Deze ochtend vertrokken we per openbaar vervoer van Zierikzee
naar Schiphol. Daar kwamen we ruim op tijd aan. Na er gegeten en wat rondgekeken
te hebben, konden we begin van de middag ons vliegtuig in. De vlucht duurde erg
lang. De tijd werd gedood met wat lezen, naar de walkman luisteren en proberen
wat te slapen.
Eind van de avond kwamen we in Abu Dhabi aan, waar we over
moesten stappen. Daar ontmoetten we op het vliegveld bij toeval nog een meisje
wat vroeger bij ons op de lagere school had gezeten. We hadden haar al zeker 15
jaar niet meer gezien. Ook zij ging naar India, samen met een vriendin. Alleen
ging zij slechts 3 weken, wat voor zo'n groot land erg kort is. Het vliegveld
van Abu Dhabi had overigens een hele mooie moderne wachtruimte, een soort grote
ronde koepel. We hadden nog wat tijd om in de tax-free shops wat rond te kijken.
Daarna vervolgden we onze vliegreis naar India.
Deze nacht duurde heel kort. De vlucht van Abu Dhabi naar
Delhi duurde maar een paar uur, en van slapen kwam niet veel terecht. We kwamen
heel vroeg in de ochtend in Delhi aan. Maar aangezien we een tijdsverschil van
3,5 uur moesten overbruggen, was het voor ons gevoel (nederlandse tijd) nog
midden in de nacht. We waren dan ook niet bepaald fit toen we er aan kwamen. Het
eerste wat me opviel toen we uit het vliegtuig stapten was de klamme hitte. In
Abu Dhabi was het ook vrij heet toen we uit het vliegtuig stapten, maar daar was
de lucht vrij droog. Hier was het net of je een sauna of zoiets binnenstapte.
Volgens Leendert viel het hier echter nog mee, en was het in Bangkok, waar hij
het jaar daarvoor was geweest, nog veel erger.
Het duurde erg lang voordat we door de douane heen waren.
Er stond een lange rij en het ging allemaal erg traag omdat er allerlei
formulieren ingevuld moesten worden. Toen we er uiteindelijk doorheen waren en
onze bagage hadden opgehaald en geld hadden gewisseld konden we de bus naar de
stad nemen.
In de bus ontmoetten we een nederlands echtpaar. De man was
een vogel-freak. Met zijn grote dikke vogelboek steeds binnen handbereik, keek
hij zijn ogen uit. Iedere keer dat we buiten een klein simpel bruin vogeltje
zagen, wist hij ons precies te vertellen wat voor bijzonder exemplaar dit nu wel
niet was. Zijn praatjes begonnen ons echter al snel te vervelen. De weg naar de
stad voerde o.a. langs enkele sloppenwijken. Eigenlijk zag alles buiten er oud,
vies en armoedig uit. De zware ochtendmist en de donkere wolken maakten het
geheel nog somberder.
Uiteindelijk werden we in het centrum afgezet, in een buurt
waar veel budget-hotelletjes waren (Dit hadden we vantevoren opgezocht in onze
reisboeken. Daar staan per stad de meeste hotels en restaurants en dergelijke in
beschreven). In eerste instantie kon ik niet geloven dat dit nu het centrum van
Delhi was. Geen mens op straat en het zag er heel armoedig uit. Een heel slecht
wegdek in de straatjes. Veel kuilen en grote plassen en modder en koeistront.
"Is dit nu echt het centrum van de hoofdstad van India? Hoe moet het er in de
rest van het land dan wel niet uitzien?". Het vinden van een kamer viel niet
mee. Veel hotelletjes waren vol, en sommige mannetjes verwezen ons naar dure
hotels ver buiten het centrum. Uiteindelijk kwamen we toch in een hotelletje in
het centrum terecht, eentje die overigens niet in onze reisgidsen vermeld stond.
De prijs was voor indiaase begrippen aan de hoge kant, maar dat gold voor de
meeste hotels in Delhi.
Aangezien we die ochtend nog erg moe van de reis waren
rustten we er eerst een tijdje uit. Daarna gingen we de omgeving een beetje
bekijken. Het was nu intussen wat drukker geworden buiten en ook de winkeltjes
waren open gegaan. Het leek nu heel wat meer op een centrum van een grote stad
dan eerst. Een van de eerste plaatsen waar we naartoe gingen was het tourist
office. Allereerst om wat meer informatie over de stad (voorzover we dat niet al
uit onze reisboeken kenden) en tevens om meer informatie over de situatie in
Kashmir. Dit zou namelijk ons volgende reisdoel worden, maar we wisten dat het
er soms onrustig was. Het gebied wordt al sinds lange tijd betwist door India en
Pakistan, en de laatste jaren is er ook een guerilla- beweging aktief die
streeft naar onafhankelijkheid. We hadden er tot nu toe tegenstrijdige berichten
over gehoord. Maar van het tourist office werden we ook niet echt veel wijzer.
Later ontmoetten we een mannetje dat een paar andere touristen kende die naar
Kashmir zouden gaan. Hij bracht ons naar een restaurantje waar ze net zaten te
ontbijten. Het waren een engelse jongen en meisje. Deze verzekerden ons dat er
voor toeristen niks te vrezen viel in Kashmir. Informatie van andere toeristen
is meestal betrouwbaar, in tegenstelling tot informatie van indiers wanneer die
zelf financieel belang bij een zaak hebben. Het gesprek met de engelsen gaf ons
de doorslag om te besluiten naar Kashmir te zullen gaan. Het mannetje wat ons
naar hen had gebracht (zijn naam was Nazir) kon plaatsen voor een bus regelen.
Het was een aantrekkelijk aanbod en de twee engelsen gingen ook met hem mee.
Later die dag bezochten we het centrum van de stad en deden
aldus een eerste indruk op van India. We bezochten o.a. na lang zoeken, een hele
mooie marmeren hindoe-tempel. Hierin stonden vele beelden van diverse
hindoegoden. Verder vielen de vele hakenkruizen me op. Dit is hier echter een
oud religieus symbool.
