit ananas (van
de 3 vruchten degene waar ik het minst van hou). En verder kreeg ik maar een
heel klein kopje thee (normaliter een grote bierpul vol) die bovendien veel te
straf was. Nee, deze kamer had ik achteraf beter niet kunnen nemen. Dit was echt
weggegooid geld.
Ik ging op zoek naar een ander hotel. Al vrij snel vond ik
er een in een klein steegje. Deze koste 7500 rp, maar was wel zonder ontbijt. De
kamer was vrij klein en had weinig daglicht. Maar er was wel een schone douche.
Ik heb de rest van de ochtend een beetje op geluierd op mijn kamer.
'S middags ging ik de stad verkennen. Over het algemeen zijn
de grotere steden in Indonesië voor toeristen weinig interessant. Grote
drukke miljoenensteden vol met lawaai, auto's en smog, waar maar weinig moois te
zien is. Yogyakarta vormt daarop een uitzondering. Het is er minder hectisch en
het heeft wel degelijk vele bezienswaardigheden, zoals b.v. het oude kraton, het
paleis van de sultan. Daarnaast liggen ook de bekende tempelcomplexen Prambanan
en Borobudur in de nabije omgeving van Yogyakarta. Dit zijn respectievelijk
hindoeïstische en boeddhistische bouwsels uit vroeger tijden, van voor de
komst van de islam.
Mijn hotelletje lag vlak bij Jalan Malioboro, de
hoofdstraat van de stad. Het is een lange winkelstraat met druk verkeer. De
stoepen staan er vol met marktkramen. Een van de eerste dingen die ik zag was
een groot modern winkelcentrum van 4 of 5 etages hoog. Op de begane grond was
een McDonald's restaurant. Daar nam ik mijn lunch. Er hingen hier bordjes waar
op stond dat het eten 100% halal was, dat wil zeggen volgens de islamitische
spijswetten bereidt. Aan het uiteinde van de straat had je de grote markt. Deze
zat tegenwoordig in een groot gebouw. Er was van alles en nog wat te koop. De
kraampjes stonden erg dicht op elkaar, en het was er erg druk.
Toen ik de markt verliet werd ik aangesproken door een
jongen. We maakten een praatje. Over waar ik vandaan kwam en hoe ik heette en
dat soort dingen; een beetje het standaard praatje in Indonesië. Hij bood
me een drankje aan in een klein warungkje vlakbij, waar zijn vader ook zat.
"Ach, waarom ook niet" dacht ik. Ik vermoedde wel dat het een soort verkoop-
truukje was. Toen we er zaten nam de vader het woord. Al snel kwam de aap uit de
mouw. Hij bleek een familielid te hebben die in het ziekenhuis lag en geen geld
had voor een behandeling. Dus vroeg hij of ik hem geld wilde lenen. Helaas, daar
had ik weinig zin in. Toen vroeg hij me welke bloedgroep ik had. "A positief"
antwoorde ik. Dat kwam goed uit! Dat was precies de bloedgroep die zijn
familielid nodig had! Of ik soms bereid was bloed af te staan? Toen ik hierop
wederom negatief antwoorde, begreep hij dat hij aan mij weinig kon verdienen, en
daarop gingen ze er maar weer vandoor. Na mijn (gratis) drankje te hebben
opgedronken, liep ik ook weer terug richting hotel.
Ik werd vandaag al weer vrij vroeg wakker. Ik was dan ook gisteravond al vrij vroeg gaan slapen. Na een ontbijtje bij McDonalds ging ik naar het Kraton. Dat is het oude sultans paleis wat midden in de stad ligt. Bij de toegangsprijs was een rondleiding door een gids inbegrepen. Omdat ik nederlander was kreeg ik er een toegewezen die ook nederlands sprak. Verder liep er ook nog een nederlands stelletje mee. Het paleis zag er best mooi uit. Er waren een hoop dingen van vroeger te zien, zoals b.v. oude gamelan instrumenten. Een groot deel van de tentoonstelling was geweid aan het leven van de vorige sultan. Ondanks het feit dat Indonesië tegenwoordig een republiek is, heeft de sultans familie toch nog veel aanzien en macht. De vorige sultan is o.a. nog minister van sportzaken geweest.
