Dit jaar wilde ik op vakantie naar Indonesië. Het leek
me een zeer interessant land. Ik had er al veel over gehoord van Leendert (een
vriend van me), en ik had ook zijn dia's gezien. Hij zou dit jaar, evenals vorig
jaar, weer een aantal maanden als reisleider naar dat land gaan. Begin augustus
zou hij tussen 2 reizen in een aantal weken vrij hebben. Het plan was om
gedurende die tijd samen te reizen en daarna nog een paar weken zelf verder rond
te trekken.
Het bleek niet eenvoudig om een vlucht naar het land te boeken.
De belangstelling voor vluchten naar Indonesië was dit jaar erg groot. In
mei stapte ik naar een reisbureau in de buurt. Maar helaas, tot en met augustus
zat alles al volgeboekt. Even leek het er op dat mijn vakantie plannen niet door
zouden kunnen gaan. Maar gelukkig zag ik enige tijd later in de krant een
advertentie van reisbureau Amber waarin tegen een zeer gunstig tarief nog
vluchten in het hoogseizoen werden aangeboden. Ik belde ze op en kon inderdaad
nog een vlucht boeken. Ik zou met Pakistan International Airlines vliegen. Het
was alleen niet meer mogelijk om zoals ik gewild had heen naar Bali en terug
vanuit Jakarta te vliegen. Ik moest dus nog een extra binnenlandse vlucht
boeken. Verder konden ze op dat moment ook de terugvlucht nog niet bevestigen.
Het zou nog een hele tijd duren voor dit geregeld was. Uiteindelijk kreeg ik pas
2 dagen voor vertrek mijn ticket per post thuis bezorgd.
Deze morgen stond ik om een uur of 7 op om te beginnen aan
mijn reis naar Indonesië. Na ontbeten te hebben bracht mijn moeder me naar
het busstation in Zierikzee. Met de Interliner reed ik naar Rotterdam, alwaar ik
de trein naar Schiphol nam. Daar kwam ik iets na 11'en aan. Mijn vliegtuig zou
om 12:30 vertrekken, dus ik was ruim op tijd. Bij het inchecken was het echter
nogal druk en het schoot er ook niet erg op, zodat ik daarna niet zo gek veel
tijd meer had. De tax-free shops heb ik maar links laten liggen.
Het vliegtuig steeg op om een uur of 1. Het opstijgen werd
voorafgegaan door een korangebed. Het werd een lange vermoeiende vlucht. Er
werden wel regelmatig filmpjes vertoond op een videomonitor. Na een poosje
maakte ik een praatje met de passagier naast me. Het was een jonge pakistaan die
in Amerika werkte. Hij was nu op weg voor een vakantie in zijn geboorteland.
Begin van de nacht landde het vliegtuig in Lahore. Dat gaf nogal wat oponthoud.
Pas 2 uur later steeg het vliegtuig weer op om na 1½ uur te landen in
Karachi, waar ik over moest stappen. Hier moest ik ook weer enkele uren wachten.
Een nogal ongunstig tijdstip, maar er waren gelukkig zachte bankjes in de
transit-lounge op het vliegveld, zodat ik daar nog even een uiltje kon knappen.
Hier sliep je trouwens een stuk beter dan zittend in een vliegtuigstoel. Ik had
voor de zekerheid mijn reiswekkertje gezet om me hier op het vliegveld niet te
verslapen, maar dat was niet echt nodig want de omroepinstallatie stond hard
genoeg.
Het volgende vliegtuig naar Jakarta was afkomstig uit Mekka,
en het zat vol met mannen met baarden in witte gewaden en met witte mutsjes op.
Ik zat naast een indonesiër die in Mekka literatuur studeerde. Daar maakte
ik in het begin nog een praatje mee. De rest van de reis probeerde ik nog wat te
slapen.
Begin van de middag (of voor nederlandse tijd: 's ochtends
vroeg) landden we voor een tussenstop in Singapore. Op dat moment voelde ik me
nog allerminst fit. Het vliegveld zag er heel luxieus uit. Niet zo vreemd, want
het is tenslotte een rijk landje. Ik ontmoette verschillende andere nederlandse
reizigers uit ons vliegtuig. Allen hadden net als mij via Amber geboekt, en
velen zouden net als mij ook zo'n 5 weken reizen (er was slechts 1 keer per week
een terugvlucht naar Amsterdam via PIA).
Toen we hier weer vertrokken was het nog maar een paar
uurtjes naar Jakarta. Het weer was er een beetje bewolkt en de temperatuur viel
erg mee. Zeker in vergelijking met de hete zomer in Nederland. Wel was er een
vrij hoge luchtvochtigheid, maar toch ook weer niet zo erg als ik 2 jaar geleden
in Delhi had meegemaakt.
Toen ik mijn bagage ophaalde merkte ik dat mijn fototoestel
uit mijn rugzak was gestolen! Normaal gesproken nam ik het altijd mee in mijn
handbagage, maar nu had ik het in een zijvakje van mijn rugzak gestopt omdat ik
niet verwachtte dat ik het tijdens mijn vlucht zou gebruiken. Vermoedelijk is
het gestolen door luchthavenpersoneel. Of anders heel vernuftig gerold in
Rotterdam of Schiphol, wat me zeer onwaarschijnlijk lijkt.
