India reis 1993 - Deel 1


Dag 1
Zo 12 sep

    Deze ochtend vertrokken we per openbaar vervoer van Zierikzee naar Schiphol. Daar kwamen we ruim op tijd aan. Na er gegeten en wat rondgekeken te hebben, konden we begin van de middag ons vliegtuig in. De vlucht duurde erg lang. De tijd werd gedood met wat lezen, naar de walkman luisteren en proberen wat te slapen.
    Eind van de avond kwamen we in Abu Dhabi aan, waar we over moesten stappen. Daar ontmoetten we op het vliegveld bij toeval nog een meisje wat vroeger bij ons op de lagere school had gezeten. We hadden haar al zeker 15 jaar niet meer gezien. Ook zij ging naar India, samen met een vriendin. Alleen ging zij slechts 3 weken, wat voor zo'n groot land erg kort is. Het vliegveld van Abu Dhabi had overigens een hele mooie moderne wachtruimte, een soort grote ronde koepel. We hadden nog wat tijd om in de tax-free shops wat rond te kijken. Daarna vervolgden we onze vliegreis naar India.


Dag 2
Ma 13 sep

    Deze nacht duurde heel kort. De vlucht van Abu Dhabi naar Delhi duurde maar een paar uur, en van slapen kwam niet veel terecht. We kwamen heel vroeg in de ochtend in Delhi aan. Maar aangezien we een tijdsverschil van 3,5 uur moesten overbruggen, was het voor ons gevoel (nederlandse tijd) nog midden in de nacht. We waren dan ook niet bepaald fit toen we er aan kwamen. Het eerste wat me opviel toen we uit het vliegtuig stapten was de klamme hitte. In Abu Dhabi was het ook vrij heet toen we uit het vliegtuig stapten, maar daar was de lucht vrij droog. Hier was het net of je een sauna of zoiets binnenstapte. Volgens Leendert viel het hier echter nog mee, en was het in Bangkok, waar hij het jaar daarvoor was geweest, nog veel erger.
    Het duurde erg lang voordat we door de douane heen waren. Er stond een lange rij en het ging allemaal erg traag omdat er allerlei formulieren ingevuld moesten worden. Toen we er uiteindelijk doorheen waren en onze bagage hadden opgehaald en geld hadden gewisseld konden we de bus naar de stad nemen.
    In de bus ontmoetten we een nederlands echtpaar. De man was een vogel-freak. Met zijn grote dikke vogelboek steeds binnen handbereik, keek hij zijn ogen uit. Iedere keer dat we buiten een klein simpel bruin vogeltje zagen, wist hij ons precies te vertellen wat voor bijzonder exemplaar dit nu wel niet was. Zijn praatjes begonnen ons echter al snel te vervelen. De weg naar de stad voerde o.a. langs enkele sloppenwijken. Eigenlijk zag alles buiten er oud, vies en armoedig uit. De zware ochtendmist en de donkere wolken maakten het geheel nog somberder.
    Uiteindelijk werden we in het centrum afgezet, in een buurt waar veel budget-hotelletjes waren (Dit hadden we vantevoren opgezocht in onze reisboeken. Daar staan per stad de meeste hotels en restaurants en dergelijke in beschreven). In eerste instantie kon ik niet geloven dat dit nu het centrum van Delhi was. Geen mens op straat en het zag er heel armoedig uit. Een heel slecht wegdek in de straatjes. Veel kuilen en grote plassen en modder en koeistront. "Is dit nu echt het centrum van de hoofdstad van India? Hoe moet het er in de rest van het land dan wel niet uitzien?". Het vinden van een kamer viel niet mee. Veel hotelletjes waren vol, en sommige mannetjes verwezen ons naar dure hotels ver buiten het centrum. Uiteindelijk kwamen we toch in een hotelletje in het centrum terecht, eentje die overigens niet in onze reisgidsen vermeld stond. De prijs was voor indiaase begrippen aan de hoge kant, maar dat gold voor de meeste hotels in Delhi.
    Aangezien we die ochtend nog erg moe van de reis waren rustten we er eerst een tijdje uit. Daarna gingen we de omgeving een beetje bekijken. Het was nu intussen wat drukker geworden buiten en ook de winkeltjes waren open gegaan. Het leek nu heel wat meer op een centrum van een grote stad dan eerst. Een van de eerste plaatsen waar we naartoe gingen was het tourist office. Allereerst om wat meer informatie over de stad (voorzover we dat niet al uit onze reisboeken kenden) en tevens om meer informatie over de situatie in Kashmir. Dit zou namelijk ons volgende reisdoel worden, maar we wisten dat het er soms onrustig was. Het gebied wordt al sinds lange tijd betwist door India en Pakistan, en de laatste jaren is er ook een guerilla- beweging aktief die streeft naar onafhankelijkheid. We hadden er tot nu toe tegenstrijdige berichten over gehoord. Maar van het tourist office werden we ook niet echt veel wijzer. Later ontmoetten we een mannetje dat een paar andere touristen kende die naar Kashmir zouden gaan. Hij bracht ons naar een restaurantje waar ze net zaten te ontbijten. Het waren een engelse jongen en meisje. Deze verzekerden ons dat er voor toeristen niks te vrezen viel in Kashmir. Informatie van andere toeristen is meestal betrouwbaar, in tegenstelling tot informatie van indiers wanneer die zelf financieel belang bij een zaak hebben. Het gesprek met de engelsen gaf ons de doorslag om te besluiten naar Kashmir te zullen gaan. Het mannetje wat ons naar hen had gebracht (zijn naam was Nazir) kon plaatsen voor een bus regelen. Het was een aantrekkelijk aanbod en de twee engelsen gingen ook met hem mee.
    Later die dag bezochten we het centrum van de stad en deden aldus een eerste indruk op van India. We bezochten o.a. na lang zoeken, een hele mooie marmeren hindoe-tempel. Hierin stonden vele beelden van diverse hindoegoden. Verder vielen de vele hakenkruizen me op. Dit is hier echter een oud religieus symbool.

