Indonesië reis 1995 - Deel 1


    Dit jaar wilde ik op vakantie naar Indonesië. Het leek me een zeer interessant land. Ik had er al veel over gehoord van Leendert (een vriend van me), en ik had ook zijn dia's gezien. Hij zou dit jaar, evenals vorig jaar, weer een aantal maanden als reisleider naar dat land gaan. Begin augustus zou hij tussen 2 reizen in een aantal weken vrij hebben. Het plan was om gedurende die tijd samen te reizen en daarna nog een paar weken zelf verder rond te trekken.
    Het bleek niet eenvoudig om een vlucht naar het land te boeken. De belangstelling voor vluchten naar Indonesië was dit jaar erg groot. In mei stapte ik naar een reisbureau in de buurt. Maar helaas, tot en met augustus zat alles al volgeboekt. Even leek het er op dat mijn vakantie plannen niet door zouden kunnen gaan. Maar gelukkig zag ik enige tijd later in de krant een advertentie van reisbureau Amber waarin tegen een zeer gunstig tarief nog vluchten in het hoogseizoen werden aangeboden. Ik belde ze op en kon inderdaad nog een vlucht boeken. Ik zou met Pakistan International Airlines vliegen. Het was alleen niet meer mogelijk om zoals ik gewild had heen naar Bali en terug vanuit Jakarta te vliegen. Ik moest dus nog een extra binnenlandse vlucht boeken. Verder konden ze op dat moment ook de terugvlucht nog niet bevestigen. Het zou nog een hele tijd duren voor dit geregeld was. Uiteindelijk kreeg ik pas 2 dagen voor vertrek mijn ticket per post thuis bezorgd.


Dag 1
Vr 28 juli

    Deze morgen stond ik om een uur of 7 op om te beginnen aan mijn reis naar Indonesië. Na ontbeten te hebben bracht mijn moeder me naar het busstation in Zierikzee. Met de Interliner reed ik naar Rotterdam, alwaar ik de trein naar Schiphol nam. Daar kwam ik iets na 11'en aan. Mijn vliegtuig zou om 12:30 vertrekken, dus ik was ruim op tijd. Bij het inchecken was het echter nogal druk en het schoot er ook niet erg op, zodat ik daarna niet zo gek veel tijd meer had. De tax-free shops heb ik maar links laten liggen.
    Het vliegtuig steeg op om een uur of 1. Het opstijgen werd voorafgegaan door een korangebed. Het werd een lange vermoeiende vlucht. Er werden wel regelmatig filmpjes vertoond op een videomonitor. Na een poosje maakte ik een praatje met de passagier naast me. Het was een jonge pakistaan die in Amerika werkte. Hij was nu op weg voor een vakantie in zijn geboorteland. Begin van de nacht landde het vliegtuig in Lahore. Dat gaf nogal wat oponthoud. Pas 2 uur later steeg het vliegtuig weer op om na 1½ uur te landen in Karachi, waar ik over moest stappen. Hier moest ik ook weer enkele uren wachten. Een nogal ongunstig tijdstip, maar er waren gelukkig zachte bankjes in de transit-lounge op het vliegveld, zodat ik daar nog even een uiltje kon knappen. Hier sliep je trouwens een stuk beter dan zittend in een vliegtuigstoel. Ik had voor de zekerheid mijn reiswekkertje gezet om me hier op het vliegveld niet te verslapen, maar dat was niet echt nodig want de omroepinstallatie stond hard genoeg.
    Het volgende vliegtuig naar Jakarta was afkomstig uit Mekka, en het zat vol met mannen met baarden in witte gewaden en met witte mutsjes op. Ik zat naast een indonesiër die in Mekka literatuur studeerde. Daar maakte ik in het begin nog een praatje mee. De rest van de reis probeerde ik nog wat te slapen.