Vanuit Jakarta zou ik verder vliegen naar Bali, maar die
vlucht was pas ongeveer 23 uur later. Ik moest dus nu eerst overnachting
regelen. Ik had iets gelezen over een zogenaamd airport hotel. Dat leek me wel
handig, omdat ik dan niet naar Jakarta zou hoeven gaan. Die stad wilde ik liever
pas op het eind van mijn reis bezichtigen. Een kamer op het airport hotel bleek
echter zo'n 30 $ per nacht te kosten. Dat was ver boven mijn budget, dus die
mogelijkheid viel af. Met een aantal nederlandse medepassagiers ging ik op zoek
naar de bus naar de stad. Onderweg zagen we vele versieringen en gekleurde
lampjes te ere van het 50-jarig jubileum van het uitroepen van de
onafhankelijkheid. We kwamen aan bij station Gambir. Dit station ligt vlak bij
de straat Jalan Jaksa, waar de meeste goedkope hotelletjes zijn. Met 3 andere
nederlanders ging ik op zoek. Al snel vonden we een hotelletje waar nog zowel
een 3-persoons kamer als een 1-persoons kamer vrij waren. Dus dat kwam goed uit.
Wel bleek dat de prijzen tussen de kamers relatief weinig verschilden. Het
blijkt dat je in Indonesië meestal alleen per kamer betaald en niet per
persoon, zodat je als je alleen reist meestal een stuk duurder uit bent. Ik
probeerde nog wat van de prijs af te dingen, maar de eigenaar was niet te
vermurwen. Later las ik in mijn gidsboek dat 10.000 rp ook wel bijna de
ondergrens is. Wel was de kamer erg klein; niet veel groter dan het bed. Na
gedoucht en wat gegeten te hebben besloot ik maar te gaan slapen. Het was nu
± 9 uur. Na de vermoeiende reis viel ik als een blok in slaap.
Ik bleek toch nog enigszins last van jetlag te hebben. Hoewel
ik deze nacht aanvankelijk snel en goed sliep werd ik om ± 1 uur weer
wakker en kon vanaf dat moment slecht slaap vatten. Het was nu in Nederland nog
maar begin van de avond. Na een paar uur gedraai en gewoel, waarin op een
gegeven moment (omstreeks half 4) ook nog eens vlakbij een moskee begon te
loeien, sliep ik uiteindelijk toch weer in.
Om een uur of 9 werd ik weer wakker. Ik ging terug naar het
vliegveld om 's middags naar Bali te vliegen. Maar helaas, de vlucht van vandaag
bleek gecancelled te zijn. Ik moest nog een dag extra wachten. Ik ging weer
terug naar Jakarta.
Daar probeerde ik eerst weer dezelfde kamer als vannacht te
krijgen. Die was tenslotte goedkoop, en dat hij erg klein was was voor een enkel
nachtje ook niet zo erg. De kamer bleek echter inmiddels alweer bezet te zijn.
Al snel vond ik iets verderop een andere kamer voor 15.000 rp. Het was nu begin
van de middag en ik besloot om maar een middagje kalm aan te doen. Volgens mijn
gidsboek had Jakarta maar weinig bezienswaardigheden, en bovendien zou ik er op
mijn terugreis nog een keer komen. Na wat geluncht te hebben in de buurt bracht
ik de rest van de middag door op het terrasje in de tuin van het hotelletje waar
ze lekkere stoelen hadden en het redelijk koel was.
'S avonds at ik in een restaurantje in de buurt. Daar maakte
ik nog een praatje met een engelse jongen die ook pas in Jakarta was aangekomen.
Hij wilde proberen om hier werk te vinden als leraar engels. Op een gegeven
moment kwam er nog een mooi indonesisch meisje bij ons aan tafel zitten, en
begon een praatje met ons te maken. In eerste instantie wantrouwde ik het een
beetje, en dacht ik dat het haar misschien om geld te doen was, om het zo maar
eens te zeggen. Maar dat bleek mee te vallen. Ze kletste honderduit, maar ze was
behoorlijk aangeschoten en een zinnig gesprek was er nauwelijks mee te
voeren.
Ik bleek deze nacht behoorlijk door muggen gestoken te zijn.
Het verbaasde me een beetje, want ik had er de vorige avond geen in mijn kamer
gezien of gehoord en daarom geconcludeerd dat het hier wel mee zou vallen. Ook
mijn elektronische muggenverjager (een simpel dingetje wat ik voor een paar
gulden in nederland had gekocht) bleek niet erg effectief.
Vandaag zou ik naar Bali vliegen. Ook vandaag had ik niet
veel tijd en zin om in Jakarta rond te kijken. Dat kon op de terugweg altijd
nog. Kortom: dit was een beetje een verloren dag. 'S ochtends op m'n gemakje
ontbeten en nog wat in de tuin van het hotel rondgehangen. 'S middags al vroeg
(te vroeg eigenlijk) naar het vliegveld gegaan. Daar heb ik lang moeten wachten.