Hindoe tempel
Buiten de tempel wemelde het van allerlei verkopers en
bedelaars en andere figuren die geld wilden verdienen, zoals b.v.
slangenbezweerders. Maar dat soort taferelen was ik al gewend van vorige reizen
naar o.a. Griekenland, Turkije en Marokko. Onderweg nog kennis gemaakt met
enkele indiaase gerechten, te weten masala dosa (een soort knapperige pannekoek
gevuld met een gekruid groentenmengsel) en lassi (een soort yoghurt-milkshake,
héél lekker vooral bij warm weer). Terug in het hotel namen we
eerst een douche, want je zweet ontzettend veel bij zulk warm weer.
'S avonds gingen we samen met de 2 engelsen (ze heetten
Barney en Rachel) eten bij Nazir thuis. Dit hadden we 's ochtends afgesproken.
Begin van de avond kwam hij ons ophalen. Met 2 scooterriksja's reden we naar
zijn woning in een buitenwijk van Delhi. Die woning bestond uit weinig meer dan
een kamer zonder verder meubilair, maar wel met vele tapijten en kussens op de
grond. Het zag er armoedig uit, maar het is aan de andere kant ook zo dat tafels
en stoelen in de indiase cultuur ongebruikelijk zijn. Toch was de kamer verder
nagenoeg leeg. De jongen die ons ons hotel had gewezen was ook aanwezig. Dit
bleek een neef van hem te zijn en ook hij bleek Nazir te heten. De maaltijd was
goed, een grote hoeveelheid rijst met chapati-brood en diverse schalen groenten
en sauzen. We moesten echter wel met onze handen eten, wat niet echt handig
ging. Het smaakte er echter niet minder om. De twee neven bleken toch niet echt
arm te zijn want ze hadden een auto, iets wat lang niet iedere indier zich kan
permiteren. Hiermee brachten ze ons aan het eind van de avond weer naar ons
hotel. 'S nachts sliepen we onder onze klamboe's en met de grote ventilator
aan.
Indiase maaltijd
Deze dag zouden we een rondrit maken door de stad. Dit was ons
ook aanbevolen door Nazir en ook de 2 engelsen zouden meegaan. Barney ging
echter op het laatste moment niet mee omdat hij die ochtend iets belangrijks op
het postkantoor moest regelen. Voordat we aan de tour begonnen moesten we eerst
onze bustickets naar Kashmir regelen. Nazir bracht ons daarvoor naar een
kantoortje. Daar kochtten we ook meteen een vliegticket van Leh naar Delhi. Leh
zou namelijk ons volgende reisdoel na Kashmir worden. Het ligt midden in de
Himalaya en is moeilijk te bereiken. Vanuit Kashmir is er een redelijke
verbinding, maar als je daarna weer terug naar het zuiden wil, is vliegen
eigenlijk de enige goede mogelijkheid. Wel is het nodig om ruim van tevoren te
reserveren. Een probleem was echter dat we op een wachtlijst kwamen te staan.
Volgens de verkoper was dit echter geen probleem omdat er volgens hem bijna
altijd een hoop mensen hun vlucht cancelden. Het koste hem echter grote moeite
om ons er van te overtuigen de tickets toch te kopen. Ook reserveerden we hier
alvast een kamer op een houseboat. Het verblijf op zo'n houseboat is namelijk
een van de attracties van Kashmir. Deze boten liggen in een groot meer bij de
hoofdstad Srinagar.
Hierna zochten we onze bus op voor de rondrit. Meer dan de
helft van de deelnemers aan de busrit waren overigens indiers. Dit kon te maken
hebben met de ontzettend lage prijs van de tour. Allereerst ging de tour naar
dezelfde tempel waar we gisteren al waren geweest. Het was niet zo erg, want het
was een mooie tempel en nu konden we het nog eens op ons gemak allemaal opnieuw
bekijken. Buiten maakte Rachel nog een foto van een groepje slangenbezweerders.
Deze verlangden hierop prompt 100 rupee (± 6 gulden) van haar, een voor
indiase begrippen enorm bedrag voor zoiets. Zij was nu dus ook door schade en
schande wat wijzer geworden over India. Wij hadden de bui al zien hangen.
Het volgende doel van de tour was het Rode Fort. Een grote
ommuurde vesting met daarbinnen diverse paleizen. Helaas was het er van binnen
erg vervallen. Andere plaatsen waar de bus ons bracht waren o.a. de
crematieplaats van Mahatma Ghandi, het vroegere huis van Indira Ghandi en nog
wat andere monumenten.
Mausoleum
Verder bezochten we ook even buiten de stad de Bahai-tempel.
Het bahai-geloof is in de vorige eeuw onstaan in Perzië en heeft vrij
moderne denkbeelden en grote tolerantie ten opzichte van andere religies. De
tempel is een prachtig modern wit marmeren gebouw, in de vorm van een
lotusbloem. Het is binnenin niet toegestaan te praten of op andere wijze geluid
te maken. Het is een vreemde gewaarwording om binnenin de grote zaal die
absolute stilte te ervaren terwijl er toch redelijk wat mensen binnen zijn.
Het laatste doel van de tocht was de Qutb Minar moskee. Dit
is de oudste moskee van India. De minaret is nog redelijk intact, maar de rest
van het complex is enorm vervallen. Op het plein van de moskee staat een grote
ijzeren pilaar. Volgens de legende valt degene die het lukt om de pilaar
achterlangs met zijn armen te omvatten, geluk ten deel. Bijna alle toeristen
probeerden het wel een keer. Voor ons met onze lange armen was het een makkie.
Opmerkelijk aan de pilaar is verder dat hij ondanks zijn ouderdom niet roest.
Qutb Minar moskee
'S avonds gingen we eten in een klein chinees restaurantje in de buurt. Dit hadden we opgezocht uit onze reisboeken. Op onze hotelkamer hebben we nog even op onze wereldontvanger naar Radio Nederland geluisterd. Het was vandaag prinsjesdag en we konden daarom onder andere de vertrouwde stem van onze grote vriend (ahem) Bolkestein horen.