Dag 2
Za 29 juli

    Begin van de middag (of voor nederlandse tijd: 's ochtends vroeg) landden we voor een tussenstop in Singapore. Op dat moment voelde ik me nog allerminst fit. Het vliegveld zag er heel luxieus uit. Niet zo vreemd, want het is tenslotte een rijk landje. Ik ontmoette verschillende andere nederlandse reizigers uit ons vliegtuig. Allen hadden net als mij via Amber geboekt, en velen zouden net als mij ook zo'n 5 weken reizen (er was slechts 1 keer per week een terugvlucht naar Amsterdam via PIA).
    Toen we hier weer vertrokken was het nog maar een paar uurtjes naar Jakarta. Het weer was er een beetje bewolkt en de temperatuur viel erg mee. Zeker in vergelijking met de hete zomer in Nederland. Wel was er een vrij hoge luchtvochtigheid, maar toch ook weer niet zo erg als ik 2 jaar geleden in Delhi had meegemaakt.
    Toen ik mijn bagage ophaalde merkte ik dat mijn fototoestel uit mijn rugzak was gestolen! Normaal gesproken nam ik het altijd mee in mijn handbagage, maar nu had ik het in een zijvakje van mijn rugzak gestopt omdat ik niet verwachtte dat ik het tijdens mijn vlucht zou gebruiken. Vermoedelijk is het gestolen door luchthavenpersoneel. Of anders heel vernuftig gerold in Rotterdam of Schiphol, wat me zeer onwaarschijnlijk lijkt.
    Vanuit Jakarta zou ik verder vliegen naar Bali, maar die vlucht was pas ongeveer 23 uur later. Ik moest dus nu eerst overnachting regelen. Ik had iets gelezen over een zogenaamd airport hotel. Dat leek me wel handig, omdat ik dan niet naar Jakarta zou hoeven gaan. Die stad wilde ik liever pas op het eind van mijn reis bezichtigen. Een kamer op het airport hotel bleek echter zo'n 30 $ per nacht te kosten. Dat was ver boven mijn budget, dus die mogelijkheid viel af. Met een aantal nederlandse medepassagiers ging ik op zoek naar de bus naar de stad. Onderweg zagen we vele versieringen en gekleurde lampjes te ere van het 50-jarig jubileum van het uitroepen van de onafhankelijkheid. We kwamen aan bij station Gambir. Dit station ligt vlak bij de straat Jalan Jaksa, waar de meeste goedkope hotelletjes zijn. Met 3 andere nederlanders ging ik op zoek. Al snel vonden we een hotelletje waar nog zowel een 3-persoons kamer als een 1-persoons kamer vrij waren. Dus dat kwam goed uit. Wel bleek dat de prijzen tussen de kamers relatief weinig verschilden. Het blijkt dat je in Indonesië meestal alleen per kamer betaald en niet per persoon, zodat je als je alleen reist meestal een stuk duurder uit bent. Ik probeerde nog wat van de prijs af te dingen, maar de eigenaar was niet te vermurwen. Later las ik in mijn gidsboek dat 10.000 rp ook wel bijna de ondergrens is. Wel was de kamer erg klein; niet veel groter dan het bed. Na gedoucht en wat gegeten te hebben besloot ik maar te gaan slapen. Het was nu ± 9 uur. Na de vermoeiende reis viel ik als een blok in slaap.


Dag 3
Zo 30 juli

    Ik bleek toch nog enigszins last van jetlag te hebben. Hoewel ik deze nacht aanvankelijk snel en goed sliep werd ik om ± 1 uur weer wakker en kon vanaf dat moment slecht slaap vatten. Het was nu in Nederland nog maar begin van de avond. Na een paar uur gedraai en gewoel, waarin op een gegeven moment (omstreeks half 4) ook nog eens vlakbij een moskee begon te loeien, sliep ik uiteindelijk toch weer in.
    Om een uur of 9 werd ik weer wakker. Ik ging terug naar het vliegveld om 's middags naar Bali te vliegen. Maar helaas, de vlucht van vandaag bleek gecancelled te zijn. Ik moest nog een dag extra wachten. Ik ging weer terug naar Jakarta.
    Daar probeerde ik eerst weer dezelfde kamer als vannacht te krijgen. Die was tenslotte goedkoop, en dat hij erg klein was was voor een enkel nachtje ook niet zo erg. De kamer bleek echter inmiddels alweer bezet te zijn. Al snel vond ik iets verderop een andere kamer voor 15.000 rp. Het was nu begin van de middag en ik besloot om maar een middagje kalm aan te doen. Volgens mijn gidsboek had Jakarta maar weinig bezienswaardigheden, en bovendien zou ik er op mijn terugreis nog een keer komen. Na wat geluncht te hebben in de buurt bracht ik de rest van de middag door op het terrasje in de tuin van het hotelletje waar ze lekkere stoelen hadden en het redelijk koel was.
    'S avonds at ik in een restaurantje in de buurt. Daar maakte ik nog een praatje met een engelse jongen die ook pas in Jakarta was aangekomen. Hij wilde proberen om hier werk te vinden als leraar engels. Op een gegeven moment kwam er nog een mooi indonesisch meisje bij ons aan tafel zitten, en begon een praatje met ons te maken. In eerste instantie wantrouwde ik het een beetje, en dacht ik dat het haar misschien om geld te doen was, om het zo maar eens te zeggen. Maar dat bleek mee te vallen. Ze kletste honderduit, maar ze was behoorlijk aangeschoten en een zinnig gesprek was er nauwelijks mee te voeren.