Een beetje gelezen, en op het laatst nog een praatje gemaakt met een groepje
japanse studenten.
Uiteindelijk kon ik eind van de middag het vliegveld in.
Het was een vrij klein toestelletje. Ik kreeg hier warempel nog een 1e klas
plaats toegewezen. Waarschijnlijk was dat gisteren toen ik mijn vlucht moest
veranderen nog een van de laatste vrije plaatsen. We maakten nog een tussenstop
in Yogyakarta. De landing was heel mooi om te zien vanwege alle feestverlichting
in de stad (het was inmiddels al donker). Na een klein half uurtje vlogen we
verder naar Bali. Daar kwamen we nu met een uur vertraging aan.
Ik wilde nu naar het hotel waar Leendert zat met z'n groep
(Mandara Cottages). Indien mogelijk wilde ik in datzelfde hotel (hoewel het wel
een redelijk duur hotel was) of anders een vlak in de buurt. Het hotel lag op
± 1 km afstand. Dat had ik vantevoren opgezocht in mijn reishandboek. Ik
wilde aanvankelijk er gewoon naar toe lopen, maar ik kon op het vliegveld niet
goed zien welke kant ik uit moest. Dus nam ik voor het gemak toch maar een
taxibusje naar het hotel. Ik had geluk want er was nog 1 kamer vrij. De prijs
was inderdaad vrij hoog (35000 rp) maar omdat het toch maar voor 2 nachten was
vond ik dat niet zo erg. Het was wel een heel erg mooi hotel. Het waren ruime
kamers met goede sanitaire voorzieningen, gelegen rond een prachtige tuin. Dit
was misschien wel het mooiste hotel waar ik ooit geweest was.
Leendert was op dat moment nog niet aanwezig omdat hij was
gaan eten in het stadje. Op een terrasje bij de ingang wachtte ik op hem. Na
enige tijd kwam hij aan en konden we weer de nodige verhalen uitwisselen.
Voor deze dag stond gepland: vrij te besteden dag in Kuta.
Dat wil zeggen, zo stond het in het programma van Leendert's groep, en voor mij
gold eigenlijk hetzelfde. 'S morgens sliep ik dus maar uit. Het ontbijt kreeg je
geserveerd op je eigen veranda. Dat was niet aan een bepaalde tijd gebonden,
maar gewoon zodra een van de hotelmedewerkers gezien had dat je opgestaan was.
Als ontbijt kon je kiezen uit b.v. een pannekoek, een omelet, toastjes of iets
dergelijks. Daarnaast kreeg je nog een fruitsalade bestaande uit banaan, ananas
en papaya (een beetje standaardgerecht in indonesische hotels), en een drankje
naar keuze.
Eind van de ochtend gingen we het stadje in. Het hotel lag
er een beetje buiten. Langs de weg naar het stadje zag je veel grote dure hotel-
complexen. In het stadje zelf zeer veel op toeristen gerichte winkeltjes. En
verder talloze straathandelaren van allerlei prullaria, maar deze waren niet
echt hinderlijk. In ieder geval minder dan zoals ik ze 2 jaar geleden in India
had meegemaakt. Een aantal decennia geleden was Kuta nog een klein
vissersdorpje, maar het is sindsdien in snel tempo uit zijn voegen gegroeid. De
meeste toeristen hier komen uit Australië. Voor hen is Bali, en dan met
name Kuta, zoiets als wat Spanje is voor de nederlanders.
We gingen allereerst naar het postkantoor om
girobetaalkaarten te verzilveren. Het was in eerste instantie vrij moeilijk te
vinden omdat het in een smal steegje gevestigd was. Hierna gingen we lunchen en
daarna naar het strand. Op het strand was het ook behoorlijk druk. De zon scheen
er pittig. In de branding waren vrij grote golven, en er waren dan ook enkele
surfers aktief. Echte golf-surfers wel te verstaan. Gelukkig werd je hier op het
strand met rust gelaten door de diverse handelaren.
Op de terugweg kwamen we nog langs een groot warenhuis. Een
soort zaak als V&D of Bijenkorf in Nederland. Ik had eigenlijk niet verwacht
zoiets in een land als Indonesië aan te treffen. Ik had immers op eerdere
vakanties in landen als Turkije, Marokko en India nog nooit zulke grote moderne
warenhuizen gezien. Op de begane grond had je een supermarkt waar heel veel
verschillende levensmiddelen verkocht werden. Ik zag er zelfs hagelslag liggen.
Ik kocht in deze zaak ook nog een eenvoudig fototoestelletje voor een paar
tientjes. Ik had wel plannen om een betere en duurdere te kopen, vergelijkbaar
met mijn oude toestel, maar daar wilde ik liever mee wachten tot ik weer in
Nederland was omdat dat nu een beetje boven mijn budget zou komen. Het
belangrijkste was dat ik nu de rest van mijn vakantie tenminste toch nog foto's
kon maken.
'S avonds had Leendert met de leden van zijn groep een
afscheidsfeestje. Zelf ging ik eten in een restaurantje in de buurt. Deze avond
stikte het van de muggen. Lekker op de veranda zitten was er dan ook niet bij.