Deze middag zouden we per bus vertrekken naar Kashmir. 'S
ochtends sliepen we lang uit en keken nog wat rond in het centrum van de stad.
We verzamelden ons bij het kantoortje waar we de dag tevoren de busticket
gekocht hadden. Vandaar werden we naar de bus gebracht. De jongen die ons de 1e
dag naar ons hotel had gebracht (één van de Nazir's) ging ook mee
met de bus. Hij hoorde bij de houseboat waar wij naartoe zouden gaan. Voordat we
vertrokken kochten we nog wat flessen mineraalwater voor onderweg.
De weg van Delhi richting Kashmir was aanvankelijk een 4-
baansweg (waar echter wel fietsers en voetgangers op konden), maar al snel
veranderde het in een 2-baansweg. Er waren vooral veel vrachtwagens op de weg,
vaak met allerlei schilderingen aan de buitenkant. Wat alle vrachtwagens echter
gemeen hadden was een grote zwarte rookpluim uit de uitlaat. Het was dus niet
echt fris op de weg. Het werd nog erger door allerlei stof dat door het vele
verkeer omhoog dwarrelde. Wie in de bus aan een open raam zat kreeg dan ook
binnen korte tijd een laagje stof en roet in zijn/haar gezicht.
Enkele uren nadat de bus uit Delhi was vertrokken kreeg de
bus een lekke band. Het duurde behoorlijk lang voordat het gerepareerd was. Het
leek wel of ze met de band te voet terug gingen naar Delhi om hem daar te laten
plakken. In de tussentijd zaten we maar een beetje in de berm en kletsten af en
toe wat met mede- passagiers. We hadden nu toch enkele uren vertraging
opgelopen, en kwamen dan ook pas tegen het eind van de avond bij een
wegrestaurant aan voor ons avondeten. Opmerkelijk was dat ze daar MTV op de TV
hadden. Op dat moment was net het "Headbangers Ball" bezig. De vele indiërs
onder onze mede- passagiers zagen het alles met gemengde gevoelens aan.
Na een nacht waarin we ondanks onze oncomfortabele zithouding
toch nog vrij redelijk geslapen hadden, kwamen we de volgende ochtend aan bij de
grens van de deelstaat Kashmir. Hier werd gestopt en moesten alle buitenlanders
zich laten inschrijven in Het Grote Boek met naam, paspoortnummer, visumnummer,
geslacht, leeftijd, beroep, enzovoorts, enzovoorts. Ook was er tijd voor een
kort ontbijt. Hierna vervolgde de bus zijn reis.
Nadat we de stad Jammu waren gepaseerd kwamen we in het
berglandschap terecht. Vooral de eerste kilometers waren prachtig om te zien,
vol met beekjes en watervalletjes en groepjes apen langs de kant van de weg. Al
snel werden de bergen hoger en moesten er enkele fikse passen worden genomen.
Waarschijnlijk vanwege de weinige slaap van de afgelopen nacht had ik deze dag
regelmatig moeite om wakker te blijven. Lastig in zo'n bus, 's nachts lukt het
je niet om in slaap te vallen en overdag kan je nauwelijks je ogen open houden.
Halverwege de middag kreeg onze bus andermaal pech. Dit
maal een probleem met de olie. Ook ditmaal duurde het erg lang voordat we weer
verder konden. We konden hier nu wel wat eten in een klein restaurantje. Het
eten, rijst met dahl (een soort waterige gekruide saus met groenten en/of
linzen), smaakte echter maar matig. In de tijd hierna zaten we wat in de berm
samen met Barney en Rachel en nog een paar andere passagiers (een groepje van 2
denen en 1 in denemarken woonachtige welshman, in het vervolg van dit verslag
gemakshalve "de denen" genaamd).
Toen eindelijk de bus weer gerepareerd was werd het al
bijna donker. We zouden nu niet meer volgens plan nog deze dag Kashmir kunnen
bereiken. We moesten namelijk nog door een tunnel, en deze was niet de hele dag
en nacht geopend. In een klein dorpje voor de tunnel stopten we dan ook om er te
eten en te overnachten. Het waren een soort oude legerkazernes waar we in
sliepen. Alle buitenlanders sliepen bij elkaar op een kamer. Behalve Barney en
Rachel en de denen was er ook een dikke engelsman met lang haar en met op zijn
armen diverse tatoeages van runentekens en afbeeldingen uit de viking-
mythologie. Deze was vorig jaar naar China geweest en hij wist daar veel over te
vertellen. Barney en Rachel en de denen besloten nog om een feestje te bouwen.
Dat feestje bestond voornamelijk uit het roken van enkele jointjes. Barney had
zelfs een chillum- pijp bij zich. Deze had blijkbaar zo'n sterk effect dat ze al
na een paar trekjes hiervan als een blok in slaap vielen.
De buschaffeur had blijkbaar haast, want al om 5 uur deze
morgen zouden we verder reizen naar Kashmir. Al snel bereikten we de tunnel die
naar de Kashmir vallei leidde. Onderweg waren we al diverse malen militaire
konvooien tegengekomen, maar hier in de vallei wemelde het echt van de
militairen. Je zag ze overal. Langs de weg, op toppen van heuvels, in de bossen
en vooral in de dorpjes. Daar stonden echt op iedere straathoek zwaarbewapende
soldaten en in de straten zelf ook om de zoveel meter een. Het leken wel scenes
uit een of andere vietnamfilm. En langs de weg naar Srinagar kwam je om de paar
honderd meter een legerkamp tegen. Gelukkig viel het bij het meer waar de
houseboats lagen erg mee. Daar zag je er vrijwel geen.
De houseboat die we gehuurd hadden zag er prachtig uit.
Aangezien het vanwege de gespannen situatie in Kashmir niet erg druk was met
toeristen, konden we een luxe boat krijgen voor een relatief klein bedrag. De
boot bestond uit een woonkamer, een eetkamer en 2 slaapkamers (waarvan er 1 voor
ons was, de andere bleef leeg). Verder was er ook nog een overdekte veranda en
een dakterras. Aan de buitenkant was de boot versierd met allerlei houtsnijwerk.