Hindoe tempel

    Buiten de tempel wemelde het van allerlei verkopers en bedelaars en andere figuren die geld wilden verdienen, zoals b.v. slangenbezweerders. Maar dat soort taferelen was ik al gewend van vorige reizen naar o.a. Griekenland, Turkije en Marokko. Onderweg nog kennis gemaakt met enkele indiaase gerechten, te weten masala dosa (een soort knapperige pannekoek gevuld met een gekruid groentenmengsel) en lassi (een soort yoghurt-milkshake, héél lekker vooral bij warm weer). Terug in het hotel namen we eerst een douche, want je zweet ontzettend veel bij zulk warm weer.
    'S avonds gingen we samen met de 2 engelsen (ze heetten Barney en Rachel) eten bij Nazir thuis. Dit hadden we 's ochtends afgesproken. Begin van de avond kwam hij ons ophalen. Met 2 scooterriksja's reden we naar zijn woning in een buitenwijk van Delhi. Die woning bestond uit weinig meer dan een kamer zonder verder meubilair, maar wel met vele tapijten en kussens op de grond. Het zag er armoedig uit, maar het is aan de andere kant ook zo dat tafels en stoelen in de indiase cultuur ongebruikelijk zijn. Toch was de kamer verder nagenoeg leeg. De jongen die ons ons hotel had gewezen was ook aanwezig. Dit bleek een neef van hem te zijn en ook hij bleek Nazir te heten. De maaltijd was goed, een grote hoeveelheid rijst met chapati-brood en diverse schalen groenten en sauzen. We moesten echter wel met onze handen eten, wat niet echt handig ging. Het smaakte er echter niet minder om. De twee neven bleken toch niet echt arm te zijn want ze hadden een auto, iets wat lang niet iedere indier zich kan permiteren. Hiermee brachten ze ons aan het eind van de avond weer naar ons hotel. 'S nachts sliepen we onder onze klamboe's en met de grote ventilator aan.

Indiase maaltijd


Dag 3
Di 14 sep

    Deze dag zouden we een rondrit maken door de stad. Dit was ons ook aanbevolen door Nazir en ook de 2 engelsen zouden meegaan. Barney ging echter op het laatste moment niet mee omdat hij die ochtend iets belangrijks op het postkantoor moest regelen. Voordat we aan de tour begonnen moesten we eerst onze bustickets naar Kashmir regelen. Nazir bracht ons daarvoor naar een kantoortje. Daar kochtten we ook meteen een vliegticket van Leh naar Delhi. Leh zou namelijk ons volgende reisdoel na Kashmir worden. Het ligt midden in de Himalaya en is moeilijk te bereiken. Vanuit Kashmir is er een redelijke verbinding, maar als je daarna weer terug naar het zuiden wil, is vliegen eigenlijk de enige goede mogelijkheid. Wel is het nodig om ruim van tevoren te reserveren. Een probleem was echter dat we op een wachtlijst kwamen te staan. Volgens de verkoper was dit echter geen probleem omdat er volgens hem bijna altijd een hoop mensen hun vlucht cancelden. Het koste hem echter grote moeite om ons er van te overtuigen de tickets toch te kopen. Ook reserveerden we hier alvast een kamer op een houseboat. Het verblijf op zo'n houseboat is namelijk een van de attracties van Kashmir. Deze boten liggen in een groot meer bij de hoofdstad Srinagar.
    Hierna zochten we onze bus op voor de rondrit. Meer dan de helft van de deelnemers aan de busrit waren overigens indiers. Dit kon te maken hebben met de ontzettend lage prijs van de tour. Allereerst ging de tour naar dezelfde tempel waar we gisteren al waren geweest. Het was niet zo erg, want het was een mooie tempel en nu konden we het nog eens op ons gemak allemaal opnieuw bekijken. Buiten maakte Rachel nog een foto van een groepje slangenbezweerders. Deze verlangden hierop prompt 100 rupee (± 6 gulden) van haar, een voor indiase begrippen enorm bedrag voor zoiets. Zij was nu dus ook door schade en schande wat wijzer geworden over India. Wij hadden de bui al zien hangen.
    Het volgende doel van de tour was het Rode Fort. Een grote ommuurde vesting met daarbinnen diverse paleizen. Helaas was het er van binnen erg vervallen. Andere plaatsen waar de bus ons bracht waren o.a. de crematieplaats van Mahatma Ghandi, het vroegere huis van Indira Ghandi en nog wat andere monumenten.

Mausoleum

    Verder bezochten we ook even buiten de stad de Bahai-tempel. Het bahai-geloof is in de vorige eeuw onstaan in Perzië en heeft vrij moderne denkbeelden en grote tolerantie ten opzichte van andere religies. De tempel is een prachtig modern wit marmeren gebouw, in de vorm van een lotusbloem. Het is binnenin niet toegestaan te praten of op andere wijze geluid te maken. Het is een vreemde gewaarwording om binnenin de grote zaal die absolute stilte te ervaren terwijl er toch redelijk wat mensen binnen zijn.
    Het laatste doel van de tocht was de Qutb Minar moskee. Dit is de oudste moskee van India. De minaret is nog redelijk intact, maar de rest van het complex is enorm vervallen. Op het plein van de moskee staat een grote ijzeren pilaar. Volgens de legende valt degene die het lukt om de pilaar achterlangs met zijn armen te omvatten, geluk ten deel. Bijna alle toeristen probeerden het wel een keer. Voor ons met onze lange armen was het een makkie. Opmerkelijk aan de pilaar is verder dat hij ondanks zijn ouderdom niet roest.

Qutb Minar moskee

    'S avonds gingen we eten in een klein chinees restaurantje in de buurt. Dit hadden we opgezocht uit onze reisboeken. Op onze hotelkamer hebben we nog even op onze wereldontvanger naar Radio Nederland geluisterd. Het was vandaag prinsjesdag en we konden daarom onder andere de vertrouwde stem van onze grote vriend (ahem) Bolkestein horen.