Ook binnen werd je bijna continu aangevallen. Er waren ook wel een aantal
hagedisjes die insekten eten, maar niet genoeg blijkbaar. Die hagedisjes zie je
in Indonesië vrij vaak in huizen. Ze zijn beige van kleur en ± 5 tot
10 cm lang.
De afgelopen avond viel ik aanvankelijk als een blok in
slaap, maar na een paar uurtjes werd ik alweer wakker, en kon vanaf dat moment
de slaap niet meer vatten. Pas begin van de ochtend heb ik nog heel even kunnen
slapen. Waarschijnlijk was een en ander het gevolg van jet-lag. Dat schijnt soms
nog dagenlang door te kunnen werken. De volgende ochtend voelde ik me in elk
geval zo gammel als een oude krant.
Voor de mensen van Leenderts groep was dit de laatste dag.
Ik had met Leendert afgesproken dat we nog 1 dag in Kuta zouden blijven. We
zouden de komende nacht wel een ander hotelletje zoeken. Enerzijds omdat dit
hotel toch aan de dure kant was, en anderzijds omdat het nogal ver uit het
centrum lag. We hadden gisteren al een hotelletje uitgezocht. Ik ging er eind
van de ochtend al heen. Leendert zou vandaag later op de middag ook naar dit
andere hotel gaan. Hij moest eerst nog de mensen van zijn groep naar het
vliegveld begeleiden.
Overdag heb ik niet veel gedaan. Een beetje op mijn
hotelkamer gezeten en nog even naar de stad geweest om wat te eten.
'S avonds voelde ik me gelukkig alweer wat fitter. We gingen
het stadje in om er wat te eten en te stappen. Ook 's avonds bleek Kuta
opmerkelijk veel weg te hebben van plaatsen als Lloret de mar of Ios. Overal zag
je toeristen. Op de smalle stoepjes (op de straat kon je niet lopen, want daar
raasde continu druk verkeer, met name veel knetterende brommertjes) liepen nog
meer handelaartjes dan overdag. Met name veel gastjes met koffertjes vol namaak
merk-horloges. En af en toe louche types die "magic mushrooms" aanboden. We
kwamen nog in een tentje waar een live-bandje speelde. Het publiek bestond er
voornamelijk uit australiërs. Op een gegeven moment speelde het bandje wat
oude rock&roll nummers. Een groepje australiërs van een jaar of 50+ liet
daarop een origineel stukje rock&roll dansen zien. Een grappig gezicht. Hierna
liepen we weer verder door het stadje. We kwamen nog langs een disco die
helemaal was gebouwd in de vorm van een piratenschip. Een heel apart bouwsel.
Zoiets zou in Renesse ook niet misstaan. In een ander tentje waar ook een live-
bandje speelde namen we nog een pilsje. Daarna gingen we weer terug naar ons
hotel. Deze nacht sliep ik trouwens prima.
Vandaag wilden we naar Lombok. Om precies te zijn wilden we
naar de Gili eilanden. Dat zijn 3 minuscule eilandjes die vlak voor de kust van
Lombok liggen. Het is er vrij primitief; zo heb je er geen verharde wegen en
gemotoriseerd verkeer, en elektriciteit en stromend water maar mondjesmaat. Wat
je er wel hebt zijn mooie stranden en prachtige koralen, waar je fantastisch
kunt snorkelen. Vergeleken met de andere stranden in Indonesië is het er
erg rustig. Desondanks heeft het toch 's avonds nog een gezellig uitgaansleven.
Het openbaar vervoer op de eilanden Bali en Lombok bestaat
hoofdzakelijk uit zogenaamde bemo's. Dit zijn een soort minibusjes die over
bepaalde routes rijden tussen de verschillende plaatsen. Wat betekent dat als je
ver wilt reizen je vaak diverse malen moet overstappen. De bemo's kunnen ieder
moment langs de kant van de weg stoppen als er een passagier uit wil of als ze
iemand zien staan die mee wil. Binnen zit je er vaak als haringen in een ton
opeengepakt. Vooral ook omdat de gemiddelde indonesiër een stuk kleiner is
dan de meeste toeristen. Iets waarmee bij het ontwerp van de bemo's weinig
rekening lijkt te zijn gehouden. Verder hebben veel indonesiërs de
irritante gewoonte om ook onder dergelijke benauwde omstandigheden door te gaan
met sigaretten roken. De tarieven zijn een verhaal apart. Deze staan om te
beginnen meestal nergens vermeld. De chauffeurs hebben de neiging om toeristen
een aanzienlijk hoger bedrag te vragen dan het normale tarief. Afdingen kan dus
nooit kwaad. Het is belangrijk dat je ongeveer weet wat de normale prijs is.
Maar wie de prijs vraagt aan de chauffeur geeft daarmee al te kennen de juiste
prijs niet te weten. Het beste is om heel goed op te letten hoeveel
indonesiërs betalen.
Het onderhandelen over de bemo's nam Leendert voor zijn
rekening. Hij was hier immers meer in bedreven dan ik. De onderhandelingen
verliepen deels in het indonesisch zodat het voor mij niet altijd duidelijk was
wat er precies werd besproken. In Kuta namen we aanvankelijk een bemo in de
verkeerde richting. Maar het bleek dat diezelfde bemo even later weer de goede
kant op ging, richting Tegal, een station in de buurt van de hoofdstad Denpasar.