Binnen was vooral de woonkamer prachtig ingericht.
Woonkamer in houseboat
Om een beetje uit de rusten van de lange reis vulden we de
rest van de middag met siësta en lekker luieren op de veranda. Vanaf daar
had je uitzicht op het hoofdkanaal langs de boulevard. De vele houseboats lagen
allemaal op een lange rij, op enkele tientallen meters van de boulevard. Het was
ook mogelijk om een houseboat verder op het meer te huren. Dan zat je echt heel
rustig en keek je alleen maar op andere houseboats uit. Waar wij zaten zag je
nog wel eens wat voorbij varen of rijden. Wel kwamen er voortdurend
winkelbootjes langs die je van alles en nog wat probeerden te verkopen. Met name
veel alternatieve kleding en sieraden. Wij hadden echter meestal weinig
interesse in hun koopwaar.
'S avonds aten we op de housebout. Het eten was bij de
prijs inbegrepen. We aten rijst met een vleesgerecht en diverse groentes. Na het
eten zaten we nog een tijdje in onze mooie woonkamer. We hadden op deze boot ook
een eigen bediende, Masjid genaamd (tenminste, voor zover we zijn naam goed
verstaan hadden). Dit was een symphatiek mannetje. Hij liet ons nog fotoalbums
zien van trektochten in de bergen. Dat kon ook via hun geregeld worden. Het zag
er allemaal indrukwekkend uit, maar we wisten nog niet of we het ook konden
doen, aangezien we maar een beperkt aantal dagen in Kashmir konden blijven omdat
we de vliegreis van Leh naar Delhi al hadden geboekt.
Toen we deze ochtend na ons ontbijt op de veranda zaten, zagen
we de denen met een bootje aankomen. Deze bleken het op hun houseboat niet naar
hun zin te hebben en verhuisden daarom naar de houseboat naast ons (welke van
dezelfde eigenaars als die van ons was). Wij waren blij dat we onze houseboat
slechts voor 1 dag vantevoren hadden geboekt. Als we dat niet gedaan hadden en
als ons de houseboat niet zou hebben bevallen, dan zouden we een hoop geld kwijt
zijn geweest. Maar gelukkig hadden wij weinig te klagen over onze houseboat.
Vandaag wilden we een shigara-tocht over het meer gaan
maken. Dat wil zeggen, een tocht over met meer met een roeibootje. Dit soort
roeibootjes worden shigara's genoemd. De roeier zat achterin terwijl wij in het
midden op zachte kussentjes onder een afdakje zaten. Masjid ging ook mee als
gids. Een van de eerste dingen die we onderweg tegenkwamen was een leger-
kontrolepost. Nadat we er onze paspoorten hadden laten zien mochten we verder.
We bezochten nu een aantal mughal-tuinen, uit de tijd van de indiase mughal-
keizers. Voor een van de tuinen moesten een stukje met de bus. De tuinen zagen
er mooi uit, maar waren niet goed onderhouden. Volgens Masjid kwam dat door de
gespannen situatie in het gebied van de laatste jaren. Ook in de tuinen kwamen
we gewapende soldaten tegen, maar deze waren er blijkbaar gewoon op bezoek, want
ze hadden soms vrouw en kinderen bij zich. Die waren makkelijk te herkennen,
want zij waren de enigen in de omgeving met indiase kledij.
Mughal tuinen
Na de tuinen gingen we met onze shigara naar de andere kant
van het meer, naar de Hazratbal moskee. Deze ligt vlak aan de rand van het meer.
Ook hier wemelde het van de soldaten. We mochten van hen niet te dicht bij de
moskee komen. Na er een foto van de moskee genomen te hebben gingen we daarom
maar verder.
We kwamen nu door het Nagin meer. Dit is het kleinste en
tevens mooiste meer in de omgeving. De houseboats op dit meer zijn daarom ook
een stuk duurder dan die bij ons in de buurt. Hier hebben we nog een stukje zelf
geroeid, wat vrij zwaar ging vanwege de vele waterplanten die op dit stuk
groeiden. Hierna kwamen in Srinagar zelf terecht. De stad deed me vanwege zijn
vele kanaaltjes en bruggetjes sterk aan Venetië en Giethoorn denken. De
shigara-boten zijn er niet voor niets een van de belangrijkste vervoermiddelen.
'S avonds aten we gezamenlijk met de denen van de boot
naast ons. We hadden immers dezelfde kok. Het eten was min of meer hetzelfde als
gisteren. Alleen het vleesgerecht was anders, de ene keer kip, de andere keer
schapevlees. Dat vlees vond ik trouwens meestal maar van matige kwaliteit. Veel
vet en veel botten. Maar de rest van het eten was altijd prima.
Na het eten brachtten we de tijd weer door in de woonkamer.
De denen zaten er vanavond ook (hun namen waren trouwens Nils, Michael en Steve
(de welshman)) en ook Barney en Rachel kwamen vanavond. Barney bleek de
afgelopen dagen van alles van de shigara-winkeliers te hebben gekocht. Hij begon
daarom steeds meer op een echte hippie te lijken, wat hij daarvoor toch al een
beetje leek. De favoriete manier van de denen en de engelsen om de avond door te
brengen bleek het roken van heel veel jointjes te zijn. Op een gegeven moment
hing er zo'n sterke walm in de kamer dat je daar alleen al bijna stoned van
werd. Masjid, die ons deze avond zoals gewoonlijk regelmatig van verse thee
voorzag, had een verrassing voor hen: een echte kashmiri nargile (waterpijp).
Gelukkig was er nog meer te doen dan alleen maar jointjes roken. Er was een
schaakbord waar we menig spelletje op speelden, en er lag een stapel door andere
reizigers achtergelaten boeken. O.a. een nederlandstalig boek over een expeditie
in het amazone-oerwoud. Leendert had dit boek al eens gelezen en me er ook al
eens over verteld. Het bleek best een interresant en grappig boek te zijn.
