Om 6 uur piepte mijn wekkertje dat het tijd was om op te
staan. We namen een bemo naar Ampenan. Daar op het station namen we afscheid.
Leendert nam een bemo naar het vlakbij gelegen vliegveld, en ik nam er een naar
station Sweta. Van daar af zou ik een bemo naar de haven Lembar nemen. Onderweg
naar Sweta vroeg de bemo-chauffeur of ik naar Lembar wilde. Ik antwoorde
bevestigend. De chauffeur stopte daarop bij een andere bemo die langs de weg
stond geparkeerd en vertelde dat die naar Lembar zou gaan. Dat leek me wel
handig, want nu zou ik waarschijnlijk sneller in Lembar aankomen. Ik wilde
namelijk proberen de boot van 8 uur te halen, en zat daarom een beetje krap met
de tijd. Ik vergewiste me ervan dat ik gewoon het normale tarief zou moeten
betalen en het ding dus niet zou charteren. De bemo bleef echter lang wachten,
waarschijnlijk tot er nog meer passagiers zouden komen. Het duurde mij een
beetje te lang. Ik wist dat ik op het drukke station Sweta waarschijnlijk binnen
een minuut een volgende bemo zou kunnen hebben. Ik hield daarom de eerstvolgende
bemo naar Sweta aan om daarmee verder te reizen. Ook dit keer wees de chauffeur
me na een tijdje onderweg op een andere bemo die naar Lembar zou gaan. Dit keer
zag het er beter uit. Er zaten al andere passagiers in de bemo en zo te zien was
hij al onderweg. Dat bleek te kloppen. Net op tijd kwam ik in de haven van
Lembar aan. Op de boot nam ik een ontbijtje. Het werd weer een lange saaie
tocht. Ik sliep er nog wat uit. Gelukkig stond er vandaag niet zoveel wind als
gisteren.
Iets na 12'en kwamen we aan in de haven van Padangbai. Ik
liep snel naar de bemo-parkeerplaats. Het was eventjes zoeken naar de juiste
bemo. Deze reed tot Klungkung. Daar moest ik overstappen. Ik werd naar een lege
bemo verwezen. Ook dit keer maakte ik ze duidelijk dat ik niet van plan was de
bemo te charteren. Maar al snel kwam de bemo vol met andere passagiers. Dit keer
kon ik meerijden tot Gianyar. De bemo ging zelf door naar Denpasar. Ik werd
echter op een voor mijn gevoel verkeerd punt uitgezet. Ik zag hier geen bemo's
richting Ubud langskomen. Op een gegeven moment stopte er een lege bemo die me
voor 3000 rp naar Ubud mee wilde nemen. Ik maakte een praatje met de chauffeur
en liet me daarbij ontvallen dat ik in Ubud een kamer wilde zoeken. Dat had ik
misschien beter niet kunnen doen, want de chauffeur rook nu blijkbaar een kans
om bij een bevriend hotel commissie-geld te vangen. Voor ik er erg in had stopte
hij plotseling ergens langs de kant van de weg. "This is Ubud. Here is hotel."
Het betreffende hotel bleek echter al vol te zijn. De
chauffeur wilde nog andere een hotel opzoeken, maar ik besloot om toch maar zelf
op pad te gaan. Er waren hier een heleboel hotelletjes. Ik had nu alleen geen
idee waar ik ergens in Ubud zat. Zo te zien ergens aan de rand, want het was
hier niet echt dichtbebouwd. De eerste paar hotelletjes waar ik langsging waren
eveneens vol. De volgende had hele mooie schone bungalows met warm water. Ik
vond alleen de prijs van 20.000 rp een beetje aan de hoge kant. Als het voor 1
of 2 dagen was geweest, dan had ik deze kamer wel genomen, maar ik was van plan
om hier in Ubud een dag of 4 te blijven. Bij het volgende hotelletje kon ik een
bungalowtje krijgen van 10.000 rp. De kamer zag er wel wat minder mooi uit dan
de vorige. De douche en WC ruimte was in de open lucht, zij het achter een paar
2 meter hoge muren. Maar het was toch acceptabel om de komende dagen door te
brengen. Het was een soort familie-hotelletje met maar een paar kamers in
bungalowtjes.
