Al vroeg in de morgen kwamen we in Bikaner aan. Dit is een stad in de
woestijn van Rajastan. Je ziet hier ook veel kamelenwagens. Het door ons
uitgezochte hotel lag dicht bij het station. We bezochten deze ochtend het
fort van Bikaner. We waren eerst nog verkeerd. We dachten op een gegeven
moment bij het fort te zijn, maar dat bleek een tempel te zijn. Iets verderop
lag het echte fort. Dit was een mooi gebouw, van binnen was het een
prachtig paleis. Binnenin waren allerlei tentoonstellingen van dingen uit
vroeger tijden. We kregen er een rondleiding van een gids.
Toen we eind van de ochtend terug naar het hotel liepen kwamen we nog
een drankwinkel tegen. Hier kochten we een lekker koele fles bier. Behalve
dat bier vrij duur is in India, is het vaak ook erg moeilijk te krijgen.
Restaurants hebben meestal geen vergunning om alcohol te schenken en bars
en cafe's vind je überhaupt nergens. Dus waren we blij dat we nu eindelijk
weer eens een biertje konden drinken.
Vanwege de hitte (die hier gelukkig niet zo klam was als in Delhi) namen
we begin van de middag een siësta. Aan het eind van de middag liepen we
weer naar het centrum om daar te proberen naar huis te bellen. Er was deze
middag nog een korte regenbui. Deze deed sommige kleine stoffige straatjes
veranderen in grote modderpoelen. Het lukte ons echter niet om het
telefoonkantoor te vinden. Uiteindelijk werden we het zoeken zat en gingen
we weer onverrichterzake terug naar het hotel.
Ik begon vandaag last te krijgen van het hete klimaat. Het broodje bij het
ontbijt kon ik niet door mijn keel krijgen. De eerste hap ervan veranderde in
mijn mond in een droge kleverige meelbal die al het vocht in mijn mond
absorbeerde, zodat ik het niet kon doorslikken of uitspugen. Alleen met veel
thee kon ik allemaal nog een beetje wegkrijgen. De rest van de dag
voornamelijk op bananen geleefd. Die zijn tenminste vochtig, droog eten luste
ik niet meer. Misschien was het ook wel gedeeltelijk het gevolg van de
diarree van de afgelopen dagen.
'S ochtends bezochten we een rattentempel in een nabijgelegen dorpje. In
deze tempel leven enige honderden ratten. Deze ratten worden hier, om een of
andere reden, als heilig beschouwd. We zagen er helaas maar een paar omdat
de meeste op dit moment van de dag sliepen. 'S ochtends vroeg en eind van
de middag schijnt het er echt te krioelen van de ratten. Het dorpje lag
midden in de woestijn. We gingen er heen met een jeep. Op de terugweg
reisden we op het dak van de jeep.
Begin van de middag hielden we weer en siësta. 'S avonds aten we in een
vrij sjiek restaurant met een uitgebreide menukaart. Voor het eerst in India
kon ik hier een gewoon glas melk bestellen. Die dronk ik in één teug leeg.
Ook hadden ze hier hele lekkere tomatensoep en salades. Een ideaal
restaurant om mijn vochtgehalte weer wat op peil te brengen.
We namen deze nacht de bus naar Jaisalmer, een andere woestijnstad. We
waren de enige toeristen in de bus. Gelukkig hadden we stoelen op de voorste
rij gekregen, zodat we tenminste ruimte hadden voor onze benen. 'S nachts
werd gestopt bij een heel klein wegrestaurantje. Daar kon je voor een
habbekrats een kopje indiase thee (met melk en suiker meegekookt) krijgen.
Later werd nog diverse malen bij allerlei kleine dorpjes gestopt om mensen af
te zetten en op te pikken. Op een gegeven moment kwamen er zelfs een
aantal geiten de bus binnen.
Vroeger dan ons lief was kwamen we aan in Jaisalmer. Daar stonden al een aantal vrienden op ons te wachten. Een van hen vertelde dat hij en zijn hotel in ons nederlandse boek stonden. Dat klopte en de beschrijving was vrij positief. De prijs was belachelijk laag. 35 rupee's per nacht (iets meer dan 2 gulden). Maar deze prijs had waarschijnlijk een speciale oorzaak. De hoteleigenaars in Jaisalmer zijn er zeer op gebrand dat je bij hen een kameelsafari boekt, en daar wordt wel veel geld aan verdiend. Wij hadden daar overigens best wel zin in. Bij onze vriend konden we een gecombineerde jeep/kameel safari nemen. Eerst zou je een middag per jeep langs allerlei bezienswaardigheden gaan en dan vervolgens in 2 dagen per kameel terug naar Jaisalmer. Dat leek ons wel een goed plan. We wilden immers liefst niet meer dan 2 dagen per kameel reizen. Dat leek ons wel lang genoeg. De tocht zou morgenmiddag beginnen.
De woestijnstad Jaisalmer
Vandaag bezochten we, na een ochtendje uitgeslapen te hebben, het oude fort van Jaisalmer. Jaisalmer is een van de meest speciale steden in Rajastan. Het heeft meer nog dan andere steden, een echte sfeer van een woestijnstad. Het oude fort torent hoog boven de rest van de stad uit en is vanuit de woestijn al van verre te zien. Dit fort is een wirwar van allerlei smalle steegjes en zit vol met diverse tempeltjs. Het is dus geen paleisfort, zoals bijvoorbeeld in Bikaner. Even buiten het fort zagen we nog een Bhang- shop. Daar werd legaal wiet verkocht en andere produkten als "magic lassi" en dergelijke. Blijkbaar verschillen de wetten in india voor softdrugs (net als die voor alcohol) sterk per regio of zelfs per stad.
Bhang shop
'S avonds zagen we in een restaurantje (Kalpana) pizza op het menu staan. Dat leek ons wel wat, maar na de ervaring in Kargil had ik eigenlijk beter moeten weten. Het zag er welliswaar uit als een pizza, maar het smaakte totaal anders. De tomaat smaakte naar tomatenketchup en het was bereid met voor een pizza totaal verkeerde indiase kruiden. De tomatensoep in dit restaurantje was trouwens wel perfect. Misschien wel de beste die ik in India gegeten heb.
Deze dag zouden we aan de kamelensafari beginnen. 'S ochtends bezochten
we het nieuwere deel van de stad, wat overigens ook uit allerlei smalle
steegjes bestond. Daar zijn onder andere enkele prachtige haveli's te zien
(een soort oude koopmanshuizen). Ook moesten we nog even naar het station
om alvast kaartjes naar Jodhpur (waarheen we hierna naartoe wilden) te kopen.
Terwijl we daar stonden te wachten arriveerde er nog een trein en konden we zien
hoe meteen alle toeristen van alle kanten werden overvallen door "vrienden" die
hun terwille wilden zijn. Op zo'n moment dat je er zelf buiten staat is zoiets wel
grappig om te zien. Verder hebben we deze dag vooral lang op terrasjes gezeten
totdat het tijd was voor de safari.