Markt
Na het sultans paleis wilde ik het 'Vredenburg' museum gaan bezoeken, waar een mooie tentoonstelling over de geschiedenis van Indonesië moest zijn. Dit bleek echter op dat moment gesloten. Ik besloot om dan nu eerst maar naar het Prambanan te gaan. De Prambanan is een oud hindoeïstisch tempelcomplex. Al snel werd ik aangesproken door een becak-rijder die me naar het busstation bracht. (Een becak is een indonesische fiets-riksja. Daar zijn er in Yogyakarta heel veel van.) Hij vroeg vrij veel voor het ritje, maar het was een aardige gast, en hij werkt er tenslotte hard genoeg voor. De busrit duurde niet zo lang. Prambanan ligt immers niet zo gek ver van Yogyakarta vandaan. Rond het tempelcomplex was een groot park aangelegd. Of dat al lang zo is weet ik niet. Ik meende me foto's te herinneren waarop de Prambanan temidden van de rijstvelden te zien was. Het tempelcomplex zag er indrukwekkend uit. Enorme prachtige stenen bouwsels.
Prambanan tempels
'S avonds na het eten kwam ik nog langs een klein batik atelier. Batik is een speciale techniek om stoffen te verven. Met behulp van was worden bepaalde patronen getekend, waarna de stof in de verf wordt ondergedompeld. Alleen de niet behandelde delen worden zo gekleurd. Vaak wordt er in meerdere stappen gewerkt met verschillende kleuren. Behalve kledingstukken worden er ook schilderijtjes mee gemaakt. In het betreffende atelier was een tentoonstelling te zien van zulke schilderijtjes. Vlak buiten het atelier werd ik door iemand aangesproken om er een kijkje te nemen. Aangezien ik op dat moment toch geen andere plannen had, ging ik naar binnen. Er waren best mooie batiks te zien. De jongen vertelde dat ooit Pim Jacobs hier een (hele dure) batik gekocht had. Wat ik daar van moest geloven wist ik niet. Ik kreeg nog een kopje thee aangeboden. De jongen noemde een aantal prijzen van verschillende batiks. Ik, als arme student, kon daar nog wel 15% korting op krijgen. Zo'n batik schilderijtje leek me wel leuk. Ik had tot nu toe nog geen souvenirs gekocht in Indonesië. Dit was ook iets wat je makkelijk mee kon nemen, in tegenstelling tot b.v. beeldhouwwerk of houtsnijwerk. Dit werd plat opgevouwen en in een envelop gedaan. Het lukte me nog om flink wat van de prijs af te dingen. Toch heb ik er achteraf gezien misschien wel teveel voor betaald. Ik vermoed dat ik ze zeker voor de helft goedkoper had kunnen krijgen.
Ik werd deze ochtend al om ± 5 uur wakker door het
gestommel in de kamer naast me. Het hotelletje was nogal erg gehorig. Op zich
was het niet zo erg, want ik wou er zelf toch al vroeg uit om deze ochtend naar
de Borobudur te gaan. Ik moest eerst een stukje lopen naar een kruispunt waar
vanaf de bussen zouden vertrekken. Er stond al een belgisch stelletje. Al snel
konden we mee. De Borobudur ligt wat verder weg dan de Prambanan (en overigens
ook in een heel andere richting), zo'n 40 km buiten de stad.
Rond een uur of 8 kwamen we er aan. Het was nu nog niet erg
druk. Er was hier ook een gids bij de prijs inbegrepen, maar ik moest wel
wachten tot er meer toeristen waren. Ik had geen zin om daar op te wachten, en
trok er daarom maar gewoon zelf op uit. Ook hier was een heel park rondom het
bouwsel aangelegd. De Borobudur is een boeddhistisch bouwwerk. Het bestaat uit
een aantal op elkaar gestapelde stenen terrassen, met bovenop een aantal klok-
vormige stupa's. De wanden van de terrassen zijn helemaal voorzien van allerlei
sculpturen. Het is heel indrukwekkend als je ziet hoe groot dit bouwsel is. De
stupa's boven zijn hol, en in elk zit een stenen Boeddha beeld. Volgens traditie
brengt het geluk als het je lukt om met je hand door een gat in de stupa het
beeld aan te raken. Omdat het nog niet druk was kon ik er goed foto's maken
zonder dat er steeds storend mensen in beeld liepen. Later op de ochtend werd
het toch al snel drukker. Er waren ook een aantal studenten die hier probeerden
met toeristen een praatje te maken om zo hun engels te oefenen. Ik heb ook nog
met een paar van hen gesproken. Uiteraard moest ik ook met ieder van hen op de
foto, en wilden ze mijn adres hebben.