Tempel poort
Na een douche ging ik het stadje bekijken. Ubud is min of meer de culturele hoofdstad van Bali. Hier is nog veel van de oude cultuur en tradities bewaard gebleven. Niettemin wordt ook dit stadje druk bezocht door talloze toeristen en staan de straten hier ook vol met souvenirswinkeltjes. Toch is de sfeer hier totaal anders dan b.v. in een badplaats als Kuta. Ik bleek trouwens, anders dan ik eerst dacht, toch nog redelijk dichtbij het centrum te zitten. Ik zat in een zijstraatje van Hanoman road, een lange weg die van noord naar zuid loopt. Deze weg loopt parallel aan Monkey forest road, de hoofdstraat van het stadje. Deze laatste straat is genoemd naar het monkey forest, het apenbos, wat op ± 1 km ten zuiden van Ubud ligt. In dat bos ging ik ook een kijkje nemen. Uiteraard moest je er een kleine toegang betalen. Er waren inderdaad tal van apen te zien. Zowel volwassen aapjes als jongen. De apen waren hier overigens behoorlijk brutaal. Met name als ze merkten als iemand voedsel bij zich had. Op een gegeven moment zag ik een aap die de rok van een vrouw beetgreep en niet meer los liet voordat hij van haar iets te eten had gehad. Na dit bos bekeken te hebben ging ik eind van de middag weer terug naar mijn hotelletje.
Vandaag wilde ik een aantal plaatsen in oost Bali bezoeken.
Op mijn programma stonden ondermeer Klungkung (een oude hoofdstad), Besakih (het
belangrijkste tempelcomplex op Bali) en Goa Gajah (een oude grot met hindoe
beeldjes). Of ik Besakih kon zien was alleen nog de vraag. Ik las in mijn
gidsboeken dat er van daar uit 's middags geen bemo's meer terug zouden rijden.
Als ik als eerste daar naar toe zou gaan en de reis een beetje vlot zou verlopen
zou het misschien net gaan. Besakih was wel het verste punt van mijn tocht en ik
zou verschillende keren van bemo moeten wisselen. Onderweg er naar toe regende
het verschillende malen. In een van de bemo's maakte ik nog een praatje met een
indonesiër die van alles wilde weten over zaken als hoeveel kinderen het
gemiddelde nederlandse gezin heeft, over geboortenbeperking in nederland, of de
pil in het ziekenfonds zat, enzovoort. Geboortenbeperking is een thema wat in
Indonesië erg in de belangstelling staat. Men heeft hier van oudsher
meestal grote gezinnen en daardoor groeit de bevolking groeit tegenwoordig erg
snel. De overheid spoort daarom de mensen aan om maximaal 2 kinderen per gezin
te nemen.
Zo ongeveer eind van de ochtend kwam ik aan in Klungkung.
Het was nu eigenlijk al te laat om nog door te reizen naar Besakih. Misschien
had het nog net gekund, maar dan zou ik er niet veel tijd hebben gehad om alles
te bekijken. Ik besloot daarom om nu maar Klungkung te bezoeken. Klungkung is
van alle plaatsen op Bali het langst onafhankelijk gebleven. Pas in 1908 werd
het door Nederland veroverd. Bij die verovering pleegde de koninklijke familie
rituele zelfmoord. Het oude koninklijke paleis is de belangrijkste
bezienswaardigheid van Klungkung. Althans wat er van over gebleven is, want het
grootste deel ervan is tijdens de verovering verwoest. Toch was het best nog
mooi om te zien. Verder waren er nog een paar museums waarin veel te zien was
over de geschiedenis van de stad.
Na de lunch ging vertrok ik weer uit Klungkung. Vanaf
dezelfde plaats als waar ik gisteren van bemo gewisseld was. Ook dit keer
verwees men me naar een lege bemo die stond te wachten. Dit keer duurde het veel
langer voordat er andere passagiers kwamen opdagen. Ik merkte dat er wel
allerlei bemo's langsreden die de goede richting opgingen. Dus toen was ik snel
weg. In de buurt van Gianyar werd ik weer op dezelfde plaats uitgezet als
gisteren. Dit keer viel ik met mijn neus in de boter, want er was hier op deze
plek nu net een hindoe-crematie bezig. Dit zijn meestal indrukwekkende
gebeurtenissen. Niet alleen de gestorvene zelf wordt er gecremeerd, maar ook
allerlei houten beelden, offergaven, enzovoort. Het is altijd een heel kleurrijk
spektakel. Op zulke crematies komen wel altijd een hoop toeristen af. Er worden
hier op Bali zelfs speciale tours voor georganiseerd. Ook bij deze crematie
waren er een hoop aanwezig. Omdat ik hier bij toeval langskwam zat ik in feite
voor een dubbeltje op de eerste rang. Ik heb er een hoop mooie foto's kunnen
maken. Althans, dat vermoed ik. Want het betreffende rolletje bleek achteraf bij
thuiskomst helaas in zijn geheel mislukt te zijn.