De safari voerde eerst per jeep langs enkele oude monumenten in de
omgeving. De eerste daarvan was de mooiste. Hier waren een aantal mooie
oude grafmonumenten te zien. Verder bezochten we nog een paar oude tempels
en een klein dorpje, waar heel weinig te zien was, maar waar wel een gids op
ons wachte die blijkbaar een hele rondleiding voor ons in petto had. Wij
hadden daar op dat moment weinig zin in.
Tegen het eind van de middag bereikten we de plaats waar de kamelen op
ons wachtten. We zouden deze dag nog ongeveer een uurtje op de kameel
rijden naar de nabij gelegen zandduinen. Dit was een mooi ritje om te wennen
aan het rijden op een kameel. We hadden 2 kamelen. Op de voorste zaten
Leendert en de kamelendrijver, een symphatieke gast van een jaar of 20,
genaamd Nabab. Ik had een eigen kameel voor mezelf. Deze kameel was iets
jonger dan de andere en heette Remco. Behalve ons, droegen de kamelen ook
nog grote zakken vol proviand. Toen we bij de zandduinen aangekomen waren
had ik al behoorlijk stijve benen van het wijdbeens zitten en bovendien een
paar blaren op mijn billen. Onze kamelendrijver zorgde nu voor het eten. Rijst
met een soort groentencurry. Lekker, maar wel aan de scherpe kant. Vlakbij
ons waren nog een paar andere groepjes toeristen. Met een groep australiërs
hebben we nog een tijdje gekletst. Daarna was het tijd om te gaan slapen
onder de blote sterrenhemel. Het was niet echt koud 's nachts, maar aan het
eind van de nacht dauwde het een beetje.
Deze ochtend vertrokken we weer per kameel in de richting van Jaisalmer.
We reisden nu ongeveer 3 a 4 uur, met af en toe een pauze om onze benen te
strekken. Met de hitte viel het reuze mee. Het was nog vrij vroeg, en er
stond een zacht koel briesje. Bovendien leek het alsof het bovenop de kameel
iets koeler was dan beneden op de grond. De woestijn was vrij afwisselend.
Zandduinen waren er in dit gedeelte niet meer, maar wel rotsen en kale
vlakten met stenen en af en toe stukjes waar allerlei struiken groeiden. Ook
werden er op sommige plaatsen watermeloenen gekweekt. We kwamen nog
langs een klein huisje. Daar kwam een man naar buiten die ons op twee
fluiten een serenade bracht. Hierdoor waren we zo geroerd dat we hem maar
een paar roepie gaven.
Begin van de middag bereikten we een stuk met veel struiken en andere
begroeiing. Het was nu tijd voor de lunch, hetzelfde gerecht als gisteravond.
Tijdens het koken kwam er nog een herder langs met een kudde geiten en
schapen. Deze melkte ter plekke een geit, zodat we verse melk hadden voor
in de thee! We zaten nu overigens vlakbij een kunstmatig aangelegd meer.
Hier zouden we pauze houden tot eind van de middag, wanneer het weer wat
koeler zou zijn. De kamelen konden hier naar hartelust grazen, en wij konden
lekker zwemmen in het meer en luieren onder de bomen aan de rand van het
meer.
Lunch in de woestijn
Eind van de middag reden we nog ongeveer een uurtje verder. Onderweg kregen we nog een watermeloen. Bij de plaats waar we zouden overnachten ontmoetten we nog een duitser die (uiteraard) ook op kamelensafari was. Het eten was vanavond weer hetzelfde als gisteravond en afgelopen middag.
Hans op kameel
We waren nu ongeveer op de helft van onze kamelentocht, maar als we deze
ochtend in een stuk door zouden rijden konden we eind van de ochtend al in
Jaisalmer kunnen zijn. Het leek ons leuker om daar de middag rond te
brengen op terrasjes enzo, dan nog een middag in de woestijn (waar vandaag
geen oase met schaduw zou zijn). Het was een flinke tocht, maar we stopten
af en toe om onze benen te strekken. Al van ver zagen we het fort van
Jaisalmer. De woestijn was deze ochtend nog mooier dan gisteren. Er waren
hier meer heuvels en zandduinen en ook meer begroeiing.
'S middags in Jaisalmer zaten we zoals gepland inderdaad het grootste deel
van de middag op het terras van Kalpana alwaar we ons tegoed deden aan allerlei
hapjes en drakjes. De ober kende ons nog en schudde ons de hand. We lazen in
een krantekop dat er ergens in India een aardbeving was geweest. Ook belden we
deze middag nog naar huis. We mochten gelukkig eind van deze middag nog in
ons hotel een douche nemen en een uiltje knappen op de kamer. 'S avonds aten
we in het centrum in een restaurant met een dakterras.
Daarna namen we de nachttrein naar Jodhpur. Hier kwamen we trouwens
nog in de verkeerde wagon terecht. In onze coupé zouden we samen met een
duits meisje reizen, maar we kwamen terecht in een coupé die verder vol zat
met indiërs. Het was in deze trein niet mogelijk om van de ene wagon naar
het andere te gaan, dus bleven we maar waar we zaten. Misschien hadden ze
ons expres ingedeeld bij het alleen reizende meisje zodat wij haar als het
ware zouden beschermen tegen eventuele opdringerige indiërs. Als een soort
ridders die de jonkvrouwe moesten beschermen.
'S morgens op het station zagen we bij de luggage-office het duitse meisje bij wie we deze nacht eigenlijk in de coupé hadden moeten zitten. Dat zagen we toen ze daar haar naam op een formulier invulde. Ze had deze nachttrein dus ondanks onze afwezigheid ongedeerd en zonder kleerscheuren overleefd. Het was trouwens best wel een mooi meisje met een betoverende glimlach. We namen ons voor om voortaan beter op te letten bij de trein.
Het fort van Jodhpur
Voor de stad Jodhpur hadden we 1 dag uitgetrokken. We wilden hier
eigenlijk alleen het fort bezoeken. De rest van de stad leek ons niet zo
interresant. Het fort van Jodhpur is enorm imposant. Het is ontzettend
robuust en torent hoog boven de stad uit. Met zijn dikke hoge muren is het
moeilijk in te nemen voor vijandelijke belegeraars (tenminste, dat vermoedden
we, want op het moment dat wij er waren was er toevallig even geen
belegering aan de gang). Binnen in het fort was het weer allemaal pracht en
praal, net als in het fort van Bikaner.
Om toch nog wat van de rest van Jodhpur te zien gingen we te voet terug
door de stad. In een klein restaurantje in de stad dronken we nog een glas
Jodhpurse lassi. Deze lassi is veel dikker en romiger dan normale lassi. Dit
tentje was bijzonder populair. Er werd hier bijna nog meer lassi geserveerd
dan wat er in een nederlands cafe op zaterdagavond aan bier word getapt. 'S
middags hebben we nog een tijdje in een parkje gelegen, waar echter wel
steeds mensen een praatje kwamen maken, maar dat was dit keer niet echt
hinderlijk.