Normaal gesproken zouden we nog een aantal malen moeten overstappen, maar we
konden hier voor een redelijke prijs meteen in een keer naar de haven Padangbai.
Onderweg stapten er nog regelmatig mensen in en uit die ook die richting op
moesten. We kwamen nog door een aantal handwerkdorpjes. Daar zag je langs de weg
b.v. allemaal houten meubels of stenen beeldhouwwerken staan. Ook kwamen we nog
door een dorpje waar een hindoe-crematie werd voorbereid. De lijkkisten zijn dan
heel uitgebreid versierd en voorzien van grote houten beelden van dieren.
Eind van de ochtend kwamen we aan in Padangbai. De zon
brandde hier weer behoorlijk pittig. Helaas vertrok er vandaag geen boot om 12
uur, zodat we moesten wachten op die van 2 uur. We konden nu op ons gemakje
lunchen. De boottocht duurde zo'n 4 uur. Het was een vrij saaie zit. Op een
gegeven moment werd het wat fris vanwege de wind. We zijn toen maar op het
achterdek in de zon gaan liggen. Net op tijd trouwens, want dat achterdek was
maar erg klein en niet veel later lag het er al vol.
Iets na zessen kwamen we aan in Lembar, de haven van Lombok.
We waren vlak voor aankomst naar het onderdek gelopen. De automobilisten vonden
het handig om alvast lang van tevoren hun motoren te starten, zodat je er bijna
stikte van de uitlaatgassen. Het was intussen net donker geworden. We zouden
vanavond waarschijnlijk niet meer helemaal naar de Gili eilanden kunnen reizen.
We besloten daarom maar naar Mataram of Cakranegara te gaan, steden die op de
route lagen.
Het wemelde hier in de haven weer van allerlei mannetjes die
busjes en hotels wilden aansmeren. Ze waren hier erg vasthoudend. Toen we op
zoek gingen naar een bemo bleven ze ons de hele tijd volgen. Op een gegeven
moment wilden ze ons naar een lege bemo brengen die een beetje achteraf stond.
Dit blijkt een bekend geniepig truukje te zijn. Het doel was om te wachten tot
de andere bemo's weg zouden zijn. Dan hadden we deze voor veel geld moeten
charteren. Leendert had het gelukkig al snel door. Al vrij snel konden we met
een gewone bemo mee. Wel zaten ook hier enkele gastjes in die steeds zaten te
zeuren om hotels voor ons te regelen. We konden het echter prima alleen af. Toen
we in Cakranegara aangekomen waren was het alleen even een kwestie van op de
kaart kijken in welke straat we aangekomen waren. Al snel vonden we daarna een
aardig hotelletje voor een zeer redelijke prijs (12500 rp). Het bestond uit een
aantal appartementen rond een klein tuintje. Niet zo mooi als Mandara Cottages
in Kuta, maar toch beslist niet slecht voor zo'n goedkoop hotelletje. Na in de
buurt wat gegeten te hebben gingen we weer slapen.
Deze ochtend reisden we verder naar de Gili eilanden. We
moesten eerst per bemo naar het station Sweta. Vandaar ging er een gewone bus
richting Bangsal, het havenstadje. Op het station was het behoorlijk druk. Het
krioelde er van allerlei verkopers, toeterende kriskras door elkaar rijdende
bemobusjes en natuurlijk talloze passagiers. In de bus zat het trouwens ook weer
behoorlijk vol. De rit ging door een mooi heuvelachtig gebied. Op sommige
plaatsen kon je apen langs de kant van de weg zien zitten. De laatste paar
kilometer naar het haventje legden we af per paardekar. Dat is hier op Lombok
ook een veel voorkomend vervoermiddel.
In de haven kon je de Gili eilandjes al zien liggen. We
kozen voor Gili Trawangan. Dat moest het gezelligste eiland zijn. Leendert was
hier 3 jaar geleden ook geweest. Het was in de haven even zoeken naar de ticket
office voor de publieke boot. Er liepen hier ook lieden rond die ons liever voor
veel geld hun eigen boot lieten charteren. De publieke boot zou pas weer
vertrekken als er voldoende passagiers zouden zijn. Op dit moment waren er
behalve ons alleen nog 4 engelsen. De engelsen hadden haast en wilden de boot
charteren. Wij stemden hiermee in op voorwaarde dat zij dan het grootste deel
van de kosten voor hun rekening zouden nemen. Wij hadden immers best nog wel wat
langer op andere passagiers willen wachten. Ondanks dat we nu de boot gecharterd
hadden gingen er toch nog een flink aantal indonesiërs mee. Waarschijnlijk
allemaal vrienden of familie van de schipper.