Na de crematie gezien te hebben ging ik weer verder richting
Ubud. Onderweg bij Goa Gajah stapte ik uit. Ik was hier gisteren ook al langs
gereden, dus ik wist nog waar het ongeveer was. Vanaf de weg kwam je eerst door
een straatje met talloze toeristenwinkeltjes. Daar ben ik maar snel doorheen
gestapt. Bij de ingang kreeg je, als je in korte broek liep, een sarong
aangeknoopt. Dat is een soort traditionele balinese lange rok. De grot in
kwestie vond ik een beetje tegenvallen. Het zag er allemaal nogal vervallen uit
en de beeldjes waren ook nauwelijks als zodanig herkenbaar. Het zal allemaal
best zijn historische waarde hebben. Maar ik had het al vrij snel weer bekeken.
Hierna ging ik weer terug naar mijn hotel. Daar maakte ik nog een praatje met
een nederlander die in de kamer naast me was gekomen.
'S avonds zou ik naar een balinese dansvoorstelling gaan. Ik
had het kaartje gekocht via de mensen van mijn hotel. De voorstelling zou
plaatsvinden in het plaatsje Padangtegal en zou 7 uur beginnen. Ik ging daarom
deze dag vrij vroeg eten, zodat ik om ongeveer half 7 weer bij mijn hotel was.
Ik verwachtte dat er vanaf mijn hotel wel een busje ofzo naar de voorstelling
zou gaan. Ik had tenminste in mijn boeken gelezen dat dat gebruikelijk was bij
voorstellingen in nabijgelegen dorpjes.
Toen het bijna 7 uur geworden was, kwam er nog steeds geen
busje. Ik vroeg daarom aan een van de mensen van het hotel hoe het zat. De
conversatie verliep erg moeizaam omdat ze maar zeer gebrekkig engels spraken. Ik
begreep dat ik naar Hanoman road moest lopen en daar een paar honderd meter
noordwaarts. Daar zou dan wel een busje staan, dacht ik. Ik kon daar echter
nergens een busje vinden. Ik liep zelfs helemaal tot het eind van de straat.
Daar aangekomen besloot ik om maar naar het toeristen informatie bureau te gaan
om te zien of die me konden helpen. Daar vertelden ze me dat Padangtegal niet
een dorpje in de buurt was, maar een wijk van Ubud, en wel de buurt rond Hanoman
road. Daar vertrok dus geen busje, maar daar zou de voorstelling zelf zijn. Ze
vertelden me dat ik op Hanoman road ongeveer 1 km zuidwaarts moest lopen. Dat
zou ongeveer aan het andere uiteinde van de straat zijn. Dus dan hadden de
mensen van het hotel me nog de verkeerde kant uitgestuurd ook. Met grote passen
liep ik er naar toe, in de hoop toch nog wat van de voorstelling te kunnen zien.
Die was namelijk inmiddels allang begonnen. Ik kon de voorstelling echter ook nu
niet vinden.
Kwaad liep ik terug naar mijn hotel. Daar vertelde ik de
familie wat er gebeurd was. De moeder vertelde dat de voorstelling niet ver hier
vandaan was. Ze besloot om er samen met me heen te lopen. Ook twee van haar
kinderen liepen mee. De voorstelling was toch ongeveer op de plaats die een van
de dochters me die avond had verteld. Bij het toeristenbureau hadden ze dus de
afstand verkeerd ingeschat. Helaas was er nu niet veel meer te zien. De moeder
wilde het goed maken. Ze beloofde dat ik morgen een nieuwe dans zou kunnen
bekijken. Ze zou proberen mijn ticket weer in te wisselen. Ik werd ook nog
uitgenodigd om deze avond met de familie een kopje thee te drinken. Daar kreeg
ik nog de foto-albums van de familie te zien.
Vrouwen bij tempel
Vandaag wilde ik een fietstocht in de omgeving maken. De
fiets huurde ik via de familie van het hotel. Het leek me het handigst om het
gebied ten noorden van Ubud te verkennen. Dan zou ik op de heenweg heuvelop
moeten en op de terugweg heuvelaf.
Ten noorden van Ubud waren veel mooie rijstvelden. Het
fietsen heuvelop ging af en toe behoorlijk zwaar. Het was vandaag een beetje
bewolkt. Dat kwam wel goed uit, want van het fietsen kreeg je het al warm
genoeg. Ook stond er een licht koel briesje. Onderweg kwam ik nog door het
plaatsje Tegallalang waar veel houtsnijwerk kunstenaars wonen.