Eten deden we deze keer in een vrij sjiek uitziend restaurant met norse
obers. Maar het eten was er goed en betaalbaar en de WC was de meest luxe
die we tot dan toe in India waren tegengekomen.
Deze nacht namen we de bus naar Udaipur. Meestal namen we als we met
de bus reisden zogenaamde "luxe" bussen. Met die luxe valt het wel mee,
maar je hebt dan meestal wel goede verstelbare stoelen. Dit keer waren alle
luxe bussen al vol, dus moesten we met de gewone bus. Dat hebben we
gemerkt. Blijkbaar staat het woord "luxe" hier ook voor het feit dat de bus
niet al te veel gebreken vertoond. Deze had duidelijk last van de vering,
want hij trilde en schudde dat het niet mooi meer was. Rustig zitten en
proberen in te dommelen was er niet bij deze nacht. Er kwam nog eens bij
dat het gebied rond Udaipur vrij heuvelachtig is, dus heel veel bochtige
wegen.
Iets na vieren deze ochtend werden we uit ons lijden verlost en kwamen we aan in Udaipur. Gelukkig waren de riksja-chaffeurs op de hoogte van de komst van de bus. Het hotel waar we naartoe wilden gaan had blijkbaar een metamorfose ondergaan en was veel duurder dan wat in onze boeken stond. Maar onze riksja-chauffeur wist een goedkoop hotel er vlakbij. Normaal zijn we nooit zo happig op adviezen van dat soort mannetjes, omdat ze er vaak zelf wat aan verdienen. Maar dit leek een redelijk aanbod, en dat bleek het ook te zijn toen we er kwamen. We hoefden voor deze nacht zelfs niet eens te betalen. Toen we een kamer geregeld hadden vonden we het de hoogste tijd om eindelijk eens te gaan slapen.
De stad Udaipur
Udaipur is een mooie, vrij rustige stad gelegen aan een paar meren temidden van een heuvellandschap. Heel anders dan de woestijnsteden in de rest van Rajastan. Het is hier ook veel groener dan elders en de gebouwen zijn veel sierlijker. Het centrum van de stad ligt op een kleine steile heuvel aan de rand van het grootste meer. De meeste hotels, inclusief het onze, liggen op de helling van de heuvel en hebben meestal een dakterras vanwaar je dan een mooi uitzicht hebt. Boven op de heuvel ligt het city palace. Daar namen we 's middags een bezoekje. De stad zelf was ook vrij rustig, ondanks dat het toch een bekende toeristische trekpleister was. We bezochten in de stad nog een "art-school" waar ze kleine penseel-tekeningen maakten in oude indiase stijl. We waren in de stad al diverse gastjes tegengekomen die vertelden dat ze binnenkort naar Nederland zouden gaan omdat er een tentoonstelling van hun werk in de Bijenkorf zou worden gegeven. Vaak vroegen ze niet eens eerst uit welk land we kwamen maar vroegen ze meteen "Are you from Holland? You know Bijenkorf?". Ook de jongen in het hotel had het er al over gehad. Dit was trouwens best een aardige gast. Boven op het dakterras, waar we ook aten, had hij een grote cassetterecorder met boxen. Hij was een groot liefhebber van westerse popmuziek. Vooral van wat rustiger werk, zoals bijvoorbeeld the Beatles en Bob Marley. Maar ook mijn bandje van Bodycount vond hij heel leuk om te horen. Vooral de "explicit lyrics" er op vond hij prachtig.
Vandaag huurden we fietsen om een rondrit te maken in en rond Udaipur.
Het was er een ideale stad voor, want het verkeer was hier voor indiase
begrippen erg rustig. Het was alleen lastig dat we geen goede gedetaileerde
kaart van de stad hadden. Daardoor reden we af en toe wel eens een stukje
verkeerd. We bezochten onder andere een aantal parken en reden een meer
rond. Het weer was gelukkig niet al te heet vandaag.
'S avonds tijdens het eten vroeg de jongen van het hotel ons nog om hem
te helpen bij het schrijven van een liefdesbrief. De brief was gericht aan een
zweedse stewardess die hij pas geleden had ontmoet. Maar hij kon alleen niet
zo goed engels schrijven. Verder wilde hij ook dat wij ideëen zouden
aandragen over wat hij precies zou schrijven in de brief. Zo goed als we
konden probeerden we ons in de situatie in te leven. Al met al een zeer
komische situatie.
Het lake palace
Vandaag maakten we een boottocht over het meer. We voeren onder andere langs de ghats aan de rand van het meer. Dat zijn de plaatsen waar de mensen zichzelf of hun kleren wassen. Vanaf het water had je een prachtig uitzicht op de stad. We voeren onder andere ook nog langs het Lake Palace hotel. Dit hotel is gelegen op een klein eilandje middenin het meer. Het was vroeger een paleis van de maharadja's. Het hotel is misschien wel het allermooiste van heel India, en het is dan ook onzettend duur. Maar het is ook mogelijk om er alleen te dineren. Dan krijg je een overvloed aan gerechten, in een prachtig paleis met bedienden, muziek en danseressen. We hadden gisteravond nog overwogen om er te gaan eten, maar we schrokken terug voor de prijs. Het zou ons ruim 400 rupee per persoon gaan kosten, terwijl we normaal gesproken meestal voor zo'n 50 a 75 rupee per persoon aten. We vergaten echter om de prijs om te rekenen naar nederlandse guldens. Dan zou blijken dat het iets van 25 a 30 gulden zou zijn. Dat is voor zo'n uitgebreide maaltijd in zo'n prachtig luxueus hotel natuurlijk een schijntje. Dat ben je in Nederland al kwijt in om het even welk restaurant. Zelfs bij McDonalds kom je al een heel eind in die richting. En hoe duur zou een maaltijd als deze in Nederland wel niet kosten? Daar zou het onbetaalbaar zijn, nog afgezien van het feit dat je in Nederland niet eens van zulke prachtige restaurants hebt. Kortom, stom van ons dat we daar toen niet zijn gaan eten. Vandaag hadden we daar geen tijd meer voor, want aan het eind van de middag namen we de nachttrein naar Jaipur.
Ook voor Jaipur hadden we maar 1 dag uitgetrokken. We wilden hier wel
wat meer gaan bekijken dan we in Jodhpur hadden gedaan, maar dat deden
we vandaag door met een georganiseerde tour mee te gaan. Net zoals we ook
in Delhi hadden gedaan. Evenals toen gingen we ook nu eerst naar een hele
moderne marmeren hindoe-tempel. Deze viel op door zijn mooie glas-in-lood
ramen. Het leek wel op de ramen die je in Europa vaak in oude kerken ziet,
alleen waren het dan hier afbeeldingen uit de hindoe-religie.