Dag 4
Wo 15 sep

    Deze middag zouden we per bus vertrekken naar Kashmir. 'S ochtends sliepen we lang uit en keken nog wat rond in het centrum van de stad. We verzamelden ons bij het kantoortje waar we de dag tevoren de busticket gekocht hadden. Vandaar werden we naar de bus gebracht. De jongen die ons de 1e dag naar ons hotel had gebracht (één van de Nazir's) ging ook mee met de bus. Hij hoorde bij de houseboat waar wij naartoe zouden gaan. Voordat we vertrokken kochten we nog wat flessen mineraalwater voor onderweg.
    De weg van Delhi richting Kashmir was aanvankelijk een 4- baansweg (waar echter wel fietsers en voetgangers op konden), maar al snel veranderde het in een 2-baansweg. Er waren vooral veel vrachtwagens op de weg, vaak met allerlei schilderingen aan de buitenkant. Wat alle vrachtwagens echter gemeen hadden was een grote zwarte rookpluim uit de uitlaat. Het was dus niet echt fris op de weg. Het werd nog erger door allerlei stof dat door het vele verkeer omhoog dwarrelde. Wie in de bus aan een open raam zat kreeg dan ook binnen korte tijd een laagje stof en roet in zijn/haar gezicht.
    Enkele uren nadat de bus uit Delhi was vertrokken kreeg de bus een lekke band. Het duurde behoorlijk lang voordat het gerepareerd was. Het leek wel of ze met de band te voet terug gingen naar Delhi om hem daar te laten plakken. In de tussentijd zaten we maar een beetje in de berm en kletsten af en toe wat met mede- passagiers. We hadden nu toch enkele uren vertraging opgelopen, en kwamen dan ook pas tegen het eind van de avond bij een wegrestaurant aan voor ons avondeten. Opmerkelijk was dat ze daar MTV op de TV hadden. Op dat moment was net het "Headbangers Ball" bezig. De vele indiërs onder onze mede- passagiers zagen het alles met gemengde gevoelens aan.


Dag 5
Do 16 sep

    Na een nacht waarin we ondanks onze oncomfortabele zithouding toch nog vrij redelijk geslapen hadden, kwamen we de volgende ochtend aan bij de grens van de deelstaat Kashmir. Hier werd gestopt en moesten alle buitenlanders zich laten inschrijven in Het Grote Boek met naam, paspoortnummer, visumnummer, geslacht, leeftijd, beroep, enzovoorts, enzovoorts. Ook was er tijd voor een kort ontbijt. Hierna vervolgde de bus zijn reis.
    Nadat we de stad Jammu waren gepaseerd kwamen we in het berglandschap terecht. Vooral de eerste kilometers waren prachtig om te zien, vol met beekjes en watervalletjes en groepjes apen langs de kant van de weg. Al snel werden de bergen hoger en moesten er enkele fikse passen worden genomen. Waarschijnlijk vanwege de weinige slaap van de afgelopen nacht had ik deze dag regelmatig moeite om wakker te blijven. Lastig in zo'n bus, 's nachts lukt het je niet om in slaap te vallen en overdag kan je nauwelijks je ogen open houden.
    Halverwege de middag kreeg onze bus andermaal pech. Dit maal een probleem met de olie. Ook ditmaal duurde het erg lang voordat we weer verder konden. We konden hier nu wel wat eten in een klein restaurantje. Het eten, rijst met dahl (een soort waterige gekruide saus met groenten en/of linzen), smaakte echter maar matig. In de tijd hierna zaten we wat in de berm samen met Barney en Rachel en nog een paar andere passagiers (een groepje van 2 denen en 1 in denemarken woonachtige welshman, in het vervolg van dit verslag gemakshalve "de denen" genaamd).
    Toen eindelijk de bus weer gerepareerd was werd het al bijna donker. We zouden nu niet meer volgens plan nog deze dag Kashmir kunnen bereiken. We moesten namelijk nog door een tunnel, en deze was niet de hele dag en nacht geopend. In een klein dorpje voor de tunnel stopten we dan ook om er te eten en te overnachten. Het waren een soort oude legerkazernes waar we in sliepen. Alle buitenlanders sliepen bij elkaar op een kamer. Behalve Barney en Rachel en de denen was er ook een dikke engelsman met lang haar en met op zijn armen diverse tatoeages van runentekens en afbeeldingen uit de viking- mythologie. Deze was vorig jaar naar China geweest en hij wist daar veel over te vertellen. Barney en Rachel en de denen besloten nog om een feestje te bouwen. Dat feestje bestond voornamelijk uit het roken van enkele jointjes. Barney had zelfs een chillum- pijp bij zich. Deze had blijkbaar zo'n sterk effect dat ze al na een paar trekjes hiervan als een blok in slaap vielen.


Dag 6
Vr 17 sep

    De buschaffeur had blijkbaar haast, want al om 5 uur deze morgen zouden we verder reizen naar Kashmir. Al snel bereikten we de tunnel die naar de Kashmir vallei leidde. Onderweg waren we al diverse malen militaire konvooien tegengekomen, maar hier in de vallei wemelde het echt van de militairen. Je zag ze overal. Langs de weg, op toppen van heuvels, in de bossen en vooral in de dorpjes. Daar stonden echt op iedere straathoek zwaarbewapende soldaten en in de straten zelf ook om de zoveel meter een. Het leken wel scenes uit een of andere vietnamfilm. En langs de weg naar Srinagar kwam je om de paar honderd meter een legerkamp tegen. Gelukkig viel het bij het meer waar de houseboats lagen erg mee. Daar zag je er vrijwel geen.
    De houseboat die we gehuurd hadden zag er prachtig uit. Aangezien het vanwege de gespannen situatie in Kashmir niet erg druk was met toeristen, konden we een luxe boat krijgen voor een relatief klein bedrag. De boot bestond uit een woonkamer, een eetkamer en 2 slaapkamers (waarvan er 1 voor ons was, de andere bleef leeg). Verder was er ook nog een overdekte veranda en een dakterras. Aan de buitenkant was de boot versierd met allerlei houtsnijwerk. Binnen was vooral de woonkamer prachtig ingericht.