Dag 4
Ma 31 juli

    Ik bleek deze nacht behoorlijk door muggen gestoken te zijn. Het verbaasde me een beetje, want ik had er de vorige avond geen in mijn kamer gezien of gehoord en daarom geconcludeerd dat het hier wel mee zou vallen. Ook mijn elektronische muggenverjager (een simpel dingetje wat ik voor een paar gulden in nederland had gekocht) bleek niet erg effectief.
    Vandaag zou ik naar Bali vliegen. Ook vandaag had ik niet veel tijd en zin om in Jakarta rond te kijken. Dat kon op de terugweg altijd nog. Kortom: dit was een beetje een verloren dag. 'S ochtends op m'n gemakje ontbeten en nog wat in de tuin van het hotel rondgehangen. 'S middags al vroeg (te vroeg eigenlijk) naar het vliegveld gegaan. Daar heb ik lang moeten wachten. Een beetje gelezen, en op het laatst nog een praatje gemaakt met een groepje japanse studenten.
    Uiteindelijk kon ik eind van de middag het vliegveld in. Het was een vrij klein toestelletje. Ik kreeg hier warempel nog een 1e klas plaats toegewezen. Waarschijnlijk was dat gisteren toen ik mijn vlucht moest veranderen nog een van de laatste vrije plaatsen. We maakten nog een tussenstop in Yogyakarta. De landing was heel mooi om te zien vanwege alle feestverlichting in de stad (het was inmiddels al donker). Na een klein half uurtje vlogen we verder naar Bali. Daar kwamen we nu met een uur vertraging aan.
    Ik wilde nu naar het hotel waar Leendert zat met z'n groep (Mandara Cottages). Indien mogelijk wilde ik in datzelfde hotel (hoewel het wel een redelijk duur hotel was) of anders een vlak in de buurt. Het hotel lag op ± 1 km afstand. Dat had ik vantevoren opgezocht in mijn reishandboek. Ik wilde aanvankelijk er gewoon naar toe lopen, maar ik kon op het vliegveld niet goed zien welke kant ik uit moest. Dus nam ik voor het gemak toch maar een taxibusje naar het hotel. Ik had geluk want er was nog 1 kamer vrij. De prijs was inderdaad vrij hoog (35000 rp) maar omdat het toch maar voor 2 nachten was vond ik dat niet zo erg. Het was wel een heel erg mooi hotel. Het waren ruime kamers met goede sanitaire voorzieningen, gelegen rond een prachtige tuin. Dit was misschien wel het mooiste hotel waar ik ooit geweest was.
    Leendert was op dat moment nog niet aanwezig omdat hij was gaan eten in het stadje. Op een terrasje bij de ingang wachtte ik op hem. Na enige tijd kwam hij aan en konden we weer de nodige verhalen uitwisselen.


Dag 5
Di 1 aug

    Voor deze dag stond gepland: vrij te besteden dag in Kuta. Dat wil zeggen, zo stond het in het programma van Leendert's groep, en voor mij gold eigenlijk hetzelfde. 'S morgens sliep ik dus maar uit. Het ontbijt kreeg je geserveerd op je eigen veranda. Dat was niet aan een bepaalde tijd gebonden, maar gewoon zodra een van de hotelmedewerkers gezien had dat je opgestaan was. Als ontbijt kon je kiezen uit b.v. een pannekoek, een omelet, toastjes of iets dergelijks. Daarnaast kreeg je nog een fruitsalade bestaande uit banaan, ananas en papaya (een beetje standaardgerecht in indonesische hotels), en een drankje naar keuze.
    Eind van de ochtend gingen we het stadje in. Het hotel lag er een beetje buiten. Langs de weg naar het stadje zag je veel grote dure hotel- complexen. In het stadje zelf zeer veel op toeristen gerichte winkeltjes. En verder talloze straathandelaren van allerlei prullaria, maar deze waren niet echt hinderlijk. In ieder geval minder dan zoals ik ze 2 jaar geleden in India had meegemaakt. Een aantal decennia geleden was Kuta nog een klein vissersdorpje, maar het is sindsdien in snel tempo uit zijn voegen gegroeid. De meeste toeristen hier komen uit Australië. Voor hen is Bali, en dan met name Kuta, zoiets als wat Spanje is voor de nederlanders.
    We gingen allereerst naar het postkantoor om girobetaalkaarten te verzilveren. Het was in eerste instantie vrij moeilijk te vinden omdat het in een smal steegje gevestigd was. Hierna gingen we lunchen en daarna naar het strand. Op het strand was het ook behoorlijk druk. De zon scheen er pittig. In de branding waren vrij grote golven, en er waren dan ook enkele surfers aktief. Echte golf-surfers wel te verstaan. Gelukkig werd je hier op het strand met rust gelaten door de diverse handelaren.
    Op de terugweg kwamen we nog langs een groot warenhuis. Een soort zaak als V&D of Bijenkorf in Nederland. Ik had eigenlijk niet verwacht zoiets in een land als Indonesië aan te treffen. Ik had immers op eerdere vakanties in landen als Turkije, Marokko en India nog nooit zulke grote moderne warenhuizen gezien. Op de begane grond had je een supermarkt waar heel veel verschillende levensmiddelen verkocht werden. Ik zag er zelfs hagelslag liggen. Ik kocht in deze zaak ook nog een eenvoudig fototoestelletje voor een paar tientjes. Ik had wel plannen om een betere en duurdere te kopen, vergelijkbaar met mijn oude toestel, maar daar wilde ik liever mee wachten tot ik weer in Nederland was omdat dat nu een beetje boven mijn budget zou komen. Het belangrijkste was dat ik nu de rest van mijn vakantie tenminste toch nog foto's kon maken.
    'S avonds had Leendert met de leden van zijn groep een afscheidsfeestje. Zelf ging ik eten in een restaurantje in de buurt. Deze avond stikte het van de muggen. Lekker op de veranda zitten was er dan ook niet bij. Ook binnen werd je bijna continu aangevallen. Er waren ook wel een aantal hagedisjes die insekten eten, maar niet genoeg blijkbaar. Die hagedisjes zie je in Indonesië vrij vaak in huizen. Ze zijn beige van kleur en ± 5 tot 10 cm lang.