Hierna reden we naar het bekendste gebouw van de stad, namelijk het
paleis der winden. De bus bleek echter nergens te kunnen parkeren, dus na
er een keer langs gereden te hebben reed de bus alweer door naar de
volgende bezienswaardigheid. Er was zelfs niet eens gelegenheid om even snel
een foto te maken.
De volgende locatie was een groot astronomisch observatorium. Het was een
soort tuin vol met allerlei zonnewijzers en dergelijke. Vaak waren het hele
grote bouwwerken. Hier vlakbij lag het oude paleis van de maharadja. Dit viel
een beetje tegen. We zagen hier eigenlijk alleen een aantal tentoonstellingen
die heel veel leken op de tentoonstellingen die we al in de andere steden
hadden gezien. Bovendien besteede de gids steeds de meeste aandacht aan de
minst interresante dingen. We zagen hier ook nog 2 nederlandse vrouwen die
we eerder ook al in Jaisalmer en Udaipur hadden gezien. "Nou moe" zeiden ze,
"we komen jullie ook overal tegen".
Het volgende doel van de excursie was het fort Amber, wat een eindje
buiten de stad lag. Of nee, eigenlijk was het volgende doel een grote
souvenirswinkel vlakbij het fort. Daar hadden wij eigenlijk heel weinig zin in,
dus vertrokken we op eigen houtje zelf alvast maar naar het fort. Het was
hier ook mogelijk om je per olifant naar het fort te laten brengen, maar zunig
als we waren besloten we dat dat zonde van ons zuurverdiende geld zou zijn.
Mooie muur in fort Amber
Het fort was heel mooi. Een van de mooiste die we tot nu toe hadden gezien.
Gelukkig (voor ons) waren er hier geen tentoonstellingen. Omdat we eerder
gekomen waren dan de rest van de groep waren we ook weer als eersten
terug bij de bus, zodat we nog tijd hadden voor een lekker frisdrankje en een
paar bananen. De koeien die hier zoals overal in India op straat liepen,
bleken overigens dol op bananenschillen te zijn. Tijdens de rit terug naar de
stad kwamen we weer langs het paleis der winden. Vanuit een rijdende bus
hebben we er toch nog een paar foto's van kunnen nemen.
Na de busrit namen we de trein naar Agra, de stad van de Taj Mahal. Dit
lag niet zo gek ver weg, dus deze rit zou maar een paar uur duren. In de
trein kwamen we nog 2 nederlanders tegen. Zij hadden ongeveer dezelfde
route door Rajastan gedaan als ons, en waren nu op weg naar Nepal. Ze
kwamen nu uit Bharatpur vandaan. Dit plaatsje ligt dicht bij Agra en is
bekend om zijn vogelpark. Zij waren hier heel enthousiast over. Verder
vertelden ze nog dat zij wel in Udaipur in het Lake Palace hotel gegeten
hadden en dat ze het zeer de moeite waard hadden gevonden. Wij baalden
natuurlijk!
Toen we begin van de avond in Agra aankwamen gingen we op zoek naar
het "Tourist Rest House" hotel, wat hier onder budgetreizigers de favoriete
lokatie is. We verwachtten dat het moeite zou kosten om er te komen
aangezien dit een van de weinige hotels is die geen commissie betalen aan de
riksja-rijders. Bovendien waren er in Agra de laatste tijd ook obscure hotels
bijgekomen met namen als "Tourist Guesthouse" en "New Tourist Rest House",
zodat je goed op je hoede moest zijn waar je naartoe gebracht werd. Gelukkig
vonden we toch vrij snel een scooter-riksja die ons er naartoe wou brengen.
Hier in Agra wemelde het van de riksja-rijders, dus de concurentie onder hen
is groot. Hij bood ons ook aan om morgen een rondrit door Agra met zijn
riksja te maken. Het was een goed aanbod dus we maakten een afspraak voor
morgenochtend. Het hotel bleek naar verwachting inderdaad erg gezellig te
zijn. De kamers lagen allemaal rond een klein binnenplaatsje met een
tuinrestaurant. Hier zat het vol met andere jonge reizigers, zodat we nog wat
konden kletsen en reiservaringen uitwisselen.
De riksja-rijder van gisteren stond ons deze ochtend buiten het hotel al op
te wachten. Hij bracht ons eerst naar het fort van Agra. Dit fort lijkt veel
op het rode fort in Delhi. Ook dit fort is omringd door een hoge muur van
rood zandsteen. Er binnen is hier echter meer te zien dan in Delhi. De
gebouwen zijn hier ook in veel betere staat. Het zijn behoorlijk grote
paleizen. Hier hebben we dan ook geruime tijd rondgewandeld en tal van
foto's geschoten. Eenmaal weer buiten het fort moesten we nog een tijdje op
onze riksja-rijder wachten. We hadden met hem een tijd afgesproken waarop
we dachten weer terug te zijn uit het fort. Dat tijdstip hadden we een beetje
te ruim genomen. Hij had waarschijnlijk in de tussentijd geprobeerd om met
andere ritjes geld te verdienen. Gelukkig waren er een heleboel terrassen
buiten het fort, zodat we lekker relaxed in de schaduw met een koel drankje
konden wachten en intussen het straatleven bij de ingang van het fort
konden gadeslaan.
De volgende bezienswaardigheid was een oud marmeren mausoleum. Deze
heeft destijds model gestaan voor het ontwerp van de Taj Mahal, maar deze
hier was veel kleiner. We waren hier dan ook vrij snel uitgekeken. Toen we
hier wegreden vroeg de riksja-rijder of we hem alvast een voorschot wilden
betalen omdat hij geld nodig had om benzine te kopen. Na enige aarzeling
betaalden we hem alvast de helft van het bedrag wat we overeengekomen
waren.
Mausoleum
We gingen nu eerst naar het treinstation om alvast een kaartje te
reserveren voor de trein naar Varanasi die we over een paar dagen wilden
nemen. Dit nam vrij veel tijd in beslag omdat er behoorlijk lange rijen
stonden. Toen dit eindelijk gebeurd was gingen we wat eten in het
stationsrestaurant. De riksja-rijder bleek niet op het afgesproken tijdstip bij
het station te staan. Misschien was hij al tevreden met het voorschot wat we
hem betaald hadden. Voor ons was het ook niet zo'n probleem, omdat we
verder toch niks meer hoefden te zien en alleen nog maar terug naar ons
hotel hoefden (de beroemdste bezienswaardigheid van Agra, de Taj Mahal,
wilden we namelijk pas eind van de middag gaan bekijken omdat dan de
lichtval het mooist is). Het laatste stukje naar het hotel namen we een fiets-riksja,
omdat we niet meer exact wisten waar het lag.