Woonkamer in houseboat

    Om een beetje uit de rusten van de lange reis vulden we de rest van de middag met siësta en lekker luieren op de veranda. Vanaf daar had je uitzicht op het hoofdkanaal langs de boulevard. De vele houseboats lagen allemaal op een lange rij, op enkele tientallen meters van de boulevard. Het was ook mogelijk om een houseboat verder op het meer te huren. Dan zat je echt heel rustig en keek je alleen maar op andere houseboats uit. Waar wij zaten zag je nog wel eens wat voorbij varen of rijden. Wel kwamen er voortdurend winkelbootjes langs die je van alles en nog wat probeerden te verkopen. Met name veel alternatieve kleding en sieraden. Wij hadden echter meestal weinig interesse in hun koopwaar.
    'S avonds aten we op de housebout. Het eten was bij de prijs inbegrepen. We aten rijst met een vleesgerecht en diverse groentes. Na het eten zaten we nog een tijdje in onze mooie woonkamer. We hadden op deze boot ook een eigen bediende, Masjid genaamd (tenminste, voor zover we zijn naam goed verstaan hadden). Dit was een symphatiek mannetje. Hij liet ons nog fotoalbums zien van trektochten in de bergen. Dat kon ook via hun geregeld worden. Het zag er allemaal indrukwekkend uit, maar we wisten nog niet of we het ook konden doen, aangezien we maar een beperkt aantal dagen in Kashmir konden blijven omdat we de vliegreis van Leh naar Delhi al hadden geboekt.


Dag 7
Za 18 sep

    Toen we deze ochtend na ons ontbijt op de veranda zaten, zagen we de denen met een bootje aankomen. Deze bleken het op hun houseboat niet naar hun zin te hebben en verhuisden daarom naar de houseboat naast ons (welke van dezelfde eigenaars als die van ons was). Wij waren blij dat we onze houseboat slechts voor 1 dag vantevoren hadden geboekt. Als we dat niet gedaan hadden en als ons de houseboat niet zou hebben bevallen, dan zouden we een hoop geld kwijt zijn geweest. Maar gelukkig hadden wij weinig te klagen over onze houseboat.
    Vandaag wilden we een shigara-tocht over het meer gaan maken. Dat wil zeggen, een tocht over met meer met een roeibootje. Dit soort roeibootjes worden shigara's genoemd. De roeier zat achterin terwijl wij in het midden op zachte kussentjes onder een afdakje zaten. Masjid ging ook mee als gids. Een van de eerste dingen die we onderweg tegenkwamen was een leger- kontrolepost. Nadat we er onze paspoorten hadden laten zien mochten we verder. We bezochten nu een aantal mughal-tuinen, uit de tijd van de indiase mughal- keizers. Voor een van de tuinen moesten een stukje met de bus. De tuinen zagen er mooi uit, maar waren niet goed onderhouden. Volgens Masjid kwam dat door de gespannen situatie in het gebied van de laatste jaren. Ook in de tuinen kwamen we gewapende soldaten tegen, maar deze waren er blijkbaar gewoon op bezoek, want ze hadden soms vrouw en kinderen bij zich. Die waren makkelijk te herkennen, want zij waren de enigen in de omgeving met indiase kledij.

Mughal tuinen

    Na de tuinen gingen we met onze shigara naar de andere kant van het meer, naar de Hazratbal moskee. Deze ligt vlak aan de rand van het meer. Ook hier wemelde het van de soldaten. We mochten van hen niet te dicht bij de moskee komen. Na er een foto van de moskee genomen te hebben gingen we daarom maar verder.
    We kwamen nu door het Nagin meer. Dit is het kleinste en tevens mooiste meer in de omgeving. De houseboats op dit meer zijn daarom ook een stuk duurder dan die bij ons in de buurt. Hier hebben we nog een stukje zelf geroeid, wat vrij zwaar ging vanwege de vele waterplanten die op dit stuk groeiden. Hierna kwamen in Srinagar zelf terecht. De stad deed me vanwege zijn vele kanaaltjes en bruggetjes sterk aan Venetië en Giethoorn denken. De shigara-boten zijn er niet voor niets een van de belangrijkste vervoermiddelen.
    'S avonds aten we gezamenlijk met de denen van de boot naast ons. We hadden immers dezelfde kok. Het eten was min of meer hetzelfde als gisteren. Alleen het vleesgerecht was anders, de ene keer kip, de andere keer schapevlees. Dat vlees vond ik trouwens meestal maar van matige kwaliteit. Veel vet en veel botten. Maar de rest van het eten was altijd prima.
    Na het eten brachtten we de tijd weer door in de woonkamer. De denen zaten er vanavond ook (hun namen waren trouwens Nils, Michael en Steve (de welshman)) en ook Barney en Rachel kwamen vanavond. Barney bleek de afgelopen dagen van alles van de shigara-winkeliers te hebben gekocht. Hij begon daarom steeds meer op een echte hippie te lijken, wat hij daarvoor toch al een beetje leek. De favoriete manier van de denen en de engelsen om de avond door te brengen bleek het roken van heel veel jointjes te zijn. Op een gegeven moment hing er zo'n sterke walm in de kamer dat je daar alleen al bijna stoned van werd. Masjid, die ons deze avond zoals gewoonlijk regelmatig van verse thee voorzag, had een verrassing voor hen: een echte kashmiri nargile (waterpijp). Gelukkig was er nog meer te doen dan alleen maar jointjes roken. Er was een schaakbord waar we menig spelletje op speelden, en er lag een stapel door andere reizigers achtergelaten boeken. O.a. een nederlandstalig boek over een expeditie in het amazone-oerwoud. Leendert had dit boek al eens gelezen en me er ook al eens over verteld. Het bleek best een interresant en grappig boek te zijn.