Dag 6
Wo 2 aug

    De afgelopen avond viel ik aanvankelijk als een blok in slaap, maar na een paar uurtjes werd ik alweer wakker, en kon vanaf dat moment de slaap niet meer vatten. Pas begin van de ochtend heb ik nog heel even kunnen slapen. Waarschijnlijk was een en ander het gevolg van jet-lag. Dat schijnt soms nog dagenlang door te kunnen werken. De volgende ochtend voelde ik me in elk geval zo gammel als een oude krant.
    Voor de mensen van Leenderts groep was dit de laatste dag. Ik had met Leendert afgesproken dat we nog 1 dag in Kuta zouden blijven. We zouden de komende nacht wel een ander hotelletje zoeken. Enerzijds omdat dit hotel toch aan de dure kant was, en anderzijds omdat het nogal ver uit het centrum lag. We hadden gisteren al een hotelletje uitgezocht. Ik ging er eind van de ochtend al heen. Leendert zou vandaag later op de middag ook naar dit andere hotel gaan. Hij moest eerst nog de mensen van zijn groep naar het vliegveld begeleiden.
    Overdag heb ik niet veel gedaan. Een beetje op mijn hotelkamer gezeten en nog even naar de stad geweest om wat te eten.
    'S avonds voelde ik me gelukkig alweer wat fitter. We gingen het stadje in om er wat te eten en te stappen. Ook 's avonds bleek Kuta opmerkelijk veel weg te hebben van plaatsen als Lloret de mar of Ios. Overal zag je toeristen. Op de smalle stoepjes (op de straat kon je niet lopen, want daar raasde continu druk verkeer, met name veel knetterende brommertjes) liepen nog meer handelaartjes dan overdag. Met name veel gastjes met koffertjes vol namaak merk-horloges. En af en toe louche types die "magic mushrooms" aanboden. We kwamen nog in een tentje waar een live-bandje speelde. Het publiek bestond er voornamelijk uit australiërs. Op een gegeven moment speelde het bandje wat oude rock&roll nummers. Een groepje australiërs van een jaar of 50+ liet daarop een origineel stukje rock&roll dansen zien. Een grappig gezicht. Hierna liepen we weer verder door het stadje. We kwamen nog langs een disco die helemaal was gebouwd in de vorm van een piratenschip. Een heel apart bouwsel. Zoiets zou in Renesse ook niet misstaan. In een ander tentje waar ook een live- bandje speelde namen we nog een pilsje. Daarna gingen we weer terug naar ons hotel. Deze nacht sliep ik trouwens prima.