Vanochtend luierden we wat op ons zonnedak, samen met de
denen, waarmee we weer af en toe een potje schaak speelden. Hoewel het niet echt
heet was stond er toch een felle zon. Dat kwam vooral door de hoge ligging van
Kashmir. Je moest je hier dus goed insmeren. De denen rolden af en toe een
jointje, zij blowden de hele dag door. Toch waren het verder geen echt vage
figuren of zo, in ieder geval niet zo alternatief als b.v. Barney. Het waren
voor de rest normale jongens.
'S middags beklommen we een heuvel in de buurt. Deze heuvel
lag aan de overkant van het water, en vanaf onze veranda keken we er steeds op
uit. Op de top van de heuvel lag een oud hindu- tempeltje. Het was een vrij
lange klim naar boven, maar gelukkig waren er veel bomen op de heuvel zodat je
veel in de schaduw kon lopen. We hadden gehoopt dat er boven op de top een groot
terras zou zijn waar we na de lange klim een lekker glas Hoegaaarden (desnoods
met citroen) zouden kunnen drinken, maar dat was helaas niet zo. Alcohol is
overigens sowieso vrijwel niet te krijgen in het islamitische Kashmir. Bovenop
de top, vlak naast het tempeltje, lag een kleine legerpost. Daar werden onze
tassen gekontroleerd op bommen, wapens en dat soort dingen. Vanaf de top had je
een schitterend uitzicht op de vallei. Je kon alles zien liggen. Het meer met
zijn tuinen en de Hazratbal moskee en de boulevard waarlangs de meeste
houseboats lagen. Hoewel er heel wat houseboats naast elkaar op een rij lagen
konden we de onze er tussen zien liggen. We zagen zelfs een paar miniscule
stipjes op het dak. Dat moesten de denen zijn, die nog steeds lagen te zonnen!
Terug naar beneden namen we een ander pad. Dit was een stuk
moeilijker begaanbaar dan het eerste pad. Het eerste was geasfalteerd en had
veel schaduw. Dit was een smal steil rots-paadje en lag in de volle zon. Het was
maar goed dat we dit pad niet bergopwaarts hadden genomen. Toen we naar beneden
liepen konden we de moskee in de stad beneden horen. Uit de luidsprekers klonk
keihard een soort preek of toespraak. Zoiets had ik nog nooit gehoord. Normaal
gesproken hoor je van een moskee alleen een aantal maal per dag de oproep tot
het gebed, en als iedereen dan binnen is blijft het verder stil. Zo niet hier in
Srinagar, hier weerklonk de hele preek over de stad. Misschien had het iets te
maken met de gespannen politieke situatie en was het wel een sterk politiek
getinte toespraak waarin werd opgeroepen tot een jihad tegen de indiase
bezettingsmacht of iets dergelijks. Zo klonk het in ieder geval ongeveer wel.
Beneden aangekomen liepen we nog een stukje door het stadje heen. Hier wemelde
het weer van de soldaten.
Toen we weer terug op onze houseboat waren bleek er een
andere nederlander bijgekomen te zijn op de boot naast ons. Zijn naam was Bart
en hij kwam net terug van een trektocht in de bergen. Hij vertelde dat hij net
zolang door Azië zou trekken tot zijn geld op was. Hij bleek in totaal iets
van 12.000,- tot zijn beschikking te hebben. Daar kan je in Azië
héél lang van leven. Hij had in nederland een goed betaald baantje
bij defensie gehad (als burger) en daar aardig wat van gespaard. Ook Bart bleek
trouwens niet vies te zijn van een jointje. Het was te zien dat hij uit
Nederland kwam, want terwijl de denen en engelsen steeds moeilijk zaten te doen
met omgebouwde sigaretten en aan elkaar geplakte vloeitjes, had Bart
professionele joint-vloeitjes bij zich, evenals prefab-joints zoals je ze in
nederlandse coffeeshops kan kopen.
Deze avond hadden we behalve het schaakbord nog een ander
spel ter beschikking. Het was een soort houten bord met gaten in de hoeken waar
je met een plastiek schijfje damstenen in moest schieten. Het principe leek een
beetje op pool-biljart. Ik dacht eerst dat het een typisch lokaal Kashmir spel
was, maar Bart zei dat hij het ook in Nederland al veel gezien had. Dat bleek
wel, want hij was er behoorlijk bedreven in.
Vandaag wilden weer een shigara huren, maar ditmaal om er zelf een beetje op ons gemakje mee in de omgeving rond te varen. Dat leek ons ook wel eens leuk. Maar het bleek helaas niet te kunnen. Ze hadden zelf maar 1 shigara, die ze zelf nodig hadden, en het bleek ook niet mogelijk om er een van elders te huren, althans niet voor de prijs die wij ervoor wilden betalen. Jammer dan, maar niet getreurd. Dus hebben we de rest van de dag maar lekker geluierd op de veranda en het zonnedak en de woonkamer. Voor de rest was het net zo'n zelfde dag als gisteren. De plannen voor een trektocht of een dag-excursie waren overigens definitief afgeblazen. De trektocht ging niet door omdat er verder niemand mee zou gaan behalve ons tweeën, en het daardoor te duur zou worden. Ook kortere excursies bleken niet te gaan. Het openbaar vervoer was er slecht, zodat je aangewezen zou zijn op dure taxi's. En veel plaatsen waren te onveilig om er een nachtje te kunnen blijven overnachten.
Dit was onze laatste dag op de houseboat. We hadden geen
ideeën meer om vandaag nog iets te ondernemen. Bovendien wilden we het een
beetje rustig aan doen omdat ons morgen een zware busreis te wachten stond. Dus
werd het net zo'n dag als gisteren: lekker luieren op onze boot met af en toe
een spelletje schaak of het dambordschuifspel of een boekje lezen.