Dag 8
Zo 19 sep

    Vanochtend luierden we wat op ons zonnedak, samen met de denen, waarmee we weer af en toe een potje schaak speelden. Hoewel het niet echt heet was stond er toch een felle zon. Dat kwam vooral door de hoge ligging van Kashmir. Je moest je hier dus goed insmeren. De denen rolden af en toe een jointje, zij blowden de hele dag door. Toch waren het verder geen echt vage figuren of zo, in ieder geval niet zo alternatief als b.v. Barney. Het waren voor de rest normale jongens.
    'S middags beklommen we een heuvel in de buurt. Deze heuvel lag aan de overkant van het water, en vanaf onze veranda keken we er steeds op uit. Op de top van de heuvel lag een oud hindu- tempeltje. Het was een vrij lange klim naar boven, maar gelukkig waren er veel bomen op de heuvel zodat je veel in de schaduw kon lopen. We hadden gehoopt dat er boven op de top een groot terras zou zijn waar we na de lange klim een lekker glas Hoegaaarden (desnoods met citroen) zouden kunnen drinken, maar dat was helaas niet zo. Alcohol is overigens sowieso vrijwel niet te krijgen in het islamitische Kashmir. Bovenop de top, vlak naast het tempeltje, lag een kleine legerpost. Daar werden onze tassen gekontroleerd op bommen, wapens en dat soort dingen. Vanaf de top had je een schitterend uitzicht op de vallei. Je kon alles zien liggen. Het meer met zijn tuinen en de Hazratbal moskee en de boulevard waarlangs de meeste houseboats lagen. Hoewel er heel wat houseboats naast elkaar op een rij lagen konden we de onze er tussen zien liggen. We zagen zelfs een paar miniscule stipjes op het dak. Dat moesten de denen zijn, die nog steeds lagen te zonnen!
    Terug naar beneden namen we een ander pad. Dit was een stuk moeilijker begaanbaar dan het eerste pad. Het eerste was geasfalteerd en had veel schaduw. Dit was een smal steil rots-paadje en lag in de volle zon. Het was maar goed dat we dit pad niet bergopwaarts hadden genomen. Toen we naar beneden liepen konden we de moskee in de stad beneden horen. Uit de luidsprekers klonk keihard een soort preek of toespraak. Zoiets had ik nog nooit gehoord. Normaal gesproken hoor je van een moskee alleen een aantal maal per dag de oproep tot het gebed, en als iedereen dan binnen is blijft het verder stil. Zo niet hier in Srinagar, hier weerklonk de hele preek over de stad. Misschien had het iets te maken met de gespannen politieke situatie en was het wel een sterk politiek getinte toespraak waarin werd opgeroepen tot een jihad tegen de indiase bezettingsmacht of iets dergelijks. Zo klonk het in ieder geval ongeveer wel. Beneden aangekomen liepen we nog een stukje door het stadje heen. Hier wemelde het weer van de soldaten.
    Toen we weer terug op onze houseboat waren bleek er een andere nederlander bijgekomen te zijn op de boot naast ons. Zijn naam was Bart en hij kwam net terug van een trektocht in de bergen. Hij vertelde dat hij net zolang door Azië zou trekken tot zijn geld op was. Hij bleek in totaal iets van ƒ 12.000,- tot zijn beschikking te hebben. Daar kan je in Azië héél lang van leven. Hij had in nederland een goed betaald baantje bij defensie gehad (als burger) en daar aardig wat van gespaard. Ook Bart bleek trouwens niet vies te zijn van een jointje. Het was te zien dat hij uit Nederland kwam, want terwijl de denen en engelsen steeds moeilijk zaten te doen met omgebouwde sigaretten en aan elkaar geplakte vloeitjes, had Bart professionele joint-vloeitjes bij zich, evenals prefab-joints zoals je ze in nederlandse coffeeshops kan kopen.
    Deze avond hadden we behalve het schaakbord nog een ander spel ter beschikking. Het was een soort houten bord met gaten in de hoeken waar je met een plastiek schijfje damstenen in moest schieten. Het principe leek een beetje op pool-biljart. Ik dacht eerst dat het een typisch lokaal Kashmir spel was, maar Bart zei dat hij het ook in Nederland al veel gezien had. Dat bleek wel, want hij was er behoorlijk bedreven in.


Dag 9
Ma 20 sep

    Vandaag wilden weer een shigara huren, maar ditmaal om er zelf een beetje op ons gemakje mee in de omgeving rond te varen. Dat leek ons ook wel eens leuk. Maar het bleek helaas niet te kunnen. Ze hadden zelf maar 1 shigara, die ze zelf nodig hadden, en het bleek ook niet mogelijk om er een van elders te huren, althans niet voor de prijs die wij ervoor wilden betalen. Jammer dan, maar niet getreurd. Dus hebben we de rest van de dag maar lekker geluierd op de veranda en het zonnedak en de woonkamer. Voor de rest was het net zo'n zelfde dag als gisteren. De plannen voor een trektocht of een dag-excursie waren overigens definitief afgeblazen. De trektocht ging niet door omdat er verder niemand mee zou gaan behalve ons tweeën, en het daardoor te duur zou worden. Ook kortere excursies bleken niet te gaan. Het openbaar vervoer was er slecht, zodat je aangewezen zou zijn op dure taxi's. En veel plaatsen waren te onveilig om er een nachtje te kunnen blijven overnachten.