Dag 7
Do 3 aug

    Vandaag wilden we naar Lombok. Om precies te zijn wilden we naar de Gili eilanden. Dat zijn 3 minuscule eilandjes die vlak voor de kust van Lombok liggen. Het is er vrij primitief; zo heb je er geen verharde wegen en gemotoriseerd verkeer, en elektriciteit en stromend water maar mondjesmaat. Wat je er wel hebt zijn mooie stranden en prachtige koralen, waar je fantastisch kunt snorkelen. Vergeleken met de andere stranden in Indonesië is het er erg rustig. Desondanks heeft het toch 's avonds nog een gezellig uitgaansleven.
    Het openbaar vervoer op de eilanden Bali en Lombok bestaat hoofdzakelijk uit zogenaamde bemo's. Dit zijn een soort minibusjes die over bepaalde routes rijden tussen de verschillende plaatsen. Wat betekent dat als je ver wilt reizen je vaak diverse malen moet overstappen. De bemo's kunnen ieder moment langs de kant van de weg stoppen als er een passagier uit wil of als ze iemand zien staan die mee wil. Binnen zit je er vaak als haringen in een ton opeengepakt. Vooral ook omdat de gemiddelde indonesiër een stuk kleiner is dan de meeste toeristen. Iets waarmee bij het ontwerp van de bemo's weinig rekening lijkt te zijn gehouden. Verder hebben veel indonesiërs de irritante gewoonte om ook onder dergelijke benauwde omstandigheden door te gaan met sigaretten roken. De tarieven zijn een verhaal apart. Deze staan om te beginnen meestal nergens vermeld. De chauffeurs hebben de neiging om toeristen een aanzienlijk hoger bedrag te vragen dan het normale tarief. Afdingen kan dus nooit kwaad. Het is belangrijk dat je ongeveer weet wat de normale prijs is. Maar wie de prijs vraagt aan de chauffeur geeft daarmee al te kennen de juiste prijs niet te weten. Het beste is om heel goed op te letten hoeveel indonesiërs betalen.
    Het onderhandelen over de bemo's nam Leendert voor zijn rekening. Hij was hier immers meer in bedreven dan ik. De onderhandelingen verliepen deels in het indonesisch zodat het voor mij niet altijd duidelijk was wat er precies werd besproken. In Kuta namen we aanvankelijk een bemo in de verkeerde richting. Maar het bleek dat diezelfde bemo even later weer de goede kant op ging, richting Tegal, een station in de buurt van de hoofdstad Denpasar. Normaal gesproken zouden we nog een aantal malen moeten overstappen, maar we konden hier voor een redelijke prijs meteen in een keer naar de haven Padangbai. Onderweg stapten er nog regelmatig mensen in en uit die ook die richting op moesten. We kwamen nog door een aantal handwerkdorpjes. Daar zag je langs de weg b.v. allemaal houten meubels of stenen beeldhouwwerken staan. Ook kwamen we nog door een dorpje waar een hindoe-crematie werd voorbereid. De lijkkisten zijn dan heel uitgebreid versierd en voorzien van grote houten beelden van dieren.
    Eind van de ochtend kwamen we aan in Padangbai. De zon brandde hier weer behoorlijk pittig. Helaas vertrok er vandaag geen boot om 12 uur, zodat we moesten wachten op die van 2 uur. We konden nu op ons gemakje lunchen. De boottocht duurde zo'n 4 uur. Het was een vrij saaie zit. Op een gegeven moment werd het wat fris vanwege de wind. We zijn toen maar op het achterdek in de zon gaan liggen. Net op tijd trouwens, want dat achterdek was maar erg klein en niet veel later lag het er al vol.
    Iets na zessen kwamen we aan in Lembar, de haven van Lombok. We waren vlak voor aankomst naar het onderdek gelopen. De automobilisten vonden het handig om alvast lang van tevoren hun motoren te starten, zodat je er bijna stikte van de uitlaatgassen. Het was intussen net donker geworden. We zouden vanavond waarschijnlijk niet meer helemaal naar de Gili eilanden kunnen reizen. We besloten daarom maar naar Mataram of Cakranegara te gaan, steden die op de route lagen.
    Het wemelde hier in de haven weer van allerlei mannetjes die busjes en hotels wilden aansmeren. Ze waren hier erg vasthoudend. Toen we op zoek gingen naar een bemo bleven ze ons de hele tijd volgen. Op een gegeven moment wilden ze ons naar een lege bemo brengen die een beetje achteraf stond. Dit blijkt een bekend geniepig truukje te zijn. Het doel was om te wachten tot de andere bemo's weg zouden zijn. Dan hadden we deze voor veel geld moeten charteren. Leendert had het gelukkig al snel door. Al vrij snel konden we met een gewone bemo mee. Wel zaten ook hier enkele gastjes in die steeds zaten te zeuren om hotels voor ons te regelen. We konden het echter prima alleen af. Toen we in Cakranegara aangekomen waren was het alleen even een kwestie van op de kaart kijken in welke straat we aangekomen waren. Al snel vonden we daarna een aardig hotelletje voor een zeer redelijke prijs (12500 rp). Het bestond uit een aantal appartementen rond een klein tuintje. Niet zo mooi als Mandara Cottages in Kuta, maar toch beslist niet slecht voor zo'n goedkoop hotelletje. Na in de buurt wat gegeten te hebben gingen we weer slapen.


Dag 8
Vr 4 aug

    Deze ochtend reisden we verder naar de Gili eilanden. We moesten eerst per bemo naar het station Sweta. Vandaar ging er een gewone bus richting Bangsal, het havenstadje. Op het station was het behoorlijk druk. Het krioelde er van allerlei verkopers, toeterende kriskras door elkaar rijdende bemobusjes en natuurlijk talloze passagiers. In de bus zat het trouwens ook weer behoorlijk vol. De rit ging door een mooi heuvelachtig gebied. Op sommige plaatsen kon je apen langs de kant van de weg zien zitten. De laatste paar kilometer naar het haventje legden we af per paardekar. Dat is hier op Lombok ook een veel voorkomend vervoermiddel.
    In de haven kon je de Gili eilandjes al zien liggen. We kozen voor Gili Trawangan. Dat moest het gezelligste eiland zijn. Leendert was hier 3 jaar geleden ook geweest. Het was in de haven even zoeken naar de ticket office voor de publieke boot. Er liepen hier ook lieden rond die ons liever voor veel geld hun eigen boot lieten charteren. De publieke boot zou pas weer vertrekken als er voldoende passagiers zouden zijn. Op dit moment waren er behalve ons alleen nog 4 engelsen. De engelsen hadden haast en wilden de boot charteren. Wij stemden hiermee in op voorwaarde dat zij dan het grootste deel van de kosten voor hun rekening zouden nemen. Wij hadden immers best nog wel wat langer op andere passagiers willen wachten. Ondanks dat we nu de boot gecharterd hadden gingen er toch nog een flink aantal indonesiërs mee. Waarschijnlijk allemaal vrienden of familie van de schipper.
    Na een klein stukje varen bereikten we Gili Trawangan. We wilden nu een hutje op het noordelijk deel van het eiland omdat het daar wat minder druk zou zijn. Het eiland is echter vrij klein, dus we zouden nooit ver hoeven lopen naar het zuidelijk deel waar de meeste restaurantjes zijn. We zaten nu in een bamboe hutje op palen, met een veranda. We hadden er geen stromend water. We hadden wel elektrische verlichting (weliswaar van een zéér laag wattage), maar geen stopcontacten. Er was een hurk-WC en wassen moest je je met behulp van een mandi (een soort grote waterbak waaruit je met een soort bekertje water kan scheppen wat je over heen kan gieten). Desondanks beviel het ons er prima.