Rijstvelden
Hierna reed ik verder naar het plaatsje Tampaksiring. Hier
heb je twee oude tempels. De eerste tempel lag in een smal rivierdalletje.
Uiteraard moest je hier weer betalen en een sarong om doen voordat je er heen
mocht. Er waren een paar uit de rots uitgehakte beelden en een oud
tempelcomplex. Eigenlijk was het hier een beetje hetzelfde verhaal als gisteren
bij Goa Gajah. Uit historisch oogpunt wellicht interessant, maar niet echt
bijzonder mooi om te zien. De andere tempel in Tampaksiring vond ik mooier. Deze
was gebouwd rond een soort warm water bronnen. In het midden was een vijvertje
waar je kon zien dat op de bodem water en modder naar boven borrelde. Volgens
het plaatselijk geloof heeft het water een bijzondere geneeskrachtige werking.
Zoiets als de Ganges rivier in India, of Lourdes in Frankrijk. Vandaar dat er
een heel tempelcomplex omheen is gebouwd. Na dit gezien te hebben ging ik weer
terug richting Ubud. Dit keer ging alles heuvelaf. Verreweg het grootste deel
van de rit hoefde ik niet te trappen en kon me gewoon naar beneden laten rollen.
Deze avond zou er weer een dansvoorstelling zijn. De mensen
van het hotel hadden mijn ticket van gisteren nog om kunnen wisselen. Omdat de
voorstelling al om 7 uur zou beginnen ging ik vroeg eten in een restaurantje
vlak bij de tempel waar het gebeuren zou plaatsvinden. Bij de voorstelling was
het vrij druk. Vrijwel alle toeschouwers waren overigens toeristen. Er zouden 3
verschillende dansen getoond worden. De eerste dans was een z.g. Kecak dans.
Deze dans beeld het bekende hindoeïstische Ramayana verhaal uit. Het
kenmerkende van deze dans is de grote groep mannen die in cirkels om de
eigenlijke dansvoorstelling heen op de grond zitten. Deze mannen maken vreemde
geluiden en dansen al zittend mee. De tweede dans was een z.g. Sanghyang Dedari
dans. Hierbij dansen 2 jonge meisjes synchroon met hun ogen dicht. Ze worden
muzikaal begeleid door het mannenkoor van de kecak-dans. De 2 meisjes worden
geacht tijdens de dans in trance te verkeren. De laatste dans was de z.g. vuur-
dans (Sanghyang Jaran). Ook deze dans was een soort trance dans. Een man danst
met een soort houten stokpaard over gloeiende stukken houtskool heen. Al met al
waren de dansen een indrukwekkend schouwspel.
Na de dansvoorstelling belde ik naar huis op. Hierna besloot
ik om nog wat te gaan eten. Omdat ik vandaag vrij vroeg gegeten had, had ik weer
honger gekregen. Tijdens het eten maakte ik nog een praatje met een nederlands
gezinnetje. Ze waren naar Penelokan op de Batur berg geweest. Normaal gesproken
heb je hier een prachtig uitzicht, maar door de bewolking van vandaag hadden ze
er bijna niks van kunnen zien.
Dit was alweer mijn laatste dag in Ubud. Deze ochtend bezocht
ik een schilderijen-museum in Ubud. In en rond Ubud wonen zeer veel kunstenaars.
In het begin van de eeuw zijn ook een aantal westerse kunstenaars in Ubud komen
wonen, die ook hun invloed op de hedendaagse balinese schilderkunst hebben
gehad.
Na het museum gezien te hebben, kocht ik in een boekhandel
een klein taalgidsje indonesisch. Dat leek me toch wel handig van pas komen.
Onder andere om wat makkelijker met de familie van het hotel te kunnen
communiceren. Voor de rest van de dag had ik weinig plannen meer. Ik had er
eerst nog over gedacht om naar Pejeng te gaan, een dorpje in de buurt waar ook
een aantal oude bezienswaardigheden waren. Maar omdat de meeste
bezienswaardigheden die ik tot nu toe op Bali gezien had een beetje waren
tegengevallen, had ik hier niet zoveel zin meer in. Ik besloot om maar eens een
dagje kalm aan te doen en lekker op mijn veranda te luieren.
Deze avond ging ik opnieuw naar een dansvoorstelling. Dit
keer naar een z.g. Barong dans. Ook dit keer kocht ik het kaartje weer via de
mensen van het hotel. Dat liep trouwens niet helemaal via een leien dakje. Toen
ik het kaartje nog eens goed bekeek zag ik dat het een kaartje was voor een dans
voor morgen. De moeder van de familie ging het kaartje snel omwisselen. Dat
lukte gelukkig nog op tijd. De dans van vandaag bleek wel een uur eerder te
beginnen dan die van morgen. Dat bleek al over een paar minuten te zijn.