Ik besloot om deze middag nog even naar het postkantoor te gaan om de
ansichtkaarten naar Nederland te versturen. Dit lag hier vlak in de buurt.
Toch werd ik ook dit keer weer belaagd door fietsriksja-rijders die me er
naar toe wilden rijden. Voor slechts 1 rupee (± 6 cent) had ik me erheen
kunnen laten rijden, maar daar had ik geen zin in. Ook al zeurden ze nog zo
hard.
Eind van de middag namen we wel een fietsriksja, dit keer naar de Taj
Mahal. Die was iets te ver om te gaan lopen. Dit bleek inderdaad een heel
indrukwekkend gebouw te zijn. Vooral met de oranje-achtige gloed van de
ondergaande zon zag het er werkelijk prachtig uit. Het schijnt overigens ook
een aparte belevenis te zijn om het gebouw tijdens volle maan te bezoeken,
maar daarvoor bleek het vandaag helaas niet de juiste dag.
De Taj Mahal
Deze morgen vertrokken we uit Agra om met de bus een bezoek te brengen aan de oude verlaten stad Fatehpur Sikri. Dit was ooit de hoofdstad van het moghul-rijk, maar nu is het slechts nog een klein dorpje. De oude gebouwen zoals paleizen en moskeëen en degelijke, zijn echter goed bewaard gebleven. De moskee heeft een grote binnenplaats. Zoals gewoonlijk mocht je er niet naar binnen met je schoenen aan. In plaats van ze uit te trekken, kon je hier echter ook een soort grote pantoffels huren om over je schoenen heen aan te trekken. Een belachelijk gezicht om te zien. We werden hier weer opgewacht door allerlei "vrienden" die als gids voor ons wilden optreden. Eén ervan maakte het wel heel bont. Hij bleef ons volgen en ons ongevraagd uitleg geven van een en ander wat er te zien was. Nee, hij hoefde geen geld van ons. Het was zijn taak om gratis gids te zijn voor toeristen. Althans, zo wilde hij ons doen geloven. Al vrij snel kwam de aap uit de mouw. Onze vriend bleek hier een winkeltje te hebben. Na de moskee bezochten we het paleizen-complex. Ook dit was weer zeer mooi om te zien, hoewel we eerlijk gezegd wel een beetje uitgekeken raakten op dit soort forten en paleizen.
Fatehpur Sikri
'S middags vertrokken we weer uit Fatehpur Sikri. Met de bus gingen we naar Barathpur. Dit plaatsje is bekend vanwege zijn vogelpark. Dit is het grootste van heel Azië en herbergt talloze vogelsoorten, waaronder diverse hele zeldzame. De bus stopte niet ver van de ingang van het park, waar ook de meeste hotelletjes gevestigd zijn. Van de riksja's die ons hier weer opwachtten hoefden we dus geen gebruik te maken. Als eerste gingen we naar een hotelletje wat ons was aangeraden door de 2 nederlanders in de trein naar Agra. Dit hotel bleek echter vol. Iets verderop was een ander hotelletje. Deze was wat aan de dure kant, maar de kamer zag er goed uit. Ook het sanitair zag er schoon uit, en we hadden hier bovendien warm water.
Bananen markt
Het was nu ongeveer halverwege de middag, dus we hadden intussen wel
trek gekregen in een lunch. We bestelden het een en ander waaronder ook
tomatensoep. Een tijdje later kwam de hoteleigenaar met ons eten. Hij
vertelde trots dat hij voor het eerst zelf de tomatensoep had gekookt, en hij
was benieuwd hoe wij het vonden. Zo beleefd mogelijk vertelden we hem dat
het nergens naar leek. Het zag er ongeveer uit als een soort groene bouillon
waarin een aantal grote stukken tomaat dreven. Ook de smaak leek nergens
naar. De rest van de lunch kon er gelukkig mee door.
Hierna gingen we nog even een kijkje nemen in het vogelpark. Eerlijk
gezegd viel het me een beetje tegen. Ik had er meer van verwacht. Ik had
grote aantallen tropische vogels in de meest bonte kleuren verwacht. In
werkelijkheid moest je soms lang wachten voordat er toevallig een of ander
klein grijs of bruin vogeltje zag. Iets verderop in het park waren een paar
grote plassen. Hier zag je wel veel watervogels. Grote groepen reigers en
ooievaars en meer van zulk soort vogels. Ook al zagen ze er minder exotisch
uit dan ik eerst gedacht had, toch was het de moeite waard om te zien.
Behalve vogels waren er ook andere dieren in het park. Zo zagen we ook nog
herten, apen, een eland en zelfs een paar wolven. We moesten op het laatst
wel flink doorstappen, want het werd al laat en het park zou bij
zonsondergang sluiten.
Vanwege onze ervaringen met de lunch, besloten we deze avond maar eens
ergens anders te eten. We aten in het tuinterras van het andere hotelletje
waar we eerst naar toe hadden gewild. Hier was het eten goed, maar het zat
hier vol met muggen. Ook op onze kamer zaten er een hoop, dus was het
maar goed dat we deze reis klamboe's bij ons hadden.
Vandaag gingen we opnieuw naar het vogelpark. We hadden gehoord dat bij
zonsopgang de meeste vogels te zien waren. Zo vroeg waren we er niet bij,
maar het scheelde niet veel. We waren in ieder geval al wel voor zessen ons
bed uit. We huurden fietsen van het hotel omdat het park erg groot was.
Helaas bleek dat er maar weinig paden begaanbaar waren voor fietsen. Er liep
1 groot geasfalteerd pad door het park van de ene kant naar de andere, en
alle andere paden waren gewoon zandpaden of met grove kiezelstenen.
Gelukkig was langs dit hoofdpad ook een hoop te zien. Er waren inderdaad
heel wat meer vogels dan gisterenmiddag. Vooral bij de plassen zag je
ontzettend veel watervogels. Ook andere vogels zagen we regelmatig
langsvliegen. Trouwens, ook zonder de vogels is het al een schitterend park.
Toch hadden we het na een paar uur eigenlijk wel weer gezien.
We gingen nog even op onze fietsen naar het stadje om er bij de bank weer
een nieuwe stapel rupee's te halen. Vaak krijg je dan een enorm dikke stapel
bankbiljetten, omdat ze het vaak in briefjes van 50 rupee geven (± 3
gulden). Dus als je dan een paar honderd dollar wisselt...
De rest van de dag deden we het weer rustig aan. De lunch was dit keer
wel goed. De hoteleigenaar had wijselijk alles aan de kok overgelaten.
Aan het eind van de middag namen we weer de bus naar Agra. Toen we in
Barathpur op onze bus wachtten zagen we een paar keer dat mensen die ook
stonden te wachten, met vrachtwagens meeliftten. Bij één vrachtwagen werd
heel de laadbak volgeladen met mensen. Als haringen in een ton stonden ze
daar opeengepakt. De bus die iets later kwam was trouwens ook overvol.