'S avonds gingen we op verzoek van Masjid nog op bezoek bij
een tapijtenfabriek. Masjid had ons verteld dat hij daar 's winters altijd
werkte als het toeristen-seizoen afgelopen was. Het was interresant om te zien
hoe ze gemaakt werden. Het was allemaal echt handwerk. Ieder draadje werd er
apart ingelegd. Daarbij gebruikten ze grote vellen papier met allerlei
kleurcodes. Nadat we het produktieproces gezien hadden probeerden ze tot onze
grote verrassing, ons over te halen om een tapijt te kopen. We dachten dat ze
ons alleen maar het fabriekje wilden laten zien. We hadden nooit gedacht dat ze
ook nog wilden dat wij die tapijten zouden kopen! Echt niet!
"Ohhh!" zei Leendert, "kunnen we die tapijten hier ook
kopen? Wat een prachti...".
"Hou je mond!" riep ik, "Jij houdt je hier buiten. Dit
zaakje regel ik wel even".
Als ik niet ingegrepen had was Leendert zeker voor de
verleidelijke aanbiedingen van de tapijtenverkoper bezweken. Ook ik kon de drang
om een tapijt te kopen maar met moeite weerstaan. Maar ik stond gelukkig stevig
genoeg in mijn schoenen (hoewel? Die had ik buiten uitgedaan...). Dus
uiteindelijk verlieten we het pand weer zonder ons aan ondoordachte aankopen te
buiten te zijn gegaan.
Vandaag vertrokken we met de bus naar Leh. Leh is de hoofdstad
van de landstreek Ladakh. Deze streek ligt in het oosten van de deelstaat Jammu
& Kashmir, en is in feite het meest westelijke puntje van Tibet. Het enige
stukje van Tibet wat niet door China is bezet. De reis er naar toe zou 2 dagen
gaan duren.
In de bus kwamen we nog een aantal andere buitenlanders
tegen die hier op een houseboat hadden vertoefd. Bij sommigen van hen was het
minder goed bevallen. Een paar meisjes vertelden dat ze heel weinig privacy op
de boot hadden gehad. Anderen hadden hun boot vantevoren voor veel te veel geld
geboekt en kwamen op een zeer slecht gelegen locatie terecht. Zo te zien hadden
wij het dus maar goed getroffen met onze boot.
Bergdorpje op route Srinagar - Leh
Wij zaten in de bus op de achterste bank. Een slechte plaats
omdat je daar het bonken en schudden van de bus het hardst voelt. En de route
naar Leh zat vol met bochten, kuilen en onverharde stukken. Het eerste deel van
de tocht voerde door een lange smalle bergvallei met een prachtige natuur. Nadat
we enige uren gereden hadden stopten we in een klein bergdorpje wat uit weinig
meer bestond dan een flink aantal naast elkaar gelegen restaurantjes. De
maaltijd was simpel doch voedzaam. Enige tijd later bereikten we het begin van
de Zoji-La pas. Dit is een hele lange pas vol haarspeldbochten. Het hoogste punt
ligt op zo'n 3500 meter (dat is nog eens wat anders dan de Brennerpas met zijn
1370 meter). De pas is slechts in 1 richting tegelijk open, zodat we moesten
wachten tot alle auto's uit de andere richting gepaseerd waren. Intussen moesten
we nog op de wachtplaats in een klein kantoortje onze namen in Het Grote Boek
laten inschrijven. De berghellingen langs waarlangs de weg met haarspeldbochten
omhoog liep was af en toe behoorlijk steil. De weg zelf was bovendien onverhard.
De omgeving was echter zeer indrukwekkend. Na het hoogste punt werden de
berghellingen minder steil en liep de weg door een rivierdalletje. Op een
gegeven moment konden we niet verder. Er bleken iets verderop rotsblokken op de
weg te liggen. Deze werden met dynamiet opgeblazen. Nadat de weg weer
vrijgemaakt was konden we verder. Aan het eind van de pas lag het dorpje Drass.
Ook hier moesten we ons weer laten inschrijven in Het Grote Boek. De formulieren
die hiervoor ingevuld moesten worden waren nauwelijks leesbaar. Ze waren gedrukt
via een soort carbonpapier en tjokvol taalvouten en later aangebrachte
correcties. In de wetenschap dat er later waarschijnlijk toch nooit meer iemand
naar zou kijken probeerden we het maar zo goed mogelijk naar onze zin in te
vullen. Het was hier in dit dorpje trouwens al vrij fris, zodat we voor het
eerst deze vakantie onze jassen aan moesten doen.
Toen we enige uren later in Kargil aankwamen was het
intussen al donker geworden. In deze plaats zouden we overnachten. Toen de bus
er stopte werden we dan ook verwelkomt door diverse mannetjes die ons naar hun
hotels wilden brengen. We namen vandaag een zo goedkoop megelijk hotel omdat we
slecht zeer kort in Kargil zouden blijven. We gingen eten bij wat volgens onze
reisboeken een van de beste restaurants van het dorpje was. De bevolking van
Kargil bestaat voornamelijk uit sjiïtische moslims, en dat was hier in het
restaurant ook te zien. Aan de muur hingen namelijk foto's van wijlen ayatollah
Khomeini! Op de menukaart zag ik spaghetti staan. Dat leek me weer wel eens
lekkere afwisseling na al dat indiase eten van de laatste dagen. Ik had het
beter niet kunnen bestellen, want wat ik kreeg was een kom met daarin een soort
chinese bouillon met een sterke sojasmaak. Daarin dreven een soort bami-slierten
met stukjes tomaat en stukjes sla! Om 23:00 uur moesten we gaan slapen, want na
die tijd stopte in het dorpje altijd de elektriciteitsvoorziening!