Bungalow

    'S middags gingen we naar het strand wat hier vlakbij lag. Zoals gezegd kon je hier prachtig snorkelen. Leendert had een duikbril bij zich en zwemvliezen kon je overal huren. Er waren prachtige koralen te zien en heel veel kleurrijke vissen. Het was echt net alsof je in een groot aquarium rondzwom. In het water stond een zwakke stroming evenwijdig aan het strand, zodat je je langzaam mee kon laten drijven langs het koraal. Als de zon te heet werd op het strand kon je er onder de schaduw van een boom gaan liggen. Op en bij het strand had je een aantal kleine gezellige restaurantjes. Opvallend was trouwens dat je hier vrij veel fransen en italianen tegenkwam.
    'S avonds aten we in een restaurantje in het zuidelijk deel van het eiland. Dat was ongeveer 1 kilometer lopen. Leendert vond dat het hier wel een stuk toeristischer was geworden in vergelijking met 3 jaar geleden. Er waren wat meer restaurantjes bijgekomen en ook wat kleine toeristenwinkeltjes. Toch viel het allemaal nog wel mee. Het was er nog wel gezellig en niet al te druk.
    Na het eten zaten we nog een tijdje op de veranda van onze bungalow. Onder andere luisterend naar Nederland Wereldomroep via mijn wereldontvanger. Zo hoorden we dat in Kroatië de situatie rond Krajina erg gespannen was. In Nederland daarentegen was het blijkbaar komkommertijd. Het belangrijkste nieuws daar was dat de treinconducteurs officieel toestemming hadden gekregen om met warm weer een korte broek te dragen.


Dag 9
Za 5 aug

    Deze dag stond er weinig op het programma. We sliepen uit en gingen daarna naar het strand. Net als gisteren weer af en toe zwemmen en snorkelen. We luchten weer in een klein strand-restaurantje. Halverwege de middag waren we het strand weer een beetje beu. De rest van de middag brachten we door op de veranda van onze hut. Een relaxte dag, kortom.
    'S avonds aten we in een restaurantje wat vlakbij lag, genaamd "Excellent". Het was hier wat rustiger dan op het zuidelijk deel van het eiland, maar verder was er weinig verschil.
    Wat later op de avond was er een feest in het Excellent restaurant. De restaurants op het eiland hebben onderling afgesproken dat er elke avond in één van de restaurants een feest wordt gehouden, iedere keer in een ander restaurant. Het voordeel van dit systeem is dat iedereen naar één plaats gaat, waardoor het daar lekker druk en gezellig wordt. Vanavond was het dus hier. Een deel van het restaurant was ingericht als dansvloer. Voor de rest kon je zitten aan lange tafels. De muziek die er gedraaid werd, was afwisselend een blokje reggae en een blokje house. Reggae is trouwens enorm populair bij jonge indonesiërs. Toen het feest afgelopen was werd het eigenlijk pas echt gezellig. We kletsten toen nog een tijdje door met wat andere toeristen die bij ons in de buurt zaten.


Dag 10
Zo 6 aug

    Dit was eigenlijk net zo'n dag als gisteren. Ook nu weer overdag naar het strand om te zwemmen en te snorkelen. Daarna wat luieren op de veranda. En 's avonds uit eten in het dorpje aan de zuidkant. Ook deze avond was er weer een feest. Alleen was het dit keer wat minder gezellig. Ik voelde me deze avond ook niet helemaal fit, zodat we dit keer niet tot het eind zijn gebleven.

Paardenkar


Dag 11
Ma 7 aug

    Dit zou alweer onze laatste dag op Gili Trawangan worden. Hoewel we het hier prima naar ons zin hadden, was er natuurlijk nog meer te zien in Indonesië. Maar vandaag dan toch nog een dagje strand.
    Eind van de middag besloot ik om naar de westkant van het eiland te lopen om er de zonsondergang te bekijken. Die moest hier wel mooi zijn. Leendert ging niet mee, want hij had het al eens gezien. Ik liep er heen langs de noordkant van het eiland waar het nog minder druk was dan aan de oostkant waar wij zaten. Aan de westkant was het strand helemaal verlaten. Op een gegeven moment kwam ik bij de vuurtoren. Daar wachtte ik op de zonsondergang. Toen ik daar zat te wachtten kwamen er af en toe nog wat meer toeristen aan. De zonsondergang was mooi, maar niet zo spectaculair als wat ik bijvoorbeeld 2 jaar geleden in Goa had gezien. Maar die laatste was destijds dan ook wel heel uitzonderlijk moet ik zeggen. Na de zonsondergang liep ik terug via een pad dat dwars over het eiland van west naar oost liep. Ik kwam door grote palmbomen plantages. Af en toe stonden er huisjes van de lokale bewoners. Het pad was overigens wel erg stoffig.
    'S avonds aten we in een restaurant wat in één van mijn gidsboeken (Trotter) zeer slecht stond aangeschreven. Maar het zag er ons op het eerste gezicht helemaal niet slecht uit, dus we wilden het toch wel eens uitproberen. Het bleek beslist niet slecht. De saté smaakte er voortreffelijk. Er was geen enkel verschil te merken met de andere restaurants die we op het eiland bezocht hadden. Zo zie je maar dat de gidsboeken af en toe de plank behoorlijk mis kunnen slaan.