Dag 10
Di 21 sep

    Dit was onze laatste dag op de houseboat. We hadden geen ideeën meer om vandaag nog iets te ondernemen. Bovendien wilden we het een beetje rustig aan doen omdat ons morgen een zware busreis te wachten stond. Dus werd het net zo'n dag als gisteren: lekker luieren op onze boot met af en toe een spelletje schaak of het dambordschuifspel of een boekje lezen.
    'S avonds gingen we op verzoek van Masjid nog op bezoek bij een tapijtenfabriek. Masjid had ons verteld dat hij daar 's winters altijd werkte als het toeristen-seizoen afgelopen was. Het was interresant om te zien hoe ze gemaakt werden. Het was allemaal echt handwerk. Ieder draadje werd er apart ingelegd. Daarbij gebruikten ze grote vellen papier met allerlei kleurcodes. Nadat we het produktieproces gezien hadden probeerden ze tot onze grote verrassing, ons over te halen om een tapijt te kopen. We dachten dat ze ons alleen maar het fabriekje wilden laten zien. We hadden nooit gedacht dat ze ook nog wilden dat wij die tapijten zouden kopen! Echt niet!
    "Ohhh!" zei Leendert, "kunnen we die tapijten hier ook kopen? Wat een prachti...".
    "Hou je mond!" riep ik, "Jij houdt je hier buiten. Dit zaakje regel ik wel even".
    Als ik niet ingegrepen had was Leendert zeker voor de verleidelijke aanbiedingen van de tapijtenverkoper bezweken. Ook ik kon de drang om een tapijt te kopen maar met moeite weerstaan. Maar ik stond gelukkig stevig genoeg in mijn schoenen (hoewel? Die had ik buiten uitgedaan...). Dus uiteindelijk verlieten we het pand weer zonder ons aan ondoordachte aankopen te buiten te zijn gegaan.


Dag 11
Wo 22 sep

    Vandaag vertrokken we met de bus naar Leh. Leh is de hoofdstad van de landstreek Ladakh. Deze streek ligt in het oosten van de deelstaat Jammu & Kashmir, en is in feite het meest westelijke puntje van Tibet. Het enige stukje van Tibet wat niet door China is bezet. De reis er naar toe zou 2 dagen gaan duren.
    In de bus kwamen we nog een aantal andere buitenlanders tegen die hier op een houseboat hadden vertoefd. Bij sommigen van hen was het minder goed bevallen. Een paar meisjes vertelden dat ze heel weinig privacy op de boot hadden gehad. Anderen hadden hun boot vantevoren voor veel te veel geld geboekt en kwamen op een zeer slecht gelegen locatie terecht. Zo te zien hadden wij het dus maar goed getroffen met onze boot.

Bergdorpje op route Srinagar - Leh

    Wij zaten in de bus op de achterste bank. Een slechte plaats omdat je daar het bonken en schudden van de bus het hardst voelt. En de route naar Leh zat vol met bochten, kuilen en onverharde stukken. Het eerste deel van de tocht voerde door een lange smalle bergvallei met een prachtige natuur. Nadat we enige uren gereden hadden stopten we in een klein bergdorpje wat uit weinig meer bestond dan een flink aantal naast elkaar gelegen restaurantjes. De maaltijd was simpel doch voedzaam. Enige tijd later bereikten we het begin van de Zoji-La pas. Dit is een hele lange pas vol haarspeldbochten. Het hoogste punt ligt op zo'n 3500 meter (dat is nog eens wat anders dan de Brennerpas met zijn 1370 meter). De pas is slechts in 1 richting tegelijk open, zodat we moesten wachten tot alle auto's uit de andere richting gepaseerd waren. Intussen moesten we nog op de wachtplaats in een klein kantoortje onze namen in Het Grote Boek laten inschrijven. De berghellingen langs waarlangs de weg met haarspeldbochten omhoog liep was af en toe behoorlijk steil. De weg zelf was bovendien onverhard. De omgeving was echter zeer indrukwekkend. Na het hoogste punt werden de berghellingen minder steil en liep de weg door een rivierdalletje. Op een gegeven moment konden we niet verder. Er bleken iets verderop rotsblokken op de weg te liggen. Deze werden met dynamiet opgeblazen. Nadat de weg weer vrijgemaakt was konden we verder. Aan het eind van de pas lag het dorpje Drass. Ook hier moesten we ons weer laten inschrijven in Het Grote Boek. De formulieren die hiervoor ingevuld moesten worden waren nauwelijks leesbaar. Ze waren gedrukt via een soort carbonpapier en tjokvol taalvouten en later aangebrachte correcties. In de wetenschap dat er later waarschijnlijk toch nooit meer iemand naar zou kijken probeerden we het maar zo goed mogelijk naar onze zin in te vullen. Het was hier in dit dorpje trouwens al vrij fris, zodat we voor het eerst deze vakantie onze jassen aan moesten doen.
    Toen we enige uren later in Kargil aankwamen was het intussen al donker geworden. In deze plaats zouden we overnachten. Toen de bus er stopte werden we dan ook verwelkomt door diverse mannetjes die ons naar hun hotels wilden brengen. We namen vandaag een zo goedkoop megelijk hotel omdat we slecht zeer kort in Kargil zouden blijven. We gingen eten bij wat volgens onze reisboeken een van de beste restaurants van het dorpje was. De bevolking van Kargil bestaat voornamelijk uit sjiïtische moslims, en dat was hier in het restaurant ook te zien. Aan de muur hingen namelijk foto's van wijlen ayatollah Khomeini! Op de menukaart zag ik spaghetti staan. Dat leek me weer wel eens lekkere afwisseling na al dat indiase eten van de laatste dagen. Ik had het beter niet kunnen bestellen, want wat ik kreeg was een kom met daarin een soort chinese bouillon met een sterke sojasmaak. Daarin dreven een soort bami-slierten met stukjes tomaat en stukjes sla! Om 23:00 uur moesten we gaan slapen, want na die tijd stopte in het dorpje altijd de elektriciteitsvoorziening!