Gelukkig kwam ik er net op tijd aan. Het was vandaag
trouwens een stuk minder druk. Deze avond werden de dansen begeleid door een
gamelan orkestje. Zo'n orkestje bestaat uit een aantal trommels, gongen en een
soort xylofoons. De eerste dans was een Barong dans. Een barong is een soort
langharig mythologisch dier wat enigszins aan een leeuw doet denken. Het is een
soort grote pop grote waar 2 mensen in zitten. De ene bedient de kop, de andere
het achterlijf. Het was erg grappig om te zien. Daarna volgde een korte dans
door 3 meisjes. Vervolgens kwam de belangrijkste dans van de avond. Dit beeldde
een verhaal uit het hindoeïstische Mahabharata epos uit. Hoewel we een
papier hadden gekregen met een korte samenvatting, was het verhaal toch vrij
moeilijk te volgen. Tenslotte werd een z.g. kris dans uitgevoerd. Het verhaal
verbeeldt de strijd tussen goed en kwaad. De barong neemt het op tegen de boze
heks Rangda. De barong wordt hierbij geholpen door een aantal mannen met
krissen. Deze worden op een gegeven moment door Rangda behekst zodat ze in
trance raken en met hun krissen tegen zichzelf gaan vechten. Uiteindelijk worden
de mannen door een priester uit hun trance gehaald door ze met wijwater te
besprenkelen. Daarmee is dan de dans ten einde.
Na de dans kon ik eindelijk gaan eten. Ik had intussen al
flinke trek gekregen. In Nomad's restaurant bestelde ik taco's. Die vielen hier
echter een beetje tegen en ze waren nog erg duur ook.
Vandaag wilde ik naar Lovina, een badplaatsje in het noorden
van het eiland. Aanvankelijk wilde ik er via Penelokan heen. Penelokan is een
plaatsje aan het meer van Batur, gelegen op de gelijknamige berg. Het is een
mooie omgeving waar je prachtige uitzichten hebt. Mits het goed weer is. Mijn
plan was om er met de bemo heen te gaan. Daar wilde ik dan proberen om mijn
rugzak ergens in een restaurant of zo in bewaring te geven om dan een wandeling
in de omgeving te maken en daarna weer per bemo verder te reizen naar Lovina.
Maar omdat het deze morgen regende was de kans groot dat er vandaag weinig te
zien zou zijn. Ik ging daarom maar via de gebruikelijke route (via Denpasar en
Bedugul) naar Lovina.
Gelukkig was het net opgehouden met regenen toen ik uit mijn
hotel vertrok. Mijn regenpak hoefde ik zodoende niet meer aan. Gedurende de rit
moest ik verscheidene malen van bemo verwisselen. Onderweg zag ik in een dorpje
nog een aantal praalwagens staan, ter gelegenheid van de feesten op 17 augustus.
In de buurt van het bergdorpje Bedugul werd het mistig. Dat kwam door de
laaghangende bewolking. Ook bij het nabijgelegen Bratan meer was het mistig. Het
zag er naar uit dat ik een juiste beslissing had genomen om Penelokan links te
laten liggen. Aan de andere kant van de bergen was het beter weer. Dit kwam
doordat de wind uit het zuidoosten kwam. De wolken worden hier door de
bergtoppen tegen gehouden. De weg naar beneden was aan deze kant wel een stuk
steiler en met meer haarspeldbochten. Dat was wel hinderlijk, want middenin de
volle bemo had je nergens houvast en werd je dus bij iedere bocht heen en weer
geslingerd. In deze omgeving had je veel kruidnagelbomen. De kruidnagelen werden
langs de kant van de weg op grote matten in de zon gedroogd. Je kon het goed
ruiken. In Singaraja, de grootste stad van noord-Bali, raakte ik in de bemo in
gesprek met iemand die een aardig hotelletje wist. Normaliter ben ik altijd erg
op mijn hoede met dit soort adviezen, maar dit leek een aardig aanbod. Hij leek
bovendien ook geen professionele ronselaar. Hij kwam ook uit Ubud en was hier op
familiebezoek.