Dag 12
Di 8 aug

    Deze ochtend werd ik bij toeval al vroeg wakker. Zo'n beetje net voor zonsopgang. Ik besloot daarom om die zonsopgang maar eens te gaan bekijken. Ik had gehoord dat ook die hier erg mooi moest zijn. Al had ik me niet voorgenomen om speciaal daar voor vroeg op te staan. Maar nu was ik toch wakker en we zaten bovendien aan de oostkust. Ik liep naar het strand en wachtte op de zon. Je kon nu heel goed de Rinjani vulkaan op Lombok zien. Overdag was het daarvoor meestal te bewolkt. Nu was de lucht kraakhelder.
    Na de zonsopgang te hebben bekeken ging ik nog heel even terug naar mijn bed, maar niet veel later stonden we al weer op, want we wilden vandaag mee met de boot van 8 uur. De boot werd dit keer propvol geladen met mensen. Ongeveer dubbel zoveel als er officieel mee zouden mogen. De boot kon daardoor niet erg snel varen. Toen we op Lombok aangekomen waren namen we een bemo naar het hoofdstation Sweta. Ook deze bemo zat weer propvol. Het was bovendien een vrij kleine bemo waarbij de bankjes langs de zijkanten zaten en waarvan de raampjes niet open konden. Zo reden we door het bochtige heuvellandschap. Een groot deel daarvan vlak achter een stinkende vrachtwagen. Het had dit keer weinig gescheeld of ik was wagenziek geworden. Gelukkig duurde de rit naar Sweta niet lang.
    Op het station was het weer een gigantische drukte. Toen bij het uitstappen iemand behulpzaam mijn rugzak aanpakte werd die vrijwel onmiddellijk naar een bemo richting de haven Lembar gedragen. Ze namen voor het gemak maar aan dat wij, zoals de meeste mensen die uit de richting Gili kwamen, wel daar naartoe zouden willen. Een beetje te behulpzaam dus. Op zich wel komisch, maar wij hadden echter andere plannen. Oorspronkelijk hadden we hier op Lombok een aantal dagen brommertjes willen huren om daarmee door het eiland te trekken, maar we hadden vernomen dat je daarvoor een rijbewijs nodig had. Ons nieuwe plan was om naar Tetebatu te gaan op het midden van het eiland. Dat ligt in een heel mooie omgeving, op de helling van de Rinjani. Vandaar uit zouden we dan excursies kunnen ondernemen.
    De bemo richting Tetebatu was gelukkig een stuk comfortabeler. We moesten zoals gewoonlijk weer een paar keer overstappen. Het laatste stuk ging per paardekar. Dat was nog best een flink eind, en erg snel ging het ook niet want het was vrij steil bergopwaarts. We hadden gelukkig geen haast. In Tetebatu konden we vonden we na enig zoeken een geschikt hotel. Leendert kende dit hotel want hij had er weleens geluncht met zijn groep.

Rijstvelden

    'S middags gingen we wandelen in de omgeving. Er moest hier ergens een bos zijn waar apen zaten. We gingen er naar op zoek. De omgeving was hier heel mooi. Eerst liepen we langs een steil rivierdalletje. Daarna kwamen we tussen de rijstvelden terecht. Deze waren allemaal terrasvormig aangelegd op de helling van de berg. Het was een eigenaardig landschap. Het patroon van paden vormde hier echter een waar doolhof. Telkens kwamen we doodlopende stukken tegen, of paden die uiteindelijk naar de verkeerde richting afbogen. Het apenbos hebben we zodoende niet meer kunnen vinden. Desalniettemin was het toch een mooie wandeling. Het enige hinderlijke waren soms de kinderen die zodra ze je zagen 'hallo' begonnen te roepen. De eerste keren roep je vriendelijk 'hallo' terug, maar op een duur werd dat wel vermoeiend. Je zag hier tussen de rijstvelden namelijk wel om de haverklap een groepje huisjes staan, en daar zaten altijd wel een paar kinderen tussen. Later op de middag ondernamen we een nieuwe poging om het apenbos te vinden. Dit maal via een andere route. We kwamen nu door een klein dorpje. Al snel drongen een paar kinderen zich als gidsen zich aan ons op. We wilden liever op onszelf rondkijken. "Only if you follow me you will see monkeys" zei er nog een, terwijl hij voor ons uit begon te lopen. Toen hoefde het voor ons niet meer zo nodig. Er waren trouwens nog genoeg andere plaatsen in Indonesië waar je apen kan zien.
    Eind van de middag wilde Leendert nog bellen om zijn vlucht naar Maleisië van over 3 dagen, te reconfirmeren. Maar er bleek dat dit dorp geen telefoon had! Sterker nog, de hele streek hier in de omgeving had geen telefoon. Dat was een probleem. We waren nu gedwongen om onze plannen voor de komende dagen te veranderen. We hadden eigenlijk hier nog een dag langer willen blijven en morgen hier in de buurt een waterval en wat handwerkdorpjes willen bekijken. Maar we zouden nu morgen naar een plaats moeten waar ze wel telefoon hadden. Leendert kon het zich immers niet permitteren niet te reconfirmeren. Als hij niet mee zou kunnen vliegen zou hij niet op tijd zijn voor zijn volgende groepsreis. We besloten om morgen naar Senggigi te gaan, een badplaats aan de westkust.