Zitplaatsen waren er niet meer, maar gelukkig mochten we voorin in de cabine
zitten. De bus stopte bij het station van Agra vanwaar onze trein zou
vertrekken. Voor het zover was aten we nog een maaltijd in het
stationsrestaurant. Het standaardgerecht: thali (een aantal dahl-sausjes met
een hoop rijst en een paar chapati-broodjes. alles in 1 bord met vakjes).
Daarna zaten we nog een hele tijd in de wachtruimte. De trein zou namelijk
pas eind van de avond vertrekken.
Toen we ons plaatsje in de trein opzochten bleek dat er iets mis was
gegaan met de reserveringen. Er waren een heleboel dubbele reserveringen.
Het leek wel of er een treinstel te weinig was of iets dergelijks. We wisten
precies wat ons nu te doen stond: zo snel mogelijk een plaatsje opzoeken en
daar de rest van de avond niet meer vanaf komen. Het is wel bot, maar op
zo'n moment geldt: "wie 't eerst komt, die 't eerst maalt" en "opgestaan is
plaatsje vergaan". Degene die dezelfde slaapplaats als mij had gereserveerd
moest deze nacht op de grond slapen. Het waren overigens bijna allemaal
toeristen in onze coupé.
Deze dag brachten we voor het grootste deel in de trein door. Uit het raam
naar buiten kijken, naar je walkman luisteren en lang op je slaapplaats
liggen. Op een gegeven moment, halverwege de reis, was één van de
passagiers uit onze coupé een tasje met daarin zijn geld, paspoort en
dergelijke, kwijt. Deze bleek gestolen. De jongen stapte op het eerst volgende
station uit om daar naar de politie te gaan. Dat moet behoorlijk balen voor
hem zijn geweest. Hoe dat verder met hem afgelopen is weten we niet.
Leendert zei dat hij de vermoedelijke dader had gezien. Deze was op een
gegeven moment op een bovenste slaapplaats gaan liggen en had de hele tijd
onrustig om zich heen gekeken. Na zo'n drama ben je voortaan wel extra
allert op je eigen spullen. Hoewel we daar toch altijd al wel rekening mee
hielden. Belangrijke papieren hielden we altijd bij ons en onze kleine tasjes
gebruikten we 's nachts altijd als hoofdkussen.
Eind van de middag kwamen we aan in Varanasi. Dit is de heilige stad van
de hindoes, gelegen aan de Ganges. Wat Mekka is voor de moslims, Jeruzalem
voor de joden en Vaticaanstad voor de katholieken, dat is Varanasi voor de
hindoes. Velen komen hierheen om een bad te nemen in de in hun ogen
heilige rivier de Ganges. Ook worden vele overledenen aan de oever van de
rivier gecremeerd.
Op het station regelden we eerst een kaartje voor de trein naar Bombay die
we over een paar dagen zouden nemen. Hier was het ontzettend druk in de
reserveringshal en er stonden lange rijen. Na meer dan een uur hadden we
eindelijk onze tickets.
Nu was het tijd om een hotel op te zoeken. We hadden uit onze boeken de
'Yogi Lodge' uitgekozen. Ook hier gold weer dat dat een van de weinige hotels
was die geen commissie aan riksja-rijders betaalde. We verwachtten dus weer
veel moeilijkheden om er te komen, maar de eerste riksja-rijder die we
spraken wilde ons er best naartoe brengen. Het bleek echter aan de dure
kant te zijn, hoewel het volgens onze boeken eigenlijk een hele goedkope
moest zijn. "Hmm, ze zijn flink in prijs gestegen" dacht ik. De kamer was wel
erg groot, maar daar hadden we niet zo veel aan.
Het eten 's avonds bleek slecht te zijn. Om te beginnen duurde het al
ontzettend lang voordat je eindelijk wat op je bord kreeg. We hadden een
kipgerecht besteld, maar daar bleek maar bitter weinig kip in te zitten. Een
stel duitsers naast ons hadden hetzelfde probleem. Ook zij hadden een
kipgerecht maar bij hen bestond het voornamelijk uit botten. Ook hadden we
een groentegerecht besteld, maar in plaats daarvan kregen we een
rijstgerecht. Nadat we hier wat van hadden gezegd, namen ze dit terug om
het even later te vervangen door precies hetzelfde bord rijst, maar dan met
wat extra groenten er door. We besloten gezamelijk dit niet te nemen. De
hoteleigenaar krabbelde uiteindelijk terug, en we hoefden de gerechten waar
we niet tevreden over waren uiteindelijk niet te betalen.
Vandaag wilden de ghats aan de rivier bekijken. We kregen van de hoteleigenaar nog een kaartje mee waarop ook het hotel stond aangegeven. "Dat moet je laten zien als je een riksja terug neemt" vertelde hij. Dat vond ik maar vreemd. De Yogi Lodge was toch een bekend hotel? Iedere riksja- rijder zou dat toch wel weten te vinden? Pas later die ochtend kreeg ik door hoe de vork in de steel zat. Op het kaartje stond met kleine letters "gold" geschreven voor de naam van het hotel. We zaten dus niet in de "YOGI LODGE", maar in de ""gold YOGI LODGE". Ik keek in mijn boek en zag dat inderdaad ook het adres en telefoonnummer anders waren. We waren dus gewoon opgelicht. Overigens bleken er nog meer van dit soort nep-hotelletjes te zijn. Zo is er ook nog een "Old Yogi Lodge" die met die naam de indruk probeert te wekken de originele Yogi Lodge te zijn.
Koeien in de straten van Varanasi
Intussen liepen we door de stad in de richting van de rivier (waarbij we
nog aan paar keer verkeerd liepen). Ondertussen uitkijkend naar een
restaurantje waar we zouden kunnen ontbijten. Het duurde nog een hele tijd
voordat we iets gevonden hadden. Varanasi bleek weer een heel drukke stad
te zijn, vol toeterende auto's en riksja's. En zeer veel heilige koeien die
overal rondliepen. En overal op straat hun behoefte deden.
Na enige tijd bereikten we de rivier. We waren nu bij een crematie-ghat.
(Een 'ghat' is een soort trap-terras aan de oever van de rivier).
Op dit moment waren er geen crematies bezig, maar je zag wel overal de
uitgebrande resten van de brandstapels. Sommige smeulden nog na. Ook liepen
er vrij veel honden rond, op zoek naar restjes gebraden mensenvlees. Het is
bij de crematie-ghats overigens niet toegestaan om foto's te maken. Dat
hebben de nabestaanden liever niet.
We besloten hier een boottocht te maken langs de ghats. Helaas was er niet
zo veel activiteit meer te zien aan het water. We waren waarschijnlijk iets te
laat gekomen vandaag. Verder hadden we wat problemen met de roeier van
ons bootje. Hij roeide veel te langzaam, remde de boot steeds af en roeide
soms zelfs de verkeerde kant op. Waarschijnlijk om te proberen zoveel
mogelijk tijd te rekken, want we hadden namelijk een prijs per uur
afgesproken. Op een gegeven moment hadden we er genoeg van, en bij de
eerstvolgende ghat stapten we uit. We besloten morgenochtend maar een
nieuwe poging te wagen.