Uiteindelijk kwamen we aan in Lovina, na een reis met 6
verschillende bemo's die me in totaal 6000 rp hadden gekost. Lovina bestaat uit
een aantal kleine dorpjes langs de kust. In totaal strekt het gebied zich over
zo'n 7 kilometer uit langs de kust. Het is allemaal vrij dun bebouwd. De meeste
hotelletjes zijn gelegen aan zijweggetjes die van de drukke kustweg naar het
strand lopen. Over het algemeen zit je er in een zeer rustige omgeving. Het
hotelletje bleek zeer redelijk te zijn en nog goedkoop ook (10.000 rp). Ik zat
een beetje aan de oostkant van Lovina op zo'n 200 meter van het strand. Het was
hier lekker zonnig. Dat was weer een welkome afwisseling na Ubud waar het het
grootste deel van de tijd bewolkt was geweest. Ik kon hier tenminste weer eens
zonder problemen mijn kleren wassen en in de zon laten drogen.
'S middags ging ik eerst langs bij het toeristen informatie
bureau. Ik wilde weten of er hier in de buurt rondritten werden georganiseerd.
Ik was het gereis met die bemo's namelijk een beetje beu. Ze waren wel goedkoper
dan toeristenbussen, maar het was zeker niet de snelste en meest gemakkelijke
manier om ergens te komen. Dat had ik op mijn tocht naar oost-Bali wel gemerkt.
Er bleken hier echter geen bustochten georganiseerd te worden, maar alleen
jeeptochten. Deze zouden zo'n 90.000 rp kosten. Als je dan met een man of 4 bent
is dat nog wel op te brengen, maar voor mij alleen was dat veel te veel. Het was
helaas dus toch op bemo's aangewezen. Verder wilde ik hier ook weten wat de
mogelijkheden waren om van hier naar Java te komen. Er bleek een shuttlebus te
rijden van hier rechtstreeks naar Bromo, de plaats waar ik hierna naartoe wilde.
Het was een aantrekkelijk aanbod. Als ik daar per bemo naartoe zou gaan zou ik
niet veel minder kwijt zijn geweest, maar dat had me dan waarschijnlijk wel een
extra dag reizen gekost.
Straat warung
Hierna ging ik naar het strand. Je had hier zwart
vulkaanzand. Ik had zoiets al eerder in Griekenland op het eiland Santorini
gezien. Het strand was trouwens niet erg groot. Ik kocht hier nog wat kleren;
een extra bermuda en ook een sarong. Ik had op deze reis al wel mijn lungi (een
soort indiase sarong) bij me, maar die was wat aan de kleine kant. Zowel als
strandlaken, alsmede om hem als rok om in tempels te dragen, voldeed de nieuwe
sarong beter.
'S avonds ging ik eten in het Superman restaurant. Volgens
mijn gidsboeken moest dit een erg goed en gezellig restaurant zijn waar veel
rugzak toeristen kwamen. Ook Leendert was er weleens geweest. Het was echter een
behoorlijk eind lopen, veel verder dan ik verwacht had. Het lag op zo'n 3
kilometer afstand. Druk was het er trouwens niet, integendeel. Maar het eten
smaakte er voortreffelijk. Bij de saté werd hier friet in plaats van de
gebruikelijke witte rijst geserveerd. Dat smaakte goed in combinatie met de
pindasaus van de saté. Ook zat er een salade bij die heel lekker was
klaargemaakt met azijn, zout en peper.
Vandaag zou het zogezegd een bemo-dag worden. Ik wilde een
aantal bezienswaardigheden in de omgeving bekijken. Op mijn programma stonden
o.a. het Bratan meer bij Bedugul en de Gitgit waterval. Allereerst nam ik een
bemo naar Singaraja, om precies te zijn naar het west station. Singaraja heeft
namelijk 3 verschillende bemo stations. Een in het westen, een in het zuiden en
een in het oosten van de stad. Vanaf het west station nam ik een bemo naar het
centrum om er bij het postkantoor geld te wisselen. Daarna nam ik een bemo naar
het zuid station. Daar nam ik een bemo naar de Gitgit waterval. Deze lag aan de
weg richting Bedugul. Vanaf de weg moest je een klein paadje volgen langs
talloze kleine toeristenwinkeltjes. De waterval zag er indrukwekkend uit. Het
was er ook lekker koel.
Hierna vervolgde ik mijn weg richting Bratan meer. Het was
vandaag gelukkig niet mistig zoals gisteren, al hing de bewolking er wel laag.
Het was wel indrukwekkend om te zien hoe de wolken soms over de bergtoppen
heenkropen. Mijn precieze doel bij het Bratan meer was het Ulu Danau
tempelcomplex. Deze is gelegen aan de rand van het meer. Een gedeelte ervan ligt
op een klein eilandje. Het was niet moeilijk om te zien waar ik uit moest
stappen. Op de betreffende plaats was langs de weg een groot parkeerterrein met
bussen en toeristenwinkeltjes. Het was er dan ook erg druk met toeristen. De
tempel zelf was erg mooi. Na dit gezien te hebben nam ik een lunch in een warung
bij het parkeerterrein. De nasi goreng was aan de scherpe kant, maar wel lekker.