Dag 13
Wo 9 aug

    Vandaag zouden we dus naar Senggigi gaan. Ik ging deze ochtend eerst nog wat wandelen in de omgeving om er wat foto's te maken. Daarna vertrokken we uit Tetebatu. Het eerste stuk weer per paardekar. Heuvelaf ging het een stuk sneller. Vervolgens met verschillende bemo's naar Senggigi. Onderweg lunchten we in een kleine warung (een soort klein niet-toeristisch restaurantje) in het stadje Ampenan. In de laatste bemo naar Senggigi zag ik toen ik ingestapt was een schorpioen aan de wand. Ik dacht eerst dat het een hagedisje was. Het was namelijk ongeveer dezelfde grootte en kleur. Een fractie van een seconde later merkte ik dat het geen hagedisje was maar een schorpioen. Een indonesiër ving hem in zijn pet, drukte hem dood en gooide hem door het raampje naar buiten.
    In Senggigi namen we een hotel wat ook wel eens door Leendert's groepen gebruikt werd. Het was redelijk geprijsd en had mooie appartementen. Echte goede goedkope hotelletjes zijn in Senggigi moeilijk te vinden. Ook nu bleek er een groep van Leendert's organisatie in het hotel te zitten.
    We gingen nu het dorpje bekijken. Leendert vond een publieke telefoon zodat hij zijn vlucht kon reconfirmeren. Maar helaas, het buro van de luchtvaartmaatschappij bleek vandaag gesloten te zijn. Vandaag was het namelijk een vrije dag vanwege de geboortedag van de profeet Mohammed. Hadden we dat maar eerder geweten... Het plaatsje had een mooi strand, maar het was vandaag nogal bewolkt.
    'S avonds speelde er een band in het hotel. Toen we op onze kamer zaten hoorden we ze spelen (ons appartement lag helemaal achterin, vele tientallen meters van het restaurant verwijderd). Aanvankelijk speelden ze vooral reggae nummers, maar later ook wat meer rock muziek. We besloten nog even te wachtten om te gaan. Het was nog vrij vroeg en we lagen net lekker op onze bedden uit te rusten. Het hotel had lekker zachte bedden, wat je niet vaak meemaakte in Indonesië. Tegen een uur of 12 besloot Leendert dat hij nu toch eens even naar die band wilde gaan kijken. Maar helaas, net op dat moment stopten ze er mee.


Dag 14
Do 14 aug

    Deze ochtend ging ik eerst het dorpje in om geld te wisselen en ansichtkaarten te kopen. Daarna ging ik naar het strand. Leendert was hier al eerder naartoe gegaan. Ook vandaag was het er weer een beetje bewolkt. Ik kon er op mijn gemakje de kaarten schrijven. De middag brachten we door op de veranda van ons appartement.
    Eind van de middag bracht ik de kaarten naar het postkantoor. Leendert had vandaag eindelijk zijn vlucht kunnen reconfirmeren. We gingen nog even naar het strand om er de zonsondergang te bekijken. Die is hier vaak heel mooi omdat de zon ongeveer net achter de hoogste berg van Bali ondergaat. Overdag is Bali overigens meestal niet te zien. Vandaag was het eigenlijk een beetje bewolkt, maar op het laatst klaarde het een beetje op, zodat het toch nog een heel aardige zonsondergang werd. Er stond deze middag trouwens wel een behoorlijk sterke wind van zee. Onderweg naar het hotel namen we nog een biertje in een restaurantje waar het net 'happy hour' was. We bleven er echter niet lang, want het stikte er van de muggen.
    'S avonds aten we in een mexicaans restaurant. Het was er wel een beetje aan de dure kant, maar het eten was heerlijk. Ook vanavond was er weer live muziek in het restaurant hotel, maar deze avond viel het een beetje tegen. Er was alleen een zanger met akoestische gitaar. We gingen daarom naar een pub vlakbij waar een bandje speelde. Het heette "Marina's Pub". Het was een erg gezellig tentje. Toch gingen we alweer vroeg slapen omdat we er morgen weer vroeg uit wilden. Leendert zou namelijk morgenochtend per vliegtuig vertrekken om aan een nieuwe groepsreis te beginnen. Ik zelf zou morgen naar Bali gaan.


(Terug)