Na een klein stukje varen bereikten we Gili Trawangan. We
wilden nu een hutje op het noordelijk deel van het eiland omdat het daar wat
minder druk zou zijn. Het eiland is echter vrij klein, dus we zouden nooit ver
hoeven lopen naar het zuidelijk deel waar de meeste restaurantjes zijn. We zaten
nu in een bamboe hutje op palen, met een veranda. We hadden er geen stromend
water. We hadden wel elektrische verlichting (weliswaar van een
zéér laag wattage), maar geen stopcontacten. Er was een hurk-WC en
wassen moest je je met behulp van een mandi (een soort grote waterbak waaruit je
met een soort bekertje water kan scheppen wat je over heen kan gieten).
Desondanks beviel het ons er prima.
Bungalow
'S middags gingen we naar het strand wat hier vlakbij lag.
Zoals gezegd kon je hier prachtig snorkelen. Leendert had een duikbril bij zich
en zwemvliezen kon je overal huren. Er waren prachtige koralen te zien en heel
veel kleurrijke vissen. Het was echt net alsof je in een groot aquarium
rondzwom. In het water stond een zwakke stroming evenwijdig aan het strand,
zodat je je langzaam mee kon laten drijven langs het koraal. Als de zon te heet
werd op het strand kon je er onder de schaduw van een boom gaan liggen. Op en
bij het strand had je een aantal kleine gezellige restaurantjes. Opvallend was
trouwens dat je hier vrij veel fransen en italianen tegenkwam.
'S avonds aten we in een restaurantje in het zuidelijk deel
van het eiland. Dat was ongeveer 1 kilometer lopen. Leendert vond dat het hier
wel een stuk toeristischer was geworden in vergelijking met 3 jaar geleden. Er
waren wat meer restaurantjes bijgekomen en ook wat kleine toeristenwinkeltjes.
Toch viel het allemaal nog wel mee. Het was er nog wel gezellig en niet al te
druk.
Na het eten zaten we nog een tijdje op de veranda van onze
bungalow. Onder andere luisterend naar Nederland Wereldomroep via mijn
wereldontvanger. Zo hoorden we dat in Kroatië de situatie rond Krajina erg
gespannen was. In Nederland daarentegen was het blijkbaar komkommertijd. Het
belangrijkste nieuws daar was dat de treinconducteurs officieel toestemming
hadden gekregen om met warm weer een korte broek te dragen.
Deze dag stond er weinig op het programma. We sliepen uit en
gingen daarna naar het strand. Net als gisteren weer af en toe zwemmen en
snorkelen. We luchten weer in een klein strand-restaurantje. Halverwege de
middag waren we het strand weer een beetje beu. De rest van de middag brachten
we door op de veranda van onze hut. Een relaxte dag, kortom.
'S avonds aten we in een restaurantje wat vlakbij lag,
genaamd "Excellent". Het was hier wat rustiger dan op het zuidelijk deel van het
eiland, maar verder was er weinig verschil.
Wat later op de avond was er een feest in het Excellent
restaurant. De restaurants op het eiland hebben onderling afgesproken dat er
elke avond in één van de restaurants een feest wordt gehouden,
iedere keer in een ander restaurant. Het voordeel van dit systeem is dat
iedereen naar één plaats gaat, waardoor het daar lekker druk en
gezellig wordt. Vanavond was het dus hier. Een deel van het restaurant was
ingericht als dansvloer. Voor de rest kon je zitten aan lange tafels. De muziek
die er gedraaid werd, was afwisselend een blokje reggae en een blokje house.
Reggae is trouwens enorm populair bij jonge indonesiërs. Toen het feest
afgelopen was werd het eigenlijk pas echt gezellig. We kletsten toen nog een
tijdje door met wat andere toeristen die bij ons in de buurt zaten.
Dit was eigenlijk net zo'n dag als gisteren. Ook nu weer overdag naar het strand om te zwemmen en te snorkelen. Daarna wat luieren op de veranda. En 's avonds uit eten in het dorpje aan de zuidkant. Ook deze avond was er weer een feest. Alleen was het dit keer wat minder gezellig. Ik voelde me deze avond ook niet helemaal fit, zodat we dit keer niet tot het eind zijn gebleven.
Paardenkar
Dit zou alweer onze laatste dag op Gili Trawangan worden.
Hoewel we het hier prima naar ons zin hadden, was er natuurlijk nog meer te zien
in Indonesië. Maar vandaag dan toch nog een dagje strand.
Eind van de middag besloot ik om naar de westkant van het
eiland te lopen om er de zonsondergang te bekijken. Die moest hier wel mooi
zijn. Leendert ging niet mee, want hij had het al eens gezien. Ik liep er heen
langs de noordkant van het eiland waar het nog minder druk was dan aan de
oostkant waar wij zaten. Aan de westkant was het strand helemaal verlaten. Op
een gegeven moment kwam ik bij de vuurtoren. Daar wachtte ik op de
zonsondergang. Toen ik daar zat te wachtten kwamen er af en toe nog wat meer
toeristen aan. De zonsondergang was mooi, maar niet zo spectaculair als wat ik
bijvoorbeeld 2 jaar geleden in Goa had gezien. Maar die laatste was destijds dan
ook wel heel uitzonderlijk moet ik zeggen. Na de zonsondergang liep ik terug via
een pad dat dwars over het eiland van west naar oost liep. Ik kwam door grote
palmbomen plantages. Af en toe stonden er huisjes van de lokale bewoners. Het
pad was overigens wel erg stoffig.