We moesten er deze ochtend weer voor dag en dauw uit, want de bus vertrok al om 5 uur. Van het dorpje Kargil hebben we dus verder niet veel gezien, in ieder geval niet bij daglicht. Het landschap in dit gebied was zeer kaal. Omdat het in dit gebied zelden regent is er vrijwel geen plantengroei, behalve in de kleine rivierdalletjes. Voor de rest zie je alleen maar kale rotsen. Ook vandaag zouden we weer enkele passen over moeten. De hoogste hiervan lag op ruim 4000 meter. Ook hier was het uitzicht adembenemend. Er waren plaatsen waar de bergwanden zeer steil waren en waar de afstand tot onderliggende dalen ontiegelijk groot waren. De afgronden waren soms zo diep dat je het je nauwelijks voor kan stellen als je niet met eigen ogen gezien hebt! We hadden hier prachtige foto's kunnen maken, maar helaas stopte de bus hier nergens. Dat deed hij pas toen we de bergen over waren en we weer in een rivierdalletje waren aangekomen. We hadden nu intussen al zolang in de bus gezeten dat een pis-pauze meer dan welkom was. Ook hier weer moesten ons laten inschrijven in Het Grote Boek. We kenden onze paspoortnummer nu intussen wel uit ons hoofd! Dit rivierdalletje was de Indus-vallei. In deze vallei lag ook Leh, dus we hoefden nu geen hoge bergen meer over te steken maar alleen de rivier te volgen.
Checkpost op route Srinagar - Leh
Na een tijdje kwamen we in een klein dorpje aan om er wat te
eten. Ik wilde nu intussen wel eens naar een WC toe voor een grote boodschap,
maar er was nergens een WC te vinden. Dat was wel even anders dan het dorpje
waar we gisteren gegeten hadden. Daar hadden alle restaurantjes grote borden
opgehangen met "Hier gratis WC". Maar hier hadden ze blijkbaar alleen een
openbaar toilet op ruim een kilometer lopen en waar je waarschijnlijk nog voor
zou moeten betalen ook. Dus zat er weinig anders op om maar een heel stil en
verlaten steegje op te zoeken... Aan dit dorpje kon je trouwens duidelijk zien
dat we nu inmiddels in Tibet aangkomen waren. De mensen zagen er hier anders
uit, een beetje chinees-achtig uiterlijk. En overal stonden er oude boedistische
stoepa's.
Het laatste stuk van de reis liep de route door het smalle
indus-dal. Ongeveer halverwege de middag kwamen we in Leh aan. Ook rondom Leh
zag je behoorlijk veel militaire kampen. Maar anders dan in Kashmir waren ze er
hier niet om de bevolking onder de duim te houden, maar ter bescherming tegen de
chinezen. In het verleden zijn er namelijk wel eens twisten geweest tussen India
en China over dit gebied. De bevolking hier is waarschijnlijk juist wel blij met
al die militairen, want China is hier vanwege haar bezetting van de rest van
Tibet, verre van geliefd.
We zochten in onze boeken een goed en goedkoop hotelletje
op. We gingen deze middag ook nog even langs bij het kantoortje van Indian
Airlines. We bleken al een heel stuk te zijn opgeschoven op de wachtlijst. Als
het zo doorging zou het wel goed komen met onze terugvlucht. Leh bleek een klein
maar gezellig stadje te zijn. Het zag er echt tibetaans uit. Regelmatig zag je
monniken door de straat lopen en af en toe zag je een gebedsmolen. In het
restaurant waar we 's avonds een tibetaanse maaltijd nuttigden, zagen we
toevallig de vogelman nog zitten (zie dag 1).
13e dag, ongeluksdag? Deze nacht moest ik wel een stuk of 6 keer mijn bed uit om naar de WC te gaan. Aan de schijterij. Ik besloot daarom vandaag maar een dagje in het hotel te blijven. Ik moest trouwens bijna ieder uur of half uur wel een keer naar de WC. Het grootste deel van de dag bracht ik op onze kamer door, maar aangezien de temperatuur er vrij kil was, ging ik af en toe naar buiten om er wat in de zon te zitten. Daar was het wat warmer, hoewel je ook daar beter een trui of jas aan kon houden. Leendert ging er vandaag alleen op uit. Hij bezocht een tibetaans klooster in de buurt. Op de hotelkamer werd het steeds kouder. 'S avonds ben ik nog even met Leendert mee naar een restaurant gegaan voor een bordje droge witte rijst en een kopje thee. De rest van de dag had ik nog niets gegeten, op wat Norit-pillen na. Daarna maar weer lekker onder de dikke warme dekens gekropen.
Het ging vandaag al iets beter met de diarree. Het was welliswaar nog steeds een waterige drab, maar ik hoefde in ieder geval niet meer om de haverklap naar de WC. Toch besloot ik om ook vandaag nog maar een dagje rust te nemen. Leendert bezocht vandaag een ander klooster.
Ook vandaag was er weer wat vooruitgang wat betreft de
diarree. Het was nog steeds een drab, maar niet meer zo'n waterige. Het begon
weer een beetje op echte stront te lijken, al zag het zwart vanwege de Norit-
pillen. Ik nam deze ochtend voor het eerst weer een ontbijt.
'S middags voelde ik me weer fit genoeg om op excursie te
gaan. Dit was trouwens mijn laatste kans om nog wat van Ladakh te zien, want
morgenochtend zou ons vliegtuig vertrekken. Ik besloot het klooster van Tikse te
gaan bezoeken. Dit was een van de dichtst bij gelegen kloosters, dus ik hoefde
er niet te gek lang voor te reizen. Ik had namelijk nog weinig zin om urenlang
in de bus te gaan zitten. Je wist tenslotte maar nooit met die diarree. Leendert
ging niet mee, want hij had dit klooster al gezien.
Bij het busstation van Leh was het een chaos. Ik wilde
eerst nog bij het informatie-kantoortje vragen welke bus ik moest hebben, maar
dat was zinloos. Het was een klein houten hokje met aan de voorkant 2 hele
kleine raampjes op nog geen 1½ meter hoogte. Voor een van die raampjes
stond een boomlange tourist voorover gebogen met zijn hoofd door het gat. Verder
stonden er rondom het gebouwtje allerlei mensen te schreeuwen en te duwen en te
trekken. Ik had weinig zin om me hier in te mengen. Gelukkig hoorde ik
plotseling een mannetje bij een bus hard roepen "Tikse! Tikse! Tikse!". Goed
geraden, dit was het teken dat daar de bus naar Tikse zo zou vertrekken.