De thee echter was mierzoet en had een raar vies smaakje.
Ulu Danau tempel
Ik ging nu weer terug richting Singaraja. Het viel dit keer
niet mee om een bemo te pakken te krijgen. Na een tijdje langs de kant van de
weg gewacht te hebben besloot ik om maar te gaan lopen richting het bemostation
wat een paar kilometer verderop lag. Van daaruit zouden er vermoedelijk wel
regelmatig bemo's vertrekken. Onderweg naar dat station stopte er uiteindelijk
toch nog een lege bemo. Ik mocht voorin gaan zitten. Dat was verreweg de beste
plek, vooral op zo'n weg als deze met zijn vele haarspeldbochten. Bij het
station stapten nog wat meer mensen in. Hier in de buurt van het Bratan meer had
je vaak prachtige uitzichten. Ik baalde er een beetje van dat ik er nu geen
foto's van kon maken. Op een gegeven moment echter stopte de chauffeur ergens om
bij een huis wat spullen af te geven. Toen kon ik toch nog even uitstappen en
snel een foto maken.
Bij het zuid station van Singaraja brandde de zon weer flink
heet. Bij het meer was het vanwege de hoge ligging vrij koel. Ik besloot om nu
naar Sangsit te gaan. Dat is een stadje ten oosten van Singaraja. Het moest een
hele mooie tempel hebben. Ik nam daarom een bemo naar het oost station van
Singaraja. Van daar nam ik een bemo naar Sangsit. De tempel was heel apart om te
zien. De tempels hier in het noorden van Bali hebben een iets andere
architectuur dan die in het zuiden. Ze zijn namelijk veel uitbundiger
gebeeldhouwd. Deze tempel hier in Sangsit was er een duidelijk voorbeeld van.
Tempel bij Sangsit
Hierna ging ik weer terug richting Lovina. Eerst per bemo
naar het oost station. Daarna per bemo naar het west station. Dit was trouwens
misschien wel de meest volle bemo waar ik tijdens mijn vakantie in gezeten heb.
Tot slot nam ik een bemo van het west station naar Lovina. In totaal had ik
vandaag in 11 verschillende bemo's gezeten, wat me in totaal 8300 rp koste.
Eenmaal in mijn hotel nam ik eerst een douche, want ik
voelde me na de tocht erg warm en bezweet. Eind van de middag ging ik nog even
naar het strand, maar daar werd het toen een beetje bewolkt. De
kledingverkoopsters waarbij ik gisteren een bermuda en een sarong had gekocht,
waren blij me weer te zien. Ze probeerden me tot nog meer aankopen over te
halen. Maar helaas, alle moeite was tevergeefs.
Ik stond vandaag vroeg op om mee te gaan met een
dofijnentocht. Zo'n tocht vormt een van de voornaamste attracties van Lovina.
Iedere ochtend rond zonsopgang zwemt er een groep dolfijnen voor de kust. Je kan
er dan met een bootje naar toe varen om ze te bekijken. Helaas is het de laatste
jaren niet meer zo spectaculair als het vroeger was. Tegenwoordig komen er
iedere ochtend vele tientallen bootjes met toeristen naar de dolfijnen, en
allemaal willen ze er zo dicht mogelijk naar toe varen. De dolfijnen worden
daardoor erg opgejaagd. Het is daarom niet eens meer zeker of je überhaupt
wel dolfijnen te zien krijgt.
Ik had een bootje geregeld via een jongen van mijn hotel.
Hij bestuurde ook de boot. Verder ging er nog een italiaans stelletje mee wat
ook in hetzelfde hotel zat. Het zijn kleine smalle bootjes voorzien van een
snelle buitenboordmotor. Vlak voor zonsopgang vertrokken we. Al snel bleek dat
we niet de enigen waren. Er was een hele vloot met mensen op dolfijnen-safari.
Al vrij snel werden er dolfijnen gesignaleerd. Zodra die door iemand gezien
werden vaarden alle bootjes zo snel mogelijk die kant op. De dolfijnen bleven
nooit lang boven water. Meestal maar enkele tientallen seconden. Daarna
verdwenen ze weer voor enkele minuten onder water en was het een verrassing waar
ze daarna ergens zouden opduiken. Toch hebben we nog enkele malen dolfijnen
vlakbij ons bootje kunnen zien.