'S avonds aten we in een restaurant wat in één
van mijn gidsboeken (Trotter) zeer slecht stond aangeschreven. Maar het zag er
ons op het eerste gezicht helemaal niet slecht uit, dus we wilden het toch wel
eens uitproberen. Het bleek beslist niet slecht. De saté smaakte er
voortreffelijk. Er was geen enkel verschil te merken met de andere restaurants
die we op het eiland bezocht hadden. Zo zie je maar dat de gidsboeken af en toe
de plank behoorlijk mis kunnen slaan.
Deze ochtend werd ik bij toeval al vroeg wakker. Zo'n beetje
net voor zonsopgang. Ik besloot daarom om die zonsopgang maar eens te gaan
bekijken. Ik had gehoord dat ook die hier erg mooi moest zijn. Al had ik me niet
voorgenomen om speciaal daar voor vroeg op te staan. Maar nu was ik toch wakker
en we zaten bovendien aan de oostkust. Ik liep naar het strand en wachtte op de
zon. Je kon nu heel goed de Rinjani vulkaan op Lombok zien. Overdag was het
daarvoor meestal te bewolkt. Nu was de lucht kraakhelder.
Na de zonsopgang te hebben bekeken ging ik nog heel even
terug naar mijn bed, maar niet veel later stonden we al weer op, want we wilden
vandaag mee met de boot van 8 uur. De boot werd dit keer propvol geladen met
mensen. Ongeveer dubbel zoveel als er officieel mee zouden mogen. De boot kon
daardoor niet erg snel varen. Toen we op Lombok aangekomen waren namen we een
bemo naar het hoofdstation Sweta. Ook deze bemo zat weer propvol. Het was
bovendien een vrij kleine bemo waarbij de bankjes langs de zijkanten zaten en
waarvan de raampjes niet open konden. Zo reden we door het bochtige
heuvellandschap. Een groot deel daarvan vlak achter een stinkende vrachtwagen.
Het had dit keer weinig gescheeld of ik was wagenziek geworden. Gelukkig duurde
de rit naar Sweta niet lang.
Op het station was het weer een gigantische drukte. Toen bij
het uitstappen iemand behulpzaam mijn rugzak aanpakte werd die vrijwel
onmiddellijk naar een bemo richting de haven Lembar gedragen. Ze namen voor het
gemak maar aan dat wij, zoals de meeste mensen die uit de richting Gili kwamen,
wel daar naartoe zouden willen. Een beetje te behulpzaam dus. Op zich wel
komisch, maar wij hadden echter andere plannen. Oorspronkelijk hadden we hier op
Lombok een aantal dagen brommertjes willen huren om daarmee door het eiland te
trekken, maar we hadden vernomen dat je daarvoor een rijbewijs nodig had. Ons
nieuwe plan was om naar Tetebatu te gaan op het midden van het eiland. Dat ligt
in een heel mooie omgeving, op de helling van de Rinjani. Vandaar uit zouden we
dan excursies kunnen ondernemen.
De bemo richting Tetebatu was gelukkig een stuk
comfortabeler. We moesten zoals gewoonlijk weer een paar keer overstappen. Het
laatste stuk ging per paardekar. Dat was nog best een flink eind, en erg snel
ging het ook niet want het was vrij steil bergopwaarts. We hadden gelukkig geen
haast. In Tetebatu konden we vonden we na enig zoeken een geschikt hotel.
Leendert kende dit hotel want hij had er weleens geluncht met zijn groep.
Rijstvelden
'S middags gingen we wandelen in de omgeving. Er moest hier
ergens een bos zijn waar apen zaten. We gingen er naar op zoek. De omgeving was
hier heel mooi. Eerst liepen we langs een steil rivierdalletje. Daarna kwamen we
tussen de rijstvelden terecht. Deze waren allemaal terrasvormig aangelegd op de
helling van de berg. Het was een eigenaardig landschap. Het patroon van paden
vormde hier echter een waar doolhof. Telkens kwamen we doodlopende stukken
tegen, of paden die uiteindelijk naar de verkeerde richting afbogen. Het apenbos
hebben we zodoende niet meer kunnen vinden. Desalniettemin was het toch een
mooie wandeling. Het enige hinderlijke waren soms de kinderen die zodra ze je
zagen 'hallo' begonnen te roepen. De eerste keren roep je vriendelijk 'hallo'
terug, maar op een duur werd dat wel vermoeiend. Je zag hier tussen de
rijstvelden namelijk wel om de haverklap een groepje huisjes staan, en daar
zaten altijd wel een paar kinderen tussen. Later op de middag ondernamen we een
nieuwe poging om het apenbos te vinden. Dit maal via een andere route. We kwamen
nu door een klein dorpje. Al snel drongen een paar kinderen zich als gidsen zich
aan ons op. We wilden liever op onszelf rondkijken. "Only if you follow me you
will see monkeys" zei er nog een, terwijl hij voor ons uit begon te lopen. Toen
hoefde het voor ons niet meer zo nodig. Er waren trouwens nog genoeg andere
plaatsen in Indonesië waar je apen kan zien.