Borobudur tempel
'S middags heb ik naar PIA in Jakarta gebeld om mijn vlucht
te reconfirmeren. Op de terugweg zou ik weer in Karachi over moeten stappen.
Aanvankelijk zou het zo zijn dat ik 1:30 aan zou komen en 6:00 verder zou
vliegen. Maar op mijn ticket stond dat ik pas om 15:20 verder zou kunnen
vliegen. Het leek me niet echt leuk om zo lang op het vliegveld te moeten
wachten. Bovendien zou ik dan ook nog eens eind van de avond in Amsterdam
aangekomen in plaats van eind van de ochtend. Dan kon ik dus ook niet met het
openbaar vervoer naar huis. Tijdens het telefoongesprek bleek dat ik gelukkig
toch om 6:00 mee kon. Het ticket bleek verkeerd ingevuld. Er was überhaupt
geen vlucht naar Amsterdam om 15:20.
Begin van de avond belde ik weer eens naar huis op. Daar was
alles goed. Nog steeds prima zomer-weer daar. Ik vertelde ze wanneer ik thuis
zou komen. Na het eten pakte ik mijn tas in en ging vroeg slapen. Ik zou
morgenochtend namelijk met de bus naar Pangandaran gaan.
Om 6:00 stond ik op. De bus zou om 7:00 langs komen. Hij had ongeveer
een half uurtje vertraging. Net als in de bus van Lovina naar Bromo, lag ook in
deze bus het gangpad vol met rugzakken. Onderweg kwamen we langs een paar dorpen
waar een soort padvinders bijeenkomsten waren. Honderden, zo niet duizenden
kindertjes in padvinders-uniformpjes liepen her en der in groepjes langs de weg.
Af en toe waren er opstoppingen vanwege fanfare korpsen en majorettes's op de
weg. Een tijdje later kwamen we door een dorp waar dakpannen werden gemaakt. Dus
zag je overal langs de weg enorme stapels dakpannen.
Eind van de ochtend stopte de bus bij een wegrestaurant
voor de lunch. Je had hier een soort zelfbedieningsbuffet met grote bakken waar
je naar behoeven uit kon scheppen. Allerlei lekkere vlees- en groente gerechten
met lekkere sausjes. Dit was ongeveer wat ik me voor mijn vakantie van
indonesisch eten had voorgesteld. Het smaakte voortreffelijk. In dit restaurant
kwam ik ook weer het groepje engelsen tegen die ik in Bromo had ontmoet. Ze
waren ook met de bus van Yogyakarta naar Pangandaran onderweg. Ze zaten alleen
in een andere bus dan ik. Ze waren een dag langer dan ik in Bromo gebleven, en
een dag korter dan ik in Yogyakarta. Achteraf gezien had ik misschien ook wel
een dag minder in Yogyakarta kunnen blijven.
Na de lunch reed de bus door naar Cilacap. Tussen dit
plaatsje en Pangandaran lag een soort grote lagune. Dit laatste stuk zouden we
per boot afleggen. De boot voer door een mooie omgeving. Het was een soort
moeras gebied met overal mangrove-struiken met vreemde luchtwortels. De tocht
duurde wel erg lang, wel zo'n 4 uur. Eind van de middag kwam de boot aan. Van
daar uit moesten we nog een klein stukje met een bemo naar Pangandaran.
Pangandaran is een badplaats gelegen op een smalle landengte. Op de punt van die
landengte is een natuurreservaat. Aan beide zijden van de landengte zijn
stranden, maar op veel plaatsen is het te gevaarlijk om te zwemmen vanwege de
sterke stroming. Ook zijn er in de branding enorme golven. Echt de grootste die
ik ooit gezien heb.
Ik wist dat Leendert hier over 2 dagen met zijn groep langs
zou komen. Daarom wilde ik het liefst naar het hotel waar hij ook zou komen, of
anders eentje er vlak bij. Het betreffende hotel was echter vol, en de andere in
de buurt waren een beetje aan de dure kant. Een becakrijder wist een goedkoop
hotelletje niet zo gek ver weg. Ik liet me er heen rijden. In mijn "Trotter"
reisgids stond dit hotel beschreven als "Een volledig nieuw gebouw. Heel nette
kamers met badkamer en een terrasje". Dat herkende je er echter niet in terug.
Blijkbaar was er in de tussentijd heel weinig onderhoud aan verricht. De muren
waren vuil en de kamer toonde diverse gebreken. Maar het was er inderdaad wel
vrij goedkoop.
'S avonds na het eten waste ik mijn kleren. Op mijn terrasje
kon ik ze te drogen laten hangen. Sinds Lovina had ik hier geen gelegenheid meer
toe gehad.
Vandaag wilde ik mee met de "green canyon tour". Dat is een
georganiseerd dagtochtje door de omgeving van Pangandaran. Je bezoekt dan onder
andere cacao plantages en fabriekjes waar ze kroepoek en soja produkten maken en
verder is er ook een boottochtje door de zogenaamde green canyon bij inbegrepen.
Ik had gisteravond bij het toeristenburo een foldertje meegenomen waar een en
ander in beschreven stond. Het was niet echt goedkoop, maar ik kom niet ieder
jaar in Indonesië, dus het zou zonde zijn om door zuinig te doen bepaalde
dingen te moeten missen. Ik baalde er nog van dat ik op Bali een van de
belangrijkste bezienswaardigheden, namelijk het Besakih tempelcomplex had
gemist. Toen had ik achteraf gezien ook beter gewoon met een dagtocht mee kunnen
gaan.
Ik kwam ongeveer een kwartier voor vertrek bij het kantoortje
aan. Ik hoopte maar dat ik nog mee kon. Zo niet, dan zou ik een ticket voor de
volgende dag kopen. Het was echter geen probleem. Behalve mij gingen er alleen
nog twee andere nederlanders mee. We bezochten eerst een cacao plantage. Je kon
zien hoe de cacao in een soort grote knollen aan de bomen groeide. De gids gaf
goede uitleg. Van allerlei planten die we zagen wist hij van alles te vertellen.
Daarna bezochten we een kroepoek fabriekje. Het was een klein gebouwtje en het
zag er binnen nogal primitief uit. De kroepoek wordt gemaakt door uit een soort
pasta "koeken" te persen die dan daarna buiten te drogen worden gelegd. Ook
bezochten we nog een klein suiker fabriekje en een fabriekje waar ze tempeh en
tofu maakten. Die laatste twee zijn sojaprodukten. Tempeh wordt gemaakt door een
bepaalde schimmel op de sojabonen te laten groeien en Tofu is een soort kaas-
achtig spul wat van gemalen sojabonen wordt gemaakt. Ik had beide al eens
gegeten hier in Indonesië, maar nu zag ik pas wat het eigenlijk was. Ik
vond trouwens tempeh niet lekker smaken, tofu wel. De gids gaf weer goed uitleg.
Dit waren toch allemaal dingen die je niet snel te zien zou krijgen als je op
eigen houtje er op uit trekt. Dus in dat opzicht was deze tocht zeker de moeite
waard. Hierna bezochten we nog een poppenmaker die wajang-poppen maakte. Met die
poppen worden van oudsher de oude hindoe legenden als Ramajana en Mahabharata
uitgebeeld. Ondanks dat Java tegenwoordig islamitisch is, speelt die oude hindoe
cultuur nog steeds een grote rol.
Wajang-poppen verkoper
Tegen het eind van de ochtend reden we naar de green canyon.
We zouden een boottochtje maken over de rivier die er doorheen loopt. De gids
wist te vertellen dat een deel van die rivier vroeger ondergronds liep, maar dat
na een aardbeving de grond er boven was ingestort en dat daardoor de canyon-
vorm was ontstaan. Het was in ieder geval een prachtige omgeving. We zagen onder
andere nog een leguaan en ergens in een boom lag een grote gifslang te slapen.
Op een gegeven moment kwamen we aan bij een klein watervalletje. Daar kon de
boot niet verder. Er lagen daar trouwens nog een hoop andere bootjes, want we
waren bepaald niet de enige toeristen hier. Je kon hier nog een stukje verder
zwemmen, maar dat viel niet mee want er stond een behoorlijk sterke stroming.
Na de boottocht reden we naar een strandje in de buurt. Daar
namen we eerst een lunch. De twee anderen hadden moeite met hun menu keuze want
ze hadden allebei een beetje last van diarree. Ze waren ook nog niet zo lang in
Indonesië. Ze waren in Jakarta begonnen en waren via Bandung hier naar toe
gekomen. In Bandung waren ze een weekje gebleven om te acclimatiseren. Volgens
mij was er in Bandung niet veel te zien en ik was dan ook van plan om die stad
links te laten liggen, maar zij kenden daar mensen die er woonden. Op het strand
zag je veel surfers. Er waren dan ook behoorlijk grote golven. De surfers hadden
het hier wel makkelijk omdat de golven hier langs het strand heen liepen in
plaats van er op af kwamen. Ze hoefden dus niet steeds met hun plank van het
strand af te zwemmen. Als ze uitgesurfd waren liepen ze gewoon over het strand
weer de andere richting op. Ook kon je hier grote binnenbanden van vrachtauto's
huren. Ook veel indonesiërs deden dat. Alleen bleven zij er alleen maar een
beetje mee dobberen aan de waterkant. Je kon je er echter ook heel lekker mee
met de golven laten meedrijven. Dat was een heel leuke ervaring.
Na het strand bezochten we nog een bamboe brug. Deze hing
aan staalkabels over de rivier. Hij was erg wiebelig als je er over heen liep.
Tot slot reden we nog naar een lagune waar je vaak hele mooie zonsondergangen
hebt. Maar helaas was het vandaag bewolkt. Alles bij elkaar was deze tocht zeker
de moeite waard.
Toen ik 's avonds door het dorpje wandelde kwam ik een bioscoop tegen.
Daar werd deze avond een film vertoond getiteld "Surviving the game", met Rutger
Hauer en Ice-T. Het was een spannende actiefilm. De toegangsprijs was
belachelijk laag.
Deze nacht bleek het hier flink hard te hebben geregend. Ik
sliep deze ochtend lekker lang uit. Na het ontbijt liep ik naar het Sandaan
hotel, waar deze dag Leendert aan zou komen. Ik zou nog 1 nacht in Pangandaran
blijven en het leek me handig om in hetzelfde hotel te zitten. Er was nu nog 1
kamer vrij, maar die bleek 70.000 rp te kosten en dat lag heel ver boven mijn
budget. Wel konden ze me vertellen hoe laat Leendert met zijn groep hier vandaag
aan zou komen.
'S middags ging ik naar het natuurreservaat wat op de punt
van de landengte ligt. Het voorste deel ervan is, tegen betaling weliswaar, vrij
toegankelijk. Het achterste deel is alleen onder leiding van een gids te
bezoeken. Je zag hier weer veel apen. Dezelfde soort apen die ik onder andere
ook in het monkey forrest in Ubud had gezien. Er liep ook nog een jongetje rond
wat tegen betaling als gids optrad. Hij bracht me naar een vleermuizengrot, maar
daar was eigenlijk niet veel te zien. Je had hier in het natuurreservaat ook nog
ergens een mooi wit strand, maar dat was deze zomer helaas gesloten. Er was nog
wel een ander strandje, maar dat lag vol met vissersbootjes. Ook bij dit
strandje zag je weer heel veel apen. Iets verderop in het bos kwam ik nog 2 van
de engelsen tegen die ik al een paar keer eerder had ontmoet. Na afloop van de
wandeling had ik honger gekregen, dus nam ik voor de tweede maal deze middag een
lunch.
Eind van de middag ging ik naar het Sandaan hotel. Leendert
was daar inmiddels aangekomen. Ik vertelde hem mijn belevenissen van de
afgelopen weken. 'S avonds aten we in een restaurantje in het dorpje. Tegen de
tijd dat we daar klaar gegeten waren begon de eigenaar met een karaoke optreden.
We gingen toen maar snel weer weg, want het was niet om aan te horen. Ik kocht
in het dorpje alvast een ticket voor de nachtbus naar Jakarta voor morgen, en
daarna gingen we weer naar Leenderts hotel. Daar hebben we nog een hele tijd een
praatje gemaakt met een paar reizigers uit zijn groep.
Dit was mijn laatste dag in Pangandaran. 'S avonds zou ik de
bus nemen naar Jakarta. Eind van de ochtend kwam Leendert langs bij mijn hotel.
We liepen naar het dorpje en namen er een lunch. Daarna gingen we naar het
strand. Eind van de middag gingen we weer ieder naar ons hotel. Ik nam afscheid
van Leendert. Hij zou nog enkele maanden langer in Indonesië blijven. Terug
op mijn hotelkamer pakte ik mijn spullen in. Ik zou hier bij het hotel worden
opgehaald. Ik besloot om te wachten bij het restaurantje wat aan de overkant van
de straat lag. Daar kocht ik nog wat te eten en drinken voor onderweg, en maakte
nog een praatje met een nederlander die hier zat. Na enige tijd kwam er een
busje wat me naar de plaats bracht waar de bus naar Jakarta zou vertrekken.
Die bus vertrok om een uur of 7. Ik bleek er de enige
toerist in te zijn. De rit voerde door een nogal bergachtig landschap. Het was
één grote lange slingerweg. Dit zorgde er voor dat ik na een paar
uur wagenziek werd. Het werd misschien nog verergerd door de stank van de
sigarettenrook en de uitlaatgassen (het was geen airco-bus). Gelukkig stopte de
bus na enige tijd bij een wegrestaurant. Ik was blij er even uit te kunnen. Aan
eten had ik op dit moment echter weinig behoefte meer. Ik had nu weer even vaste
grond onder mijn voeten. Ik ging even op de grond liggen om bij te komen. Ik
klampte me vast aan die grote aardbol die al wiebelend en tollend om zijn as,
met duizelingwekkende vaart door het heelal suist. Even dacht ik er aan om hier
maar te blijven om uit te zieken, en dan de volgende dag op eigen gelegenheid
verder te reizen. Maar ik besloot om toch maar gewoon met de bus mee te gaan.
Gelukkig reden we later door een wat vlakker landschap. Het laatste stuk zelfs
over een echte snelweg. Toen had ik er weinig last meer van.
Om ± 3:30 kwam de bus aan in Bekasi, een voorstad van
Jakarta. Ik wilde nu naar het centrum, om precies te zijn naar Jalan Jaksa, de
straat met de vele hotelletjes. Bij het uitstappen vroeg de chauffeur "You
hotel? Yes?". Ik antwoordde instemmend. Ik had hem al bij het begin van de reis
verteld dat ik naar Jalan Jaksa wilde. Er bleek hier in de buurt geen bushalte
te zijn. Voor 3000 rp kon ik een stukje mee achterop met een brommer. Deze
bracht me echter naar een hotel hier in de buurt. Een nogal duur hotel, en nog
volgeboekt ook. En bovendien niet op de plek waar ik heen wilde. Het
hotelpersoneel was gelukkig erg behulpzaam. Ze zochten precies voor me uit hoe
ik naar het centrum moest komen. De bushalte bleek hier vlakbij te liggen. Het
was trouwens op dit uur al best wel druk in de bus. Ik had nu nog steeds mijn
ondergekotste broek aan, maar ik dacht "als iedereen hier in de bus van die
vieze sigaretten mag roken, dan is het ook niet zo erg als ik hier met een naar
kots stinkende broek aan zit".
Na enige tijd ontwaarde ik het nationaal monument, de enorme
toren die vanuit vrijwel heel Jakarta is te zien. Zodoende kon ik vrij makkelijk
zien waar ik uit moest stappen. Het was niet zo ver meer lopen naar Jalan Jaksa.
Het was ongeveer 5 uur 's ochtends toen ik er aankwam. De meeste hotelletjes
zaten op dit moment vol. Wel kon ik nog ergens een plaats op een slaapzaal
krijgen. Ik nam er eerst een douche. Daar was ik nu wel aan toe. Daarna kon ik
eindelijk gaan slapen.
Toen ik weer wakker was ging ik op zoek naar een ander
hotelletje. Ik wilde de komende paar nachten toch liever een eigen kamer. En in
dit hotel vond ik de kamers iets te duur. Ik wilde het liefst naar Bloemsteen
hotel. Daar was ik op het begin van de reis ook geweest, en dat was me goed
bevallen. Ze hadden er nog een kamer vrij. Ik ging terug naar het andere hotel
om mijn spullen op te halen. Daar hoefde ik maar voor een halve nacht te
betalen, omdat ik zo laat was aangekomen.
Na het ontbijt ging ik naar het Nationaal Museum. Dat lag
op loopafstand hier in de buurt. Dit was best een interessant museum om te zien.
Er was onder andere van alles te zien over de oude culturen van de verschillende
eilanden. Hierna ging ik een hapje eten bij de McDonalds hier in de buurt. Hier
vlak naast lag het warenhuis 'Sarinah', een van de grotere van Jakarta. Er was
hier ook een afdeling met allerhande souvenirs uit alle delen van het land. Hier
werden natuurlijk gewoon vaste prijzen gerekend. Deze zijn in het algemeen hier
wel wat aan de hoge kant. Toch kan je je zo wel een indruk van de gangbare
prijzen vormen. Hier merkte ik ook dat mijn batiks uit Yogya aan de dure kant
waren geweest. Verder had deze winkel ook een speciale 'Muslim Corner'. Een
hoekje waar allerlei moslim-artikelen werden verkocht. Zo kon je hier b.v. voor
een paar gulden zo'n wit gehaakt haji-mutsje kopen. Verder korans, chadors,
enzovoorts.
Scooter riksja's
Halverwege de middag ging ik weer terug naar mijn hotel. Ik
nam gelijk een douche, want het was vandaag weer behoorlijk heet, en ik zweette
als een paard. Hierna was het tijd voor een siësta om de slaap weer wat in
te halen.
'S avonds at ik bij een mexicaans restaurant hier in de
buurt. Hier had Leendert me van verteld. Het eten smaakte voortreffelijk, maar
het was er wel erg duur. Na het eten ging ik terug naar het hotel. Daar heb ik
de rest van de avond op de veranda doorgebracht. Het was er erg gezellig, net
als de eerste keer toen ik hier was. Ik sprak onder andere met een nederlands
stelletje dat samen met mij hier heen gevlogen was. Ze zouden ook met dezelfde
vlucht weer teruggaan. Zijn waren uitsluitend op Sumatra geweest. Het was
trouwens opvallend hoe stil het hier was in het tuintje. Je hoorde hier totaal
niets van verkeer of ander lawaai. En dat in het centrum van een miljoenenstad.
Wel waren er hier behoorlijk veel muggen.
Vandaag bezocht ik het oude deel van de stad. Dit is gelegen
rond de haven in het noorden van de stad. Hier zijn nog enige overblijfselen uit
de koloniale tijd terug te vinden. Onder andere een typisch nederlandse
ophaalbrug en een klein fortje. Het minuscule pleintje van dit fort was een oase
van rust temidden van dit drukke stadsdeel. In dit gebied vind je ook nog enkele
sloppenwijken langs de rivier.
De belangrijkste bezienswaardigheid in deze buurt is de
haven. Hier liggen een groot aantal grote houten zeilschepen afgemeerd. Dit
soort schepen wordt nog steeds gebruikt voor het transport van goederen tussen
de eilanden. Op het moment dat ik er was werden er vooral veel houten balken
gelost. Deze werden een voor een door arbeiders via een smalle loopplank van het
schip afgedragen. Op een gegeven moment ben ik maar weggegaan omdat ik de hitte
hier niet meer kon verdragen. De zon brandde hier vandaag ontzettend fel. De
havenarbeiders hadden daarom ook allemaal petjes of hoeden op.
Oude haven
Hierna ging ik op weg naar de dierentuin. Deze moest hier in
Jakarta wel de moeite waard zijn. Het was nog een hele rit met de bus. Toen ik
er aankwam had ik even moeite om de ingang te vinden. Ik volgde daarom maar een
groep kinderen die hier ook uitgestapt waren. Toen ik een kaartje wilde kopen
bleek ik echter voor de ingang van een zwembad te staan. Achteraf gezien zou dat
nog niet eens zo'n slecht idee zijn geweest, want ik had het op dat moment
behoorlijk warm en een frisse duik zou best lekker zijn geweest. Maar ja, ik had
nu eenmaal geen zwemspullen bij me. In de dierentuin had ik me vooral verheugd
op de komodo-varanen. Deze bleken nu echter te slapen in de schaduw. De rest van
de dierentuin was best wel de moeite waard.
'S avonds at ik in het restaurant onder het Sarinah
warenhuis. Dit restaurant is gespecialiseerd in gerechten uit alle delen van
Indonesië. Ik bestelde er Lontong. Dit zijn een soort rijstballetjes. Het
viel me echter nogal tegen. De lontongs waren koud. Daarmee bedoel ik niet lauw,
maar echt op koelkast-temperatuur. En de pindasaus, die ik normaliter erg lekker
vind, vond ik nu veel te zoet.
Na het eten ging ik weer terug naar het hotel en bracht daar
weer de avond op de veranda door. Het was er weer net zo gezellig als gisteren.
Je kon er met allerlei reizigers verhalen uitwisselen.
Dit was mijn laatste dag in Indonesië. Mijn vliegtuig
zou eind van de middag vertrekken. Ik sliep lekker lang uit en na mijn tas
ingepakt te hebben, bracht ik de rest van de ochtend door op de veranda. Het was
weer een warme dag vandaag. Ik nam daarom begin van de middag, voordat ik weg
ging, in het hotel nog snel een allerlaatste douche. Hierna begaf ik me naar het
nabijgelegen station Gambir, alwaar ik de bus naar het vliegveld nam.
Ik kwam er ruim op tijd aan. Nog te vroeg om in te kunnen
checken zelfs. Ik bracht mijn tijd door met een boek wat ik van Leendert
meegekregen had. Bij het inchecken zag ik tal van bekende gezichten terug van
mensen die ook op de heenreis met dezelfde vlucht waren meegevlogen. Met enkelen
van hen maakte ik een praatje. Eind van de middag vertrok het vliegtuig. Net als
op de heenreis maakten we ook nu een korte tussenstop in Singapore. Na ongeveer
een uurtje vlogen we weer verder.
Begin van de nacht landden we in Karachi. We moesten, net als
op de heenreis, hier weer enkele uren wachten. Dit keer zelfs nog iets langer
dan de vorige keer. Maar dat vond ik beslist niet erg, want zodoende kon ik hier
weer lekker enkele uren op de zachte bankjes slapen.
Op een gegeven moment moesten we helaas toch onze slaap weer
onderbreken om verder te vliegen. We vlogen nu rechtstreeks naar Schiphol, dus
niet zoals de vorige keer ook nog met een tussenstop in Lahore. In het vliegtuig
vertoonden ze weer enkele filmpjes. Voor een deel dezelfde filmpjes die ze al
een aantal malen eerder hadden laten zien, zoals b.v. een aflevering van Mr Bean
(Mr Bean bij de tandarts) en flauwe aflevering van Perfect Strangers. Maar ook
een spannende Science Fiction film genaamd "Stargate".
Eind van de ochtend (nederlandse tijd) landde het vliegtuig
op Schiphol. Omdat ik vlakbij de deur zat kon ik als een van de eersten
uitstappen. Bij het binnenkomst op het vliegveld kon ik zo doorlopen. Een andere
jongen, van pakistaanse origine maar met een nederlands paspoort, werd uitvoerig
gecontroleerd. Ik was weer terug in het land van Janmaat en Bolkestein. Ook bij
de paspoort controle ging het vlot. Er was niemand aanwezig. Een beambte die een
eind verderop stond riep "Zijn jullie nederlanders?". We knikten en dus konden
we zo doorlopen. Als eerste kwam ik bij de bagage-transportband aan en mijn tas
was ook een van de eersten die daar aankwam. Dat ging dus allemaal lekker vlot.
Ook op de trein hoefde ik niet lang te wachten. In Rotterdam
stapte ik uit en nam de metro naar Zuidplein, en van daar nam ik de bus naar
Zierikzee. In Nederland bleek de warme zomer van '95 inmiddels weer bijna
afgelopen te zijn.