Dag 12
Do 23 sep

    We moesten er deze ochtend weer voor dag en dauw uit, want de bus vertrok al om 5 uur. Van het dorpje Kargil hebben we dus verder niet veel gezien, in ieder geval niet bij daglicht. Het landschap in dit gebied was zeer kaal. Omdat het in dit gebied zelden regent is er vrijwel geen plantengroei, behalve in de kleine rivierdalletjes. Voor de rest zie je alleen maar kale rotsen. Ook vandaag zouden we weer enkele passen over moeten. De hoogste hiervan lag op ruim 4000 meter. Ook hier was het uitzicht adembenemend. Er waren plaatsen waar de bergwanden zeer steil waren en waar de afstand tot onderliggende dalen ontiegelijk groot waren. De afgronden waren soms zo diep dat je het je nauwelijks voor kan stellen als je niet met eigen ogen gezien hebt! We hadden hier prachtige foto's kunnen maken, maar helaas stopte de bus hier nergens. Dat deed hij pas toen we de bergen over waren en we weer in een rivierdalletje waren aangekomen. We hadden nu intussen al zolang in de bus gezeten dat een pis-pauze meer dan welkom was. Ook hier weer moesten ons laten inschrijven in Het Grote Boek. We kenden onze paspoortnummer nu intussen wel uit ons hoofd! Dit rivierdalletje was de Indus-vallei. In deze vallei lag ook Leh, dus we hoefden nu geen hoge bergen meer over te steken maar alleen de rivier te volgen.

Checkpost op route Srinagar - Leh

    Na een tijdje kwamen we in een klein dorpje aan om er wat te eten. Ik wilde nu intussen wel eens naar een WC toe voor een grote boodschap, maar er was nergens een WC te vinden. Dat was wel even anders dan het dorpje waar we gisteren gegeten hadden. Daar hadden alle restaurantjes grote borden opgehangen met "Hier gratis WC". Maar hier hadden ze blijkbaar alleen een openbaar toilet op ruim een kilometer lopen en waar je waarschijnlijk nog voor zou moeten betalen ook. Dus zat er weinig anders op om maar een heel stil en verlaten steegje op te zoeken... Aan dit dorpje kon je trouwens duidelijk zien dat we nu inmiddels in Tibet aangkomen waren. De mensen zagen er hier anders uit, een beetje chinees-achtig uiterlijk. En overal stonden er oude boedistische stoepa's.
    Het laatste stuk van de reis liep de route door het smalle indus-dal. Ongeveer halverwege de middag kwamen we in Leh aan. Ook rondom Leh zag je behoorlijk veel militaire kampen. Maar anders dan in Kashmir waren ze er hier niet om de bevolking onder de duim te houden, maar ter bescherming tegen de chinezen. In het verleden zijn er namelijk wel eens twisten geweest tussen India en China over dit gebied. De bevolking hier is waarschijnlijk juist wel blij met al die militairen, want China is hier vanwege haar bezetting van de rest van Tibet, verre van geliefd.
    We zochten in onze boeken een goed en goedkoop hotelletje op. We gingen deze middag ook nog even langs bij het kantoortje van Indian Airlines. We bleken al een heel stuk te zijn opgeschoven op de wachtlijst. Als het zo doorging zou het wel goed komen met onze terugvlucht. Leh bleek een klein maar gezellig stadje te zijn. Het zag er echt tibetaans uit. Regelmatig zag je monniken door de straat lopen en af en toe zag je een gebedsmolen. In het restaurant waar we 's avonds een tibetaanse maaltijd nuttigden, zagen we toevallig de vogelman nog zitten (zie dag 1).


Dag 13
Vr 24 sep

    13e dag, ongeluksdag? Deze nacht moest ik wel een stuk of 6 keer mijn bed uit om naar de WC te gaan. Aan de schijterij. Ik besloot daarom vandaag maar een dagje in het hotel te blijven. Ik moest trouwens bijna ieder uur of half uur wel een keer naar de WC. Het grootste deel van de dag bracht ik op onze kamer door, maar aangezien de temperatuur er vrij kil was, ging ik af en toe naar buiten om er wat in de zon te zitten. Daar was het wat warmer, hoewel je ook daar beter een trui of jas aan kon houden. Leendert ging er vandaag alleen op uit. Hij bezocht een tibetaans klooster in de buurt. Op de hotelkamer werd het steeds kouder. 'S avonds ben ik nog even met Leendert mee naar een restaurant gegaan voor een bordje droge witte rijst en een kopje thee. De rest van de dag had ik nog niets gegeten, op wat Norit-pillen na. Daarna maar weer lekker onder de dikke warme dekens gekropen.


Dag 14
Za 25 sep

    Het ging vandaag al iets beter met de diarree. Het was welliswaar nog steeds een waterige drab, maar ik hoefde in ieder geval niet meer om de haverklap naar de WC. Toch besloot ik om ook vandaag nog maar een dagje rust te nemen. Leendert bezocht vandaag een ander klooster.


Dag 15
Zo 26 sep

    Ook vandaag was er weer wat vooruitgang wat betreft de diarree. Het was nog steeds een drab, maar niet meer zo'n waterige. Het begon weer een beetje op echte stront te lijken, al zag het zwart vanwege de Norit- pillen. Ik nam deze ochtend voor het eerst weer een ontbijt.
    'S middags voelde ik me weer fit genoeg om op excursie te gaan. Dit was trouwens mijn laatste kans om nog wat van Ladakh te zien, want morgenochtend zou ons vliegtuig vertrekken. Ik besloot het klooster van Tikse te gaan bezoeken. Dit was een van de dichtst bij gelegen kloosters, dus ik hoefde er niet te gek lang voor te reizen. Ik had namelijk nog weinig zin om urenlang in de bus te gaan zitten. Je wist tenslotte maar nooit met die diarree. Leendert ging niet mee, want hij had dit klooster al gezien.
    Bij het busstation van Leh was het een chaos. Ik wilde eerst nog bij het informatie-kantoortje vragen welke bus ik moest hebben, maar dat was zinloos. Het was een klein houten hokje met aan de voorkant 2 hele kleine raampjes op nog geen 1½ meter hoogte. Voor een van die raampjes stond een boomlange tourist voorover gebogen met zijn hoofd door het gat. Verder stonden er rondom het gebouwtje allerlei mensen te schreeuwen en te duwen en te trekken. Ik had weinig zin om me hier in te mengen. Gelukkig hoorde ik plotseling een mannetje bij een bus hard roepen "Tikse! Tikse! Tikse!". Goed geraden, dit was het teken dat daar de bus naar Tikse zo zou vertrekken.
    Na ongeveer een half uurtje bussen kwam ik in het dorpje Tikse aan. Ik was in de bus de enige toerist, en toen ik op weg naar het klooster liep begon ik te twijfelen. Zou het wel open zijn? Of was het misschien 's zondags gesloten? Ik besloot om toch maar een kijkje te wagen. Het klooster lag boven op een heuvel. Het was een behoorlijk zware klim naar boven. Ik moest onderweg diverse malen uitrusten voordat ik boven was. Dat lag voor een deel ook aan de hoge liging van Ladakh. Daardoor is de luchtdruk lager en krijg je sneller last van zuurstof tekort.