Crematie-ghat aan de Ganges
De ghat waar we nu waren was de belangrijkste ghat in het centrum. Hier
wemelde het dan ook weer van de "vrienden". We gingen er maar weer snel
vandaan. We bezochten nu het oude centrum met zijn hele smalle straatjes en
zijn vele kleine winkeltjes. Zelfs hier liepen een hoop koeien rond, en er
lagen dan ook overal grote koeievlaaien in de smalle steegjes. Varanasi was
best een mooie stad, maar tegelijkertijd ook de smerigste die we tot nu toe in
India gezien hadden. We kwamen ook nog langs een crematie-ghat. Hier lagen
een aantal bootjes met grote stapels brandhout aangemeerd. We hebben hier
nog stiekem een foto van kunnen maken.
'S middags gingen we naar het station om daar een ticket te reserveren
van Bombay naar Goa. We wilden namelijk van Varanasi in één ruk door naar
Goa, en gisteren hadden we alleen maar een ticket naar Bombay gereserveerd.
Het regelen van deze ticket ging vrij moeizaam omdat de trein naar Goa van
een andere treinmaatschappij was en ze moeite hadden om daarvan de
treintijden te weten te komen. Regelmatig moesten we heen en weer lopen van
het gebouw waar de reserveringsloketten waren naar het station zelf, waar de
algemene informatie-balie was. Bij de laatste was het trouwens een grote
chaos. Boven de balie stond met grote letters aangegeven dat de klanten in
de rij moesten gaan staan, maar geen enkele indiër hield zich daar aan. Met
veel geduw en getrek en ellebogenwerk drongen ze allemaal tegelijk naar
voren en er schreeuwden steeds minimaal 3 man tegelijk hun vragen naar de
man achter de balie. Deze was echter zeer stressbestandig. Uiterst kalm
beantwoorde hij gewoon één voor één alle vragen en liet zich daarbij absoluut
niet opjutten. Wij mochten een tijdje bij de man in het hokje wachten omdat
een andere man op zoek was gegaan naar de treintijden-tabel. Zodoende
hadden we een mooi zicht op het gebeuren aan de balie. Toen we eindelijk na
lange tijd onze ticket hadden was het al weer bijna avond en we besloten om
in de buurt van het station een restaurantje op te zoeken. We hadden na de
ervaring van gisteravond weinig zin om weer in ons hotel te gaan eten.
We stonden vroeg op omdat we vandaag wee de ghats wilden bekijken, maar
dan wel vroeger dan gisteren. Toen waren we namelijk iets te laat omdat de
meeste activiteit er vlak na zonsopgang plaatsvindt. We lieten ons deze keer
per fiets-riksja naar toe brengen. De riksja-rijder kon zeer slecht engels.
Sterker nog, hij bleek er geen woord van te verstaan. Hoewel we duidelijk
zeiden naar de rivier te willen, reed hij richting station, precies de andere
kant op. We zeiden hem nog een paar keer nadrukkelijk dat we naar de rivier
wilden, maar hij daarop wees hij steeds naar voren en bleef stug zijn weg
vervolgen. Wij wisten echter maar al te goed de weg in Varanasi en hadden
geen zin om helemaal naar de verkeerde plaats gebracht te worden. Dus
sprongen we uit zijn riksja en namen een andere in de tegenovergestelde
richting. Het mannetje kon naar zijn centjes fluiten.
Op dezelfde ghat waar we gisteren waren uitgestapt huurden we na enig
onderhandelen weer een bootje. We besloten het deel van de rivier wat we
gisteren al gezien hadden maar over te slaan vandaag. Deze roeier deed een
stuk beter zijn best dan die van gisteren. Hij gaf ook steeds duidelijk uitleg
bij alles wat er te zien was. Die van gisteren sprak met zo'n zwaar accent
dat we er geen woord van konden verstaan. Vandaag was er inderdaad ook
beduidend meer activiteit aan de rivier te zien dan gisteren. Overal pelgrims
die rituele baden namen of zaten te mediteren aan de waterkant. En ook een
hoop gewone mensen die er een ochtendbad namen of er kleren wasten. Wij
hadden zo onze twijfels over de zuiverheid van het water. Niet alleen zag het
water er vies en modderig uit, maar ook dreef er allerlei troep in rond. Op
een gegeven moment zagen we zelfs een halfvergaan lijk ronddrijven! Ook
gisteren hadden we er waarschijnlijk een gezien, maar toen was het alleen
een in verregaande staat van ontbinding verkerend stuk ribbenkast, en
wisten we niet zeker of die van een mens of dier was. De roeier vertelde nu
dat veel arme mensen geen geld hadden voor een dure crematie en daarom
soms de lijken gewoonweg in de rivier gooiden. En in dat water baadden de
mensen zich dus en dronken er zelfs uit!
Badende pelgrims
Na onze boottocht gingen we weer het oude centrum in. Eerst gingen we op
zoek naar een restaurantje om te ontbijten. In het restaurantje was het erg
druk en nadat we er meer dan een half uur tevergeefs op ons eten hadden
gewacht stapten we op en vertrokken we naar een ander restaurant. Daar was
het ook vrij druk. Er zat een grote groep nederlanders van een of ander
reisgezelschap. De ober had grote moeite om een ieder van hen het juiste
door hun bestelde gerecht te serveren. Regelmatig stond hij daar temidden
van de groep wanhopig in het rond te kijken met een broodje in zijn hand.
Zodoende kreeg ik uiteindelijk nog een veel lekkerder en duurder broodje dan
wat ik besteld had (en moest betalen). Hierna liepen we nog wat rond in de
oude stad. In de buurt van de ghats zie je hier talloze kleine tempeltjes.
Tegen het eind van de ochtend kwamen we weer terug op ons hotel. We
moesten namelijk om 12 uur van de kamer af zijn. Eind van de middag zouden
we vertrekken richting Goa. Op de kamer hadden we eigenlijk nog een douche
willen nemen, maar er bleek vandaag geen water uit de kraan te komen. Klote
hotel!
'S middags lang in de wachtruimte van het station gezeten en er siësta
gehouden. Ook weer eens naar huis gebeld. Eind van de middag vertrok onze
trein. In onze coupé zaten nog een groepje indiase jongeren, waaronder 1
meisje. Aanvankelijk ergerde ik me een beetje aan hun drukke geklets en hun
hanige gedrag tegenover het meisje, maar later maakten we ook nog een
praatje met hun. Ze bleken uit Bombay afkomstig te zijn en hier in Varanasi
te studeren. 'S nachts sliep ik slecht. Ik bleek een soort allergie opgelopen
te hebben. Overal zaten jeukende bultjes. Op mijn armen, mijn benen en vooral
op mijn rug. Gisteren had ik er ook al een beetje last van, dus ik vermoede
dat het van het eten in het chinese restaurantje kwam, al had ik geen idee
waar precies van. In Nederland heb ik nooit van zoiets last gehad. Het was
gelukkig na een paar dagen al weer verdwenen.
Deze dag hebben we de hele dag in de trein gezeten, op weg naar Bombay.
Lang op onze slaapplaatsen gelegen en af en toe een beetje gekletst. Geleefd
op koek, chips, banaan, cola, thee en mineraal-water. Er zaten vandaag nog
maar 2 indiërs in onze coupé, het meisje en nog een jongen. Deze laatste had
een gitaar bij zich, waarop hij af en toe wat speelde. Ook ik heb er nog even
op mogen spelen. Een paar keer probeerde ook het meisje er nog wat op, maar
zij moest nog heel veel oefenen. De jongen had ook een indiaas rock-magazine
bij zich. Dat was best interresant om te lezen. Zelf bleek hij voornamelijk van
hardrock te houden, zoals bv Iron Maiden.
Laat in de avond kwamen we in Bombay aan. Op dat moment lagen we
boven op onze slaapplaatsen. Op een gegeven moment merkten we dat we stil
stonden en keken we even naar beneden. Het hele treinstel bleek al leeg te
zijn. We zagen dat we op een station stonden. "We zijn er", dachten we,
"Bombay, laatste halte van de reis. Laten we er nu ook maar uit gaan". Net
op dat moment begon de trein weer te rijden. "Shit!", dachten we, "Waar gaan
we nou heen? Naar de remise of zo?" We baalden als een stekker. Iedereen
was al weg, alleen wij zaten er nog in. "Hoe komen we straks nou weer terug
naar het station? Waar worden we nu in vredesnaam naartoe gebracht?". Na
enige tijd kwamen we echter opnieuw bij een station aan. Dit bleek het echte
hoofdstation van Bombay te zijn. Gelukkig maar. Het vorige station bleek
'Dadar' te zijn geweest, in de buitenwijk van Bombay.
Op het station was het ontzettend druk. Overal in de hal zaten of lagen
mensen te slapen. We moesten nu eerst onze ticket naar Goa veranderen. In
Varanasi hadden ze namelijk een fout gemaakt, en voor een verkeerde datum
te hebben gereserveerd. Dat hadden we helaas pas in de loop van vandaag
ontdekt. We kregen van onze gecancelde ticket de helft van het geld terug,
en moesten nu opnieuw reserveren voor de volgende ochtend. Een mannetje
van de informatie-balie hielp ons hierbij.
Het was moeilijk om op het station een slaapplaats te vinden. Eerst wilden
we op het perron slapen waar morgenochtend vroeg de trein zou vertrekken,
maar daar was het nogal onrustig en bovendien leek ons het er niet zo
veilig. Het was ook mogelijk om op het station bedden te huren in kleine
kamertjes, maar deze waren allemaal al bezet. We konden nog wel in de
wachtruimte terecht. Hier mochten alleen mensen in die een kaartje gekocht
hadden, zodat je hier niet bang hoefde te zijn voor zwervers enzo die in
grote getale op het station aanwezig waren. Eigenlijk hadden we zelf ook
geen kaartje, aangezien we onze verlopen reservering weer ingeleverd hadden
en nog geen nieuwe hadden. Maar omdat we er overduidelijk als reizigers
uitzagen gaf dit geen problemen. In de wachtruimte stonden een hoop stoelen
langs de kant plus een paar bankjes. Aangezien het in de stoelen vrij
moeilijk slapen was aasden we op de bankjes. Zodra er een vrij kwam ging
een van ons er snel op liggen, zodat we toch weer redelijk, zij het kort,
konden slapen. Het liep inmiddels al ver in de kleine uurtjes.
Na in het stations-restaurant ontbeten te hebben gingen we weer naar de
informatie-balie om onze reserveringen op te halen. Die zou het mannetje van
gisternavond voor ons gereedmaken. Het mannetje was er echter niet, dus
kochten we maar een gewoon kaartje zonder reservering. Dan maar hopen dat
er nog genoeg plaats was in de trein.
Deze trein bleek nergens sleeper-bankjes te hebben. Alleen maar houten 2e
klas bankjes. Na lang zoeken vonden we een treinstel met bankjes met
bekleding. We besloten om daar maar te gaan zitten. Omdat we weer een hele
dag en nacht moesten reizen hadden we geen zin om de hele tijd op houten
bankjes te gaan zitten. Als deze bankjes duurder zouden blijken te zijn, dan
moesten we dat maar bijbetalen. Het was absoluut niet druk in de trein, maar
bij station Dadar veranderde dat. Toen stroomde de trein vol. We konden nu
niet langer liggen op de bankjes, maar moesten rechtop gaan zitten. Er kwam
een indiaas gezin bij ons zitten. Daar hebben we nog een hele tijd mee
gekletst. Ze hadden overigens wel een moeilijk verstaanbaar accent, zodat ze
vaak alles 2 keer moesten zeggen. Ze vroegen ook van alles over Nederland,
maar veel dingen bleken toch moeilijk te begrijpen voor hun. Bijvoorbeeld dat
er in Nederland geen moeson-seizoen is en dat er geen krottenwijken rond de
grote steden zijn en dat soort dingen. Toch waren het geen laaggeschoolde
mensen. De man bleek in Bombay bij de staatsbank te werken. Zijn zoontje zat
in de hoogste klas van de middelbare school. Ze waren op weg naar Poona
omdat daar een familielid een winkel zou openen. Daar zou ook een beroemde
filmster op bezoek komen. Wij hadden echter van de goede man nog nooit
gehoord. India heeft namelijk een zeer grote filmindustrie, zelfs de grootste
ter wereld, maar daar worden vrijwel uitsluitend films voor de binnenlandse
markt gemaakt. Na Poona werd het wat rustiger in de trein. Buiten werd het
intussen slecht weer. Zware regenbuien met onweer. Hier was de
moesonperiode nog volop bezig. Tot nu toe was in alle plaatsen waar we
geweest waren de moeson al afgelopen, maar dat is in het noorden altijd een
stuk eerder dan in het zuiden. Het reizen was deze middag behoorlijk saai.
'S avonds moesten we overstappen in een andere trein. De kaartjes-controleur
hebben we in die eerste trein niet meer gezien overigens. Op het
station hadden we niet veel tijd, zodat we in korte tijd een thali naar binnen
moesten werken. In de trein die we nu moesten nemen waren alle 2e klas
slaapplaatsen al bezet. Daar waren we al bang voor. We namen daarom maar
een 1e klas coupé. Dat was wel vrij duur (voor indiase begrippen dan), maar
er zat weinig anders op.