Na ongeveer een half uurtje bussen kwam ik in het dorpje
Tikse aan. Ik was in de bus de enige toerist, en toen ik op weg naar het
klooster liep begon ik te twijfelen. Zou het wel open zijn? Of was het misschien
's zondags gesloten? Ik besloot om toch maar een kijkje te wagen. Het klooster
lag boven op een heuvel. Het was een behoorlijk zware klim naar boven. Ik moest
onderweg diverse malen uitrusten voordat ik boven was. Dat lag voor een deel ook
aan de hoge liging van Ladakh. Daardoor is de luchtdruk lager en krijg je
sneller last van zuurstof tekort.
Het klooster van Tikse
Toen ik boven aangekomen was bleken er toch nog een paar
andere toeristen te zijn. Toen ik op het pleintje van het klooster wat rondkeek
werd ik gewenkt door een monnik. Deze kwam aangesneld met een grote sleutel in
zijn hand. Daarmee opende hij de deur van een zaaltje. Daarbinnen bleek zich een
enorm groot verguld Boedha-beeld te bevinden. Het beeld was wel 2 verdiepingen
hoog. Ik bevond me op de bovenste verdieping en keek tegen het hoofd van het
beeld aan.
Toen ik deze zaal weer verliet hoorde ik enkele monikken op
grote toeters blazen. Dat was het sein voor het begin van een ceremonie. Ik kwam
helaas net te laat om een foto te kunnen maken van de monniken met hun grote
toeters. De ceremonie was ook heel apart om te zien. De monniken zaten allemaal
naast elkaar op een paar rijen bankjes. De jongste monniken (kinderen nog)
liepen rond met enorme thee-kannen waarmee alle monniken werden bediend. In het
begin zaten de monniken allemaal een beetje te neuriën. Op een gegeven
moment maakten ze plotseling een enorm kabaal met allerlei trommels en toeters.
Ongeveer een minuut lang een komplete kakafonie van geluid. Daarna waren ze weer
stil en neurieden ze weer een beetje. Daarna nog een paar keer lawaai. Het was
jammer dat je binnen geen foto's mocht maken tijdens de ceremonie.
'S avonds weer een normale maaltijd gegeten. We gingen naar
een restaurantje waar ze gespecialiseerd waren in midden-oosten gerechten. Dat
leek ons een welkome afwisseling. We aten er een lekkere falafel schotel met
salade en tzatziki. Het smaakte voortreffelijk.
Vandaag zouden we per vliegtuig terugreizen naar Delhi. We
waren intussen van de wachtlijst af, dus we wisten nu dat we mee konden. Op het
vliegveld volgde de ene veiligheidscontrole op de andere. Allereerst moest je
door een metaaldetector bij het binnengaan van het gebouw. De tassen moesten
door het röntgenapparaat en er werd moeilijk gedaan over kleine
batterijtjes en aanstekers en dergelijke. Na het inchecken moesten we nogmaals
langs een metaaldetector. En voordat we het vliegtuig in konden nog enkele
malen. Handbagage meenemen in het vliegtuig was helemaal uit den boze. De vlucht
zelf was best spectaculair. We vlogen over de besneeuwde bergtoppen van de
himalaya. Zo ver het oog reikte zag je niets anders dan besneeuwde bergtoppen.
Nu merkte je pas wat een gigantisch groot gebied Tibet moet zijn. Na een tijdje
zag je plotseling naaldbomen op de berghellingen en werden de bergen al snel een
stuk kleiner. Niet veel later kwam Delhi in zicht.
Het was wel weer even wennen aan het weer in Delhi. Na het
koele Ladakh plotseling weer die klamme hitte. Mijn trui en jas deed ik op het
vliegveld maar snel uit. Mijn lange spijkerbroek had ik ook beter uit kunnen
doen, want in de stad zweette ik weer als een paard. We gingen eerst naar het
station om kaartjes te reserveren voor de nachttrein naar Bikaner en om er onze
tassen te bewaren in de luggage- room.
Op het station was een gigantische drukte. Het wemelde van
de hustlers, bedelaars en zogenaamde "vrienden". Het duurde ook enige tijd voor
dat we op het station de luggage-room en de reserveringsbalie gevonden hadden.
Al die tijd werden we gevolgd door dat soort figuren en kwamen we er steeds weer
nieuwe tegen. Intussen liepen we nog steeds moe en bezweet rond met onze
rugzakken op. Doodmoe werd ik van die mannetjes. Sodemieter op! Laat ons met
rust! De reserveringsbalie was een ware verademing. Deze was airconditioned en
bovendien alleen toegankelijk voor toeristen. Hier kon je even tot rust komen.
Na het station liepen we naar het centrum om op het
postkantoor wat kaarten te posten en bij de Wimpy een lekkere hamburger
(lamburger!) en een milkshake te nemen. Hierna bezochten we de Jami Masjid, de
grootste moskee van de stad. Dat was een van de weinige hoogtepunten van de stad
die we destijds niet tijdens onze bus-excursie hadden bezocht. Per fietsriksja
reden we hierna door het oude centrum van Delhi terug naar het station om onze
rugzakken op te halen. Onze trein zou namelijk van een ander station vertrekken.
In eerste instantie konden we onze plaatsen in de trein
niet vinden. We vroegen het diverse malen aan mensen op het perron, maar niemand
kon ons een duidelijk antwoord geven. Totdat op een gegeven moment een mannetje
langskwam met grote vellen papier die hij op de wagons plakte. Op die vellen
stonden alle namen vermeld van alle mensen die gereserveerd hadden. Ook schreef
het mannetje met een krijtje de wagon-nummers op de wagons. Toen was het vrij
simpel om onze plaatsen te vinden. We hadden in onze trein zogenaamde "sleepers"
gereserveerd. In dat soort coupees kunnen de bankjes 's nachts omgebouwd worden
tot een soort stapelbedden. Het was opvallend om te zien hoeveel bagage sommige
indiërs bij zich hadden. Vaak in grote blikken kisten. Omdat we konden
liggen sliepen we deze nacht vrij goed.