Het klooster van Tikse

    Toen ik boven aangekomen was bleken er toch nog een paar andere toeristen te zijn. Toen ik op het pleintje van het klooster wat rondkeek werd ik gewenkt door een monnik. Deze kwam aangesneld met een grote sleutel in zijn hand. Daarmee opende hij de deur van een zaaltje. Daarbinnen bleek zich een enorm groot verguld Boedha-beeld te bevinden. Het beeld was wel 2 verdiepingen hoog. Ik bevond me op de bovenste verdieping en keek tegen het hoofd van het beeld aan.
    Toen ik deze zaal weer verliet hoorde ik enkele monikken op grote toeters blazen. Dat was het sein voor het begin van een ceremonie. Ik kwam helaas net te laat om een foto te kunnen maken van de monniken met hun grote toeters. De ceremonie was ook heel apart om te zien. De monniken zaten allemaal naast elkaar op een paar rijen bankjes. De jongste monniken (kinderen nog) liepen rond met enorme thee-kannen waarmee alle monniken werden bediend. In het begin zaten de monniken allemaal een beetje te neuriën. Op een gegeven moment maakten ze plotseling een enorm kabaal met allerlei trommels en toeters. Ongeveer een minuut lang een komplete kakafonie van geluid. Daarna waren ze weer stil en neurieden ze weer een beetje. Daarna nog een paar keer lawaai. Het was jammer dat je binnen geen foto's mocht maken tijdens de ceremonie.
    'S avonds weer een normale maaltijd gegeten. We gingen naar een restaurantje waar ze gespecialiseerd waren in midden-oosten gerechten. Dat leek ons een welkome afwisseling. We aten er een lekkere falafel schotel met salade en tzatziki. Het smaakte voortreffelijk.


Dag 16
Ma 27 sep

    Vandaag zouden we per vliegtuig terugreizen naar Delhi. We waren intussen van de wachtlijst af, dus we wisten nu dat we mee konden. Op het vliegveld volgde de ene veiligheidscontrole op de andere. Allereerst moest je door een metaaldetector bij het binnengaan van het gebouw. De tassen moesten door het röntgenapparaat en er werd moeilijk gedaan over kleine batterijtjes en aanstekers en dergelijke. Na het inchecken moesten we nogmaals langs een metaaldetector. En voordat we het vliegtuig in konden nog enkele malen. Handbagage meenemen in het vliegtuig was helemaal uit den boze. De vlucht zelf was best spectaculair. We vlogen over de besneeuwde bergtoppen van de himalaya. Zo ver het oog reikte zag je niets anders dan besneeuwde bergtoppen. Nu merkte je pas wat een gigantisch groot gebied Tibet moet zijn. Na een tijdje zag je plotseling naaldbomen op de berghellingen en werden de bergen al snel een stuk kleiner. Niet veel later kwam Delhi in zicht.
    Het was wel weer even wennen aan het weer in Delhi. Na het koele Ladakh plotseling weer die klamme hitte. Mijn trui en jas deed ik op het vliegveld maar snel uit. Mijn lange spijkerbroek had ik ook beter uit kunnen doen, want in de stad zweette ik weer als een paard. We gingen eerst naar het station om kaartjes te reserveren voor de nachttrein naar Bikaner en om er onze tassen te bewaren in de luggage- room.
    Op het station was een gigantische drukte. Het wemelde van de hustlers, bedelaars en zogenaamde "vrienden". Het duurde ook enige tijd voor dat we op het station de luggage-room en de reserveringsbalie gevonden hadden. Al die tijd werden we gevolgd door dat soort figuren en kwamen we er steeds weer nieuwe tegen. Intussen liepen we nog steeds moe en bezweet rond met onze rugzakken op. Doodmoe werd ik van die mannetjes. Sodemieter op! Laat ons met rust! De reserveringsbalie was een ware verademing. Deze was airconditioned en bovendien alleen toegankelijk voor toeristen. Hier kon je even tot rust komen.
    Na het station liepen we naar het centrum om op het postkantoor wat kaarten te posten en bij de Wimpy een lekkere hamburger (lamburger!) en een milkshake te nemen. Hierna bezochten we de Jami Masjid, de grootste moskee van de stad. Dat was een van de weinige hoogtepunten van de stad die we destijds niet tijdens onze bus-excursie hadden bezocht. Per fietsriksja reden we hierna door het oude centrum van Delhi terug naar het station om onze rugzakken op te halen. Onze trein zou namelijk van een ander station vertrekken.
    In eerste instantie konden we onze plaatsen in de trein niet vinden. We vroegen het diverse malen aan mensen op het perron, maar niemand kon ons een duidelijk antwoord geven. Totdat op een gegeven moment een mannetje langskwam met grote vellen papier die hij op de wagons plakte. Op die vellen stonden alle namen vermeld van alle mensen die gereserveerd hadden. Ook schreef het mannetje met een krijtje de wagon-nummers op de wagons. Toen was het vrij simpel om onze plaatsen te vinden. We hadden in onze trein zogenaamde "sleepers" gereserveerd. In dat soort coupees kunnen de bankjes 's nachts omgebouwd worden tot een soort stapelbedden. Het was opvallend om te zien hoeveel bagage sommige indiërs bij zich hadden. Vaak in grote blikken kisten. Omdat we konden liggen sliepen we deze nacht vrij goed.


(Terug)