Eind van de middag wilde Leendert nog bellen om zijn vlucht
naar Maleisië van over 3 dagen, te reconfirmeren. Maar er bleek dat dit
dorp geen telefoon had! Sterker nog, de hele streek hier in de omgeving had geen
telefoon. Dat was een probleem. We waren nu gedwongen om onze plannen voor de
komende dagen te veranderen. We hadden eigenlijk hier nog een dag langer willen
blijven en morgen hier in de buurt een waterval en wat handwerkdorpjes willen
bekijken. Maar we zouden nu morgen naar een plaats moeten waar ze wel telefoon
hadden. Leendert kon het zich immers niet permitteren niet te reconfirmeren. Als
hij niet mee zou kunnen vliegen zou hij niet op tijd zijn voor zijn volgende
groepsreis. We besloten om morgen naar Senggigi te gaan, een badplaats aan de
westkust.
Vandaag zouden we dus naar Senggigi gaan. Ik ging deze
ochtend eerst nog wat wandelen in de omgeving om er wat foto's te maken. Daarna
vertrokken we uit Tetebatu. Het eerste stuk weer per paardekar. Heuvelaf ging
het een stuk sneller. Vervolgens met verschillende bemo's naar Senggigi.
Onderweg lunchten we in een kleine warung (een soort klein niet-toeristisch
restaurantje) in het stadje Ampenan. In de laatste bemo naar Senggigi zag ik
toen ik ingestapt was een schorpioen aan de wand. Ik dacht eerst dat het een
hagedisje was. Het was namelijk ongeveer dezelfde grootte en kleur. Een fractie
van een seconde later merkte ik dat het geen hagedisje was maar een schorpioen.
Een indonesiër ving hem in zijn pet, drukte hem dood en gooide hem door het
raampje naar buiten.
In Senggigi namen we een hotel wat ook wel eens door
Leendert's groepen gebruikt werd. Het was redelijk geprijsd en had mooie
appartementen. Echte goede goedkope hotelletjes zijn in Senggigi moeilijk te
vinden. Ook nu bleek er een groep van Leendert's organisatie in het hotel te
zitten.
We gingen nu het dorpje bekijken. Leendert vond een publieke
telefoon zodat hij zijn vlucht kon reconfirmeren. Maar helaas, het buro van de
luchtvaartmaatschappij bleek vandaag gesloten te zijn. Vandaag was het namelijk
een vrije dag vanwege de geboortedag van de profeet Mohammed. Hadden we dat maar
eerder geweten... Het plaatsje had een mooi strand, maar het was vandaag nogal
bewolkt.
'S avonds speelde er een band in het hotel. Toen we op onze
kamer zaten hoorden we ze spelen (ons appartement lag helemaal achterin, vele
tientallen meters van het restaurant verwijderd). Aanvankelijk speelden ze
vooral reggae nummers, maar later ook wat meer rock muziek. We besloten nog even
te wachtten om te gaan. Het was nog vrij vroeg en we lagen net lekker op onze
bedden uit te rusten. Het hotel had lekker zachte bedden, wat je niet vaak
meemaakte in Indonesië. Tegen een uur of 12 besloot Leendert dat hij nu
toch eens even naar die band wilde gaan kijken. Maar helaas, net op dat moment
stopten ze er mee.
Deze ochtend ging ik eerst het dorpje in om geld te wisselen
en ansichtkaarten te kopen. Daarna ging ik naar het strand. Leendert was hier al
eerder naartoe gegaan. Ook vandaag was het er weer een beetje bewolkt. Ik kon er
op mijn gemakje de kaarten schrijven. De middag brachten we door op de veranda
van ons appartement.
Eind van de middag bracht ik de kaarten naar het
postkantoor. Leendert had vandaag eindelijk zijn vlucht kunnen reconfirmeren. We
gingen nog even naar het strand om er de zonsondergang te bekijken. Die is hier
vaak heel mooi omdat de zon ongeveer net achter de hoogste berg van Bali
ondergaat. Overdag is Bali overigens meestal niet te zien. Vandaag was het
eigenlijk een beetje bewolkt, maar op het laatst klaarde het een beetje op,
zodat het toch nog een heel aardige zonsondergang werd. Er stond deze middag
trouwens wel een behoorlijk sterke wind van zee. Onderweg naar het hotel namen
we nog een biertje in een restaurantje waar het net 'happy hour' was. We bleven
er echter niet lang, want het stikte er van de muggen.
'S avonds aten we in een mexicaans restaurant. Het was er
wel een beetje aan de dure kant, maar het eten was heerlijk. Ook vanavond was er
weer live muziek in het restaurant hotel, maar deze avond viel het een beetje
tegen. Er was alleen een zanger met akoestische gitaar. We gingen daarom naar
een pub vlakbij waar een bandje speelde. Het heette "Marina's Pub". Het was een
erg gezellig tentje. Toch gingen we alweer vroeg slapen omdat we er morgen weer
vroeg uit wilden. Leendert zou namelijk morgenochtend per vliegtuig vertrekken
om aan een nieuwe groepsreis te beginnen. Ik zelf zou morgen naar Bali gaan.