Na de dolfijnentocht gingen de italianen snorkelen. Ik
besloot om ook mee te gaan. De snorkelplaats lag een klein stukje uit de kust.
We voeren er met hetzelfde bootje heen. Het zag er onder water prachtig uit.
Heel veel mooie koralen en ook mooie gekleurde vissen. Maar eigenlijk was het
bij Gili Trawangan toch nog iets mooier dan hier.
Na het snorkelen nam ik eerst een douche om het zoute water
af te spoelen. Daarna ging ik ontbijten in het restaurantje van het hotel. De
italianen zaten er ook, evenals een oostenrijks stelletje (die ik ook al eerder
had gesproken). De italianen en oostenrijkers hadden het erover hoe het zou zijn
om voor langere tijd in Azië te verblijven, bijvoorbeeld een paar jaar. Ze
wilden ontsnappen aan het snelle gejaagde levensritme thuis in Europa. Of het
echt concrete plannen waren of dat het bij fantasie bleef, werd me niet helemaal
duidelijk. Ze leken zich echter al goed geïnformeerd te hebben over de
mogelijkheden. Volgens hun waren de Filippijnen het meest geschikt van alle
landen in Azië om er voor lang tijd te verblijven.
Vandaag wilde ik nog een paar bezienswaardigheden in de buurt
bezoeken waar ik gisteren geen tijd meer voor had gehad. Eind van de ochtend nam
ik een bemo richting Banjar. Daar zijn warmwaterbronnen en een boeddhistische
tempel. De bemo reed alleen langs de kustweg. Om de een paar kilometer
landinwaarts gelegen warmwaterbronnen te bereiken, kon je tegen een geringe
vergoeding (500 rp) meerijden achterop een brommer. Van de warmwater- bronnen
had ik me iets anders voorgesteld. Het bleek een soort zwembad te zijn. Van het
natuurverschijnsel zelf was niets te zien. Toch was het heel aardig. Het warme
water liep uit gaten in de muur in de bassins. Ik was stom genoeg vergeten
zwemkledij mee te nemen. Ik ging daarom maar in mijn bermuda zwemmen, hopende
dat die daarna wel snel op zou drogen in de felle zon. Dat laatste bleek echter
niet zo vlot te gaan. Ik kocht daarom maar in de nabijgelegen
toeristenwinkeltjes voor een paar gulden een droge bermuda.
De weg terug naar de kustweg liep ik te voet. Het was
heuvelaf, dus niet erg zwaar. Ik wilde eigenlijk nog naar de boeddhistische
tempel gaan, maar wist niet goed hoe ik daar moest komen. Toen ik beneden aan de
heuvel aangekomen was bood een man met een brommer aan me er heen te brengen.
Het koste me wederom 500 rp. Boeddhistische tempels zijn een zeldzaamheid op
Bali, omdat de bevolking tegenwoordig hoofdzakelijk uit hindoe's bestaat, met
hier en daar een kleine moslim minderheid. De tempel had aan de buitenkant wel
een beetje dezelfde bouwstijl als de balinese hindoe-tempels. Om binnen te komen
moest ik mijn sarong weer om. Ik had inmiddels geleerd hoe je zo'n ding aan
moest doen. Een paar deense meisjes vertelden dat ze het me beeldig vonden
staan. Binnenin de tempel was er een mooie tuin met een vijvertje. En verder
waren er uiteraard de nodige Boeddha-beelden te zien. Op de terugweg reed ik
wederom voor 500 rp met een brommertje mee naar de kustweg, en daarna per bemo
terug naar het hotel.
Toen ik daar aankwam was het inmiddels de hoogste tijd voor
een lunch. Ik nam weer eens mijn favoriete indonesische lunch-gerecht: kentang
goreng. Verder ben ik deze middag nog naar het strand geweest en heb ik ook nog
mijn kleren gewassen. De kleren die ik hier in Lovina gekocht had bleken van
niet al te beste kwaliteit te zijn. Bij het wassen gaven ze namelijk veel
kleurstof af aan het water.
Deze avond was er niet veel te doen in Lovina. Dat verbaasde
me een beetje. Het was vandaag immers de 17e augustus, de nationale feestdag en
dit jaar 50e verjaardag van het uitroepen van de onafhankelijkheid. Bijna overal
waar ik de afgelopen weken geweest was had ik voorbereidingen voor festiviteiten
gezien. Het bleek dat hier alles plaats zou vinden in de nabijgelegen stad
Singaraja. Helaas had ik er geen vervoer naartoe. 'S avonds reden er namelijk
geen bemo's meer, en ook de mensen van het hotel konden